De Nederlandse Warrior Cats Fanfiction wiki
Advertisement

Kromme paden

Cover Kromme Paden Violetneus.jpeg
Kromme paden
'De verandering'
Algemeen
Auteur: Violetneus
Vormgever: Gaaivedertje


~Even voor iedereen


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Hey iedereen, dit is een fanfictions waar er personages zijn die zijn gebasseerd op een paar katten in deze wiki!

Hier komen ze:


Hoofdpersonen:


Druppelvleugel: Gaaivedertje!


Leliepoot: Lynxsnoet!


Aardbeikit: Aardbeikit!


Sneeuwpoot: Sneeuwpoten!


Loofvleugel: Loofhart44!


Mangohart: Mangopoot!


Sterrenhemel: Sterrenkit!


Streeplicht: Zilverhart123!


Jamvacht: Geelstreep!


Nachtlicht: Ikzelf!



Bijpersonen:


Vlamster: Vlamhart!

Kristalkit: Leliesteel!

Lavastroom: Roodwolk!

Zilverlicht: Mistpoot!


Veel leesplezier!

Oh en de poes op de prachtige cover van Gaaivedertje is Leliepoot!

~~~~~~~~~~~~~~~



Achterflap
Sinds dat Roetster is gestorven zijn de tijden veranderd. De Clans kregen andere Clannamen. BergClan, LuchtClan, VuurClan en de IjsClan. Druppelvleugel wordt slecht behandeld omdat ze een partner heeft en ze een medicijnkat is. Leliepoot en Aardbeikit proberen de hongersnood te overleven, terwijl Sneeuwpoot haar vader heeft verloren ontmoet Streeplicht de liefde van haar leven. Mangohart verschuilt ondertussen voor de zwerver die de IjsClan terroriseert en Sterrenhemel probeert haar ziekte te overwinnen. Jamvacht is net leider en probeert haar Clan beter te maken, Loofvleugel wordt getuige van een moord. En Nachtlicht probeert haar leider te overleven, die haar Clan alles verbiedt. Zal het deze katten lukken om deze rare tijden te overleven?



Proloog

'En?' vroeg de grijze kater. Hij was best klein, maar alle katten wisten dat je hem moest respecteren, want hij kon vechten als de beste.

Eikenster grauwde geïrriteerd. 'Laat me nadenken Grijsster!'

'Je moet toch snel je Clannaam verzinnen, de volle maan verdwijnt bijna Eikenster!'

'Dat is toch niet mijn schuld,' Eikenster keek zenuwachtig naar de volle maan, het was waar, de wolken zaten bijna voor de maan. 'Laat me nog heel even

nadenken.'

Grijsster miauwde. 'Je bent al heel lang aan het nadenken, je moet toch iets verzinnen!'

'Wat wil je dat ik verzin, er is al een BergClan, een IjsClan...'

Eikenster dacht na, wat kon hij nog meer verzinnen, toen wist hij het opeens. 'Ik weet het, het wordt de VuurClan!'


Druppelvleugel


Druppelvleugel werd wakker, ze was klaar voor de nieuwe dag! Ze liep naar buiten en zag tot haar teleurstelling dat Scherphart er was.

'Kijk eens wie we daar hebben, de verrader!' snauwde de bruine kat.

Druppelvleugel negeerde de kater, hij moest het maar zelf uitzoeken. Toen ze weer terug naar het medicijnhol liep zag ze dat een paar katten haar kruiden hadden vernield.

Ze zag dat haar leerling Hazelnoot hijgend op de grond zat. 'Ik probeerde ze tegen te houden, maar het waren er teveel!'

Blijkbaar had Hazelnoot geprobeerd om de katten die Druppelvleugels kruiden hadden vernield tegen te houden, Hazelnoot was nog niet echt populair in de Clan, dus niemand liet zich tegenhouden door haar. Hazelnoot was vroeger een poesiepoes, vandaar haar naam. Ze had nooit een krijgersnaam gekregen, maar was nog wel jong.

'Dat had echt niet gehoeven Hazelnoot, je had gewond kunnen raken. Het zijn mijn problemen, ik moet ze oplossen, niet jij', miauwde Druppelvleugel zuchtend.

'Maar de kruiden dan, dat is wel mijn verantwoordelijkheid.' Hazelnoot probeerde zonder succes de kruiden op te ruimen.

Druppelvleugel dacht na. 'Ik weet het, jij gaat de volgende keer de kruiden zoeken, dan verdedig ik het hol en het is ook een goede oefening.'

Een glimlach verscheen op Hazelnoots gezicht, waarna ze kreunde.

'Gaat het, hebben de katten je pijn gedaan?' vroeg Druppelvleugel bezorgd.

Hazelnoot ging op haar rug liggen, tot Druppelvleugels grote schrik zag ze een grote schram.

'Gelukkig heb ik spinrag en goudsbloem gevonden', miauwde Druppelvleugel bezorgd.

Toen Druppelvleugel klaar was sprong Hazelnoot op. 'Ik ga kruiden zoeken, zie je zo!'

Druppelvleugel liep naar buiten, dit kon niet meer. Hazelnoot had niets gedaan. Ze liep naar Regensters hol, toen botste een kat tegen haar aan.

Het was Rooshart, de poes de haar dag altijd wou verpesten. 'Kijk toch uit, verrader!'

De reden dat de rossige poes Druppelvleugel haar verrader noemde kwam omdat Druppelvleugel een medicijnkat was, en een partner had die uit de IjsClan kwam.

In het begin had niemand iets door en behandelde ze Druppelvleugel normaal, maar toen Rooshart haar was gevolgd omdat ze uit het kamp ging, kon ze het niet meer verbergen. Druppelvleugel werd niet verbannen, en hield haar medicijnkatpositie, maar sindsdien behandelde alle katten haar als vossenstront.

Haar partner Schorsschilfer, verhuisde naar de BergClan en werd ook slecht behandeld. Maar hij bleef altijd bij Druppelvleugel.

Toen Druppelvleugel aankwam bij Regenster zag ze dat hij er slecht aan toe was, hij was al een tijdje geleden niet uit zijn hol gekomen en Druppelvleugel had hem al een tijdje niet gezien, maar ze had niet verwacht dat hij er zo slecht aan toe was.

Hij had vroeger een mooie Rode vacht, maar nu zag ze dat er allemaal witten haren waren. Je kon bijna geen rood meer zien. Druppelvleugel hoorde de oude kater kreunen. 'Wat wil je?'

'Ik wou vertellen dat mijn medicijnhol helemaal kapot is gemaakt, en ik dacht...'

De oude kater snoof. 'Ach rot toch op met dat medicijnhol van je!'

Geschokt deinsde Druppelvleugel naar achteren. De oude kater begon opeens heel snel te ademen, te snel. Verstijfd van de schrik zag Druppelvleugel hoe de BergClanleider langzaam stierf.

Toen blies Regenster zijn laatste ademteug uit. En zakte ineen.

Druppelvleugel keek naar haar voormalige leider, die nu dood was. Langzaam sloop ze de leidershol uit. Ze ging het niet vertellen, dan zouden katten denken dat ze hem had vermoord.

Ze hoopte dat Zomerlicht, de commandant van de BergClan, het lichaam ontdekte zonder Druppelvleugel te verdenken.

Zomerlicht was een jonge en knappe poes, ze had een rossige vacht en smaragdgroene ogen, ze was aardig tegen Druppelvleugel, meestal.

Heel veel katers deden alles voor Zomerlicht, maar de rossige poes wou geen partner, wat er dan ook gebeurde. Een paar moederkatten deden zelfs weddenschappen om te kijken wanneer de BergClancommandant een partner kreeg.

Druppelvleugel was toch bezorgt, uiteindelijk zal Zomerlicht het lichaam vinden, en dan zal ze een nieuwe commandant moeten kiezen. En helaas was Zomerlicht Roosharts zus.

Ze liep weer terug naar het medicijnhol, en tot haar schok was het weer een bende, Hazelnoot had heel hard gewerkt om het weer een beetje netjes te maken, katten hadden soms ook geen enkel respect.

De tranen sprongen in haar ogen, ze had niemand om mee te praten, behalve...

Maar daar wou ze ook niet mee praten. Druppelvleugels moeder, Vogelvlucht, behandelde Druppelvleugel niet meer als haar kitten.

'Wat wil je, verrader die je bent?' Vogelvlucht zat mopperend in haar nest, ze was al een tijdje een oudste geweest. Maar dan nog humeuriger, Druppelvleugel trilde. 'Vogelvlucht, het spijt me zo erg, ik bedoelde het niet zo!'

'Ja ja, scheer je weg, ik wil je niet meer zien!' Vogelvlucht sloeg de medicijnkat.

Snel rende Druppelvleugel uit het hol van de oudsten.

Niemand begreep haar, behalve haar leerling en haar partner. Ze schudde haar hoofd, ze moest positief blijven, ze had geluk dat ze nog haar positie had en ze niet verbannen of vermoord was, en dat Schorsschilfer bij haar was.

Toen opeens zag ze Hazelnoot. 'Druppelvleugel, we gaan naar de grote vergadering!'


Leliepoot

'Kijk Aardbeikit, die muis kun je vangen, hij is misschien mager, maar dit is wat we vandaag kunnen eten!' Leliepoot wees met haar staart naar de magere woelmuis, en zag hoe Aardbeikit zat te likkebaarden.

'Je gaat hem toch niet stiekem vangen, toch?' Aardbeikit keek haar zus nijdig aan.

Leliepoot verloor haar geduld. 'Als je blijft praten wel ja.'

En voordat Leliepoot kon knipperen ving haar zusje behendig de muis. 'En?'

Leliepoot knikte tevreden. Ze liepen weer terug naar de LuchtClan, Ze zagen dat een witte poes zat te schreeuwen tegen de LuchtClancommandant, Jamvacht, die zich rustig probeerde te berheersen.

'Mag ik deze keer de muis opeten, de oudsten vreten alles op!' vroeg Aardbeikit smekend.

Leliepoot rolde met haar ogen, maar knikte toen ze haar magere lichaam zag.

Voordat Leliepoot kon reageren sprong Aardbeikit op de muis, je kon merken dat ze al een tijdje niet had gegeten. De LuchtClan had een ernstig probleem. Omdat de Clans hadden besloten dat iedere Clan maar een prooi mocht eten verhongerde de LuchtClan, omdat ze geen konijnen meer vonden.

De IjsClan at vissen, de VuurClan muizen, de BergClan vogels en de LuchtClan konijnen. De eekhoorns waren voor de zwervers, die de regel ook niet zo leuk vonden.

Omdat de LuchtClan bijna niets meer kon eten, hadden sommige katten besloten om stiekem andere soorten prooi op te eten.

De LuchtClanleider Bloesemster was de dunste van allemaal.

Leliepoot was de leerling van Splinterhout, de LuchtClanmedicijnkat. Splinterhout was al heel oud en je kon meer grijs dan bruin zien op zijn vacht.

'Heb jij niet les vandaag?' vroeg Aardbeikit.

Verstijfd van angst verdween de glimlach van Leliepoots gezicht, ze had inderdaad les, en Splinterhout zou woest zijn als ze te laat was.

Leliepoot keek om zich heen en wist dat ze te laat was.

Voordat Aardbeikit nog een hap kon nemen uit de magere woelmuis sprintte Leliepoot weg. Ze moest haar werk serieus nemen, anders zou ze nooit medicijnkat worden!

Leliepoots mentor, Sterrenhemel zat te wachten, ze zag er niet woedend uit, maar Leliepoot wist dat ze niet zo blij was. Sterrenhemel zuchtte. 'Hoe vaak moet ik het nog zeggen, je mag niet gaan spelen voor je lessen, dan ben je altijd te laat.' 'Ik was niet aan het spelen! Ik was aan het jagen met Aardbeikit, iedereen moest toch jagen van Bloesemster?'
Sterrenhemel knikte en begon toen opeens heel hard te kuchen. Snel pakte Leliepoot de honing die ze had verzameld met haar mentor, met veel moeite slikte Sterrenhemel de honing door.

'Ik weet niet wat er de laatste tijd met me aan de hand is, ik voel me echt heel beroerd.'

Leliepoot keek geschrokken naar Sterrenhemel. 'Wat als je je positie verliest? Medicijnkatten mogen eigenlijk niet te lang ziek zijn als je hebt dit al manen!'

'Het is niet erg, dan wordt ik gewoon krijger, als ik nog niet sterf. En jij krijgt toch al bijna je medicijnkatnaam Leliepoot, dus er is echt niets aan de hand.'
Maar leliepoot vond dat wel erg, ze kon het niet alleen aan. Ze had het gevoel dat ze nog niets wist.

Sterrenhemel liep weer weg, ze keek haar leerling nog snel aan. 'Oh ja, je krijgt morgen je medicijnkatnaam.'

Opgewonden liep Leliepoot naar haar nest tot ze zich iets besefte, Aardbeikit zat nog in het bos!


Aardbeikit

Vrolijk liep Aardbeikit rond, ze vroeg zich af wanneer Leliepoot terug zou komen, haar maag rommelde, Ook al had ze net een muis gegeten, het stelde niet veel voor, ze had al een tijdje niet een normale maaltijd gehad. Wat nou als ze, nee, dan zou de Clan problemen krijgen. Aardbeikit wou stiekem naar een ander kamp gaan om te eten. Maar toen haar maag nog een keer knorde nam ze haar beslissing. Ze liep zachtjes naar het VuurClankamp, en toen zag ze een hele stapel met prooi, gelukkig was het niet zo ver van waar ze net was dus dan kon ze snel wegrennen. Er waren geen katten dus Aardbeikit pakte snel een dikke muis en wou wegrennen.

'Hey, wat doe jij met die muis?!' Verstijfd van de schrik stond Aardbeikit stil. Ze draaide zich langzaam om, daar stond een zwarte poes, ze zag er geïrriteerd uit.

'I-ik wou...'

De poes zuchtte: 'Je ziet er mager uit, neem het maar mee, als je wilt kun je nog een paar meenemen.'

Verbaast keek Aardbeikit de poes aan, meende ze dat nou.

'Oh dankjewel, we verhongeren bijna...'

De poes keek haar zorgelijk aan. 'LuchtClan zeker? Dat heb ik gemerkt, maar ik wist niet dat de kittens net zo mager waren.'

De zwarte poes hoorde een stem van een kater en schrok. 'Snel, ren weg!'

Dankbaar sprintte de kitten weg, nu zal Leliepoot trots op haar zijn.

Snel liep Aardbeikit weer naar de rots waar ze eerst zat, en daar zat Leliepoot.

'Waar was je? Ik was je bijna gaan zoeken! En waar heb je dat eten vandaan?'

Trots vertelde Aardbeikit hoe de zwarte poes haar het eten had gegeven.

'Dat was inderdaad slim, maar je kan niet alle katten vertrouwen, vooral niet met deze tijden.'

Aardbeikit keek naar beneden, Leliepoot stelde haar gerust: 'Het is niet erg, je leert er wat van, en nu kunnen we eindelijk wat eten.'

Leliepoot pakte de muizen op. 'We gaan trouwens naar de grote vergadering, en daarna krijgt ik mijn medicijnkatnaam.'

'Ik ben zo benieuwd wat het wordt!' Aardbeikit sprong om Leliepoot heen.

'Kom, voordat we te laat zijn, Bloesemster mag niet weten dat we muizen hebben van de VuurClan.'

Snel liepen de twee jonge katten weg. Toen ze in het kamp aankwamen zagen ze Lichtvoet, de vader van Sneeuwpoot, op de grond. Dood.

Er waren allemaal katten om hem heen, ze waren stil. 'Wat is hier aan de...' Jamvacht verstijfde toen ze het lichaam van de beste krijger zag. 'Wat is er gebeurd.'

'Honger, dat was zijn laatste woord.' Zei Uilvleugel.

Jamvacht wist dat er een hongersnood was, Bloesemster wou nooit luisteren, en nu was de beste krijger van de LuchtClan dood. Sneeuwpoot was aan het jagen, dus zij wist er nog niet van. Leliepoot vroeg zich af hoe de leerling zou reageren. Als zij en Leliepoot iets sneller waren geweest, hadden ze hem nog kunnen redden. Leliepoot wenkte Jamvacht naar haar toe. 'Wat is er,' fluisterde de poes.

'We hebben vijf muizen mee, geef ze aan degene die ze het meest nodig heeft.'

De rossige poes knikte en liep langzaam weg. Jamvacht wist dat er katten waren die stiekem op andere soorten prooi joegen, maar ze deed er niets tegen, omdat ze wist dat de Clan aan het verhongeren was.

Bloesemster liep op de hogesteen, ze zakte bijna ineen van de honger. 'We gaan nu naar de grote vergadering, de kittens, moederkatten, zieken en oudsten blijven hier. Sterrenhemel zal voor de zieken zorgen.

Aardbeikit wist dat ze niet mee mocht, maar ze liep stiekem mee.

In een rij liepen de katten naar bergen, waar de vier hoge rotsen zaten. Het was al een tijdje geleden dat ze naar een vergadering waren geweest, omdat ze zo bezig waren met de half verhongerde katten. Bloesemster zei niets over de hongersnood, omdat ze er niet zwak wou uitzien. Ook al hadden de andere Clans het al door. De BergClan had zelfs al een keer voorgesteld om te helpen, maar omdat Bloesemster nogal trots was op zichzelf, had ze nee gezegd.

De andere Clans zaten op de rotsen, verrast keek Vlamster, de leider van de IjsClan naar Bloesemster. 'Ik dacht dat je niet zou komen, je was er de vorige vijf manen niet.'

'Ik had het druk,' zei Bloesemster droogjes.

De leiders keken naar Bloesemster, ze moest nu wat vertellen. 'Er is niet veel bijzonders gebeurd.'

Kwaad keek Aardbeikit naar Bloesemster, ze vertelde niet eens dat Lichtvoet, de beste krijger van de LuchtClan was gestorven.

'Regenster is gestorven, ik ben dus nu de leider, ik zal straks naar de Maanbloem gaan.' Zomerlicht, de commandant van de BergClan, zuchtte diep.

'Schram is nog steeds in ons terretorium, hij heeft...' Vlamster nam ademde even in. 'Iriskit meegenomen.'

Zomerlicht keek begrijpend naar Vlamster. 'Het spijt me.'

'Mijn Clan heeft veel eten gevonden en iedereen is gezond.' Citroenster, de leider van de VuurClan, keek minachtend naar de andere Clans.

Aardbeikit rolde met haar ogen, Citroenster dacht altijd dat hij de beste was. Ze kon het zich niet voorstellen hoe het zou zijn in de VuurClan.

In de struiken hoorde ze opeens een kat praten, het was de zwarte poes. 'Ik weet dat hij vervelend is Vuurhemel, maar we kunnen hem niets aandoen, anders zullen de VuurSchermers ons tegenhouden. En je weet dat we dan een groot probleem hebben.'

De rode kater, waar de zwarte poes mee aan het praten was, schudde zijn hoofd. 'Je begrijpt het niet, we mogen niet eens meer met andere katten praten, die kater is gek!'

'Beheers je, straks hoort hij je nog en zal hij je op dezelfde manier eindigen als Rietzang.'

Bezorgt sloop Aardbeikit weg, hadden ze het over Citroenster? Hij was al behoorlijk vervelend, maar was hij nog erger in zijn eigen Clan?

En wat was er gebeurd met Rietzang?


Sneeuwpoot

Trots keek Sneeuwpoot naar de konijn die ze had gevangen, ze liep weer naar het kamp, er waren bijna geen katten. 'Hallo iedereen, ik heb een konijn gevonden!'

De konijn stelde niets voor, hij was gewond, dus dat maakte het makkelijker. En hij had bijna geen vlees, maar het was genoeg om het leven van een hongerige kat te redden.

De katten waren stil, iets te stil. Sneeuwpoot vroeg zich af wat er aan de hand was. 'Trouwens waar is iedereen?' 'Vergadering, je bent wat laat,' zei Lavendelhart met een trieste blik.

Het was zo lang geleden dat de LuchtClan naar de grote vergadering was gegaan, dat Sneeuwpoot het bijna was vergeten. Toen zag ze dat Lavendelhart trilde en opeens begon te jammeren. 'Het spijt me zo, we konden niets doen!'

'Waar heb je het over, het is toch niet zo erg dat ik de grote vergadering mis?'

Lavendelhart schudde haar hoofd. 'Dat is het niet, je vader,' De moederkatten ademde weer normaal. 'Hij heeft het niet gered.'

Geschokt staarde Sneeuwpoot naar Lavendelhart, ze zag dat katten een lijk aan het begraven waren. 'Maar ik had nog een konijn gevangen.'

Sneeuwpoot kon niet geloven dat Lichtvoet was gestorven, hij was zo sterk en gaf altijd de prooi aan de zieken of de moederkatten.

Hij was te jong om te sterven.

Sneeuwpoot bleef bij het graf van haar vader, het kon haar niets schelen dat ze honger had, ze wou gewoon even bij haar vader zijn. Even later zag ze dat Bloesemster terug kwam, de poes keek niet eens naar het graf van haar beste krijger.

Leliepoot, de leerlingmedicijnkat liep snel naar Sneeuwpoot toe. De twee poezen spraken niet echt met elkaar, ze waren geen vijanden, maar ook geen vrienden. Maar nu liep Leliepoot naar de witte poes. 'Het spijt me zo, ik en Aardbeikit hadden nog wat gevonden, maar we waren te laat.'

Sneeuwpoot schudde haar hoofd. 'Het is niet jou schuld, je wist niet dat hij zou sterven van de honger, het is Bloesemsters schuld, zij eet alles op. Omdat zij Het belangrijkste persoon in deze Clan is'

'Niet zo hard, je weet hoe ze is.'

Sneeuwpoot wist dat je niet teveel over Bloesemster moest roddelen, maar ze waren niet de enigen die het oneens met haar waren.

'Trouwens, ik krijg mijn medicijnkatnaam, Sterrenhemel is te ziek om met me te komen, wil jij komen? Ben je wat afgeleid.'

Leliepoot keek naar Sneeuwpoot, ze knikte. 'Goed idee, anders blijf ik de hele dag bij dat graf.'

De twee witte poezen liepen naar de Maanbloem. De andere medicijnkatten waren er ook. 'Goed dat je gekomen bent Leliepoot, je zal zo je medicijnkatnaam krijgen.'

Druppelvleugel, de medicijnkat van de BergClan keek respectvol naar Sneeuwpoot. 'Het spijt me voor je vader, Jamvacht had het verteld.'

Sneeuwpoot bedankte de poes, gelukkig waren de medicijnkatten aardig. Het was een lange reis naar de Maanbloem geweest. Leliepoot snoof de stuifmeel van de Maanbloem op en viel in slaap, de andere medicijnkatten deden hetzelfde.

Sneeuwpoot vroeg zich af hoelang dit zou duren. Ze had geen zin om te wachten, het zou toch niet erg zijn, als zij heel even het stuifmeel opsnoof. Heel even maak.

Ze snoof het op, en dommelde in een diepe slaap.

'Hey wakker worden.' Een bruine kater porde Sneeuwpoot.

Verrast keek de poes op, was ze in de SterrenClan? Maar waar waren de sterren? 'Is dit de SterrenClan?'

'Jazeker, ik ben Modderhart, ik zal je begeleiden.'

Een echte SterrenClankat, Lichtvoet zou trots op haar zijn. Modderhart was niet een kat waarvan je zou verwachten dat hij in de SterrenClan komt. Hij zat onder de schrammen, en zijn vacht was helemaal vuil. Maar het kon Sneeuwpoot helemaal niets schelen. Ze was bewonderd door de kater.

'Maar voordat je met mij meegaat moet ik je iets vragen. Wil je een SterrenClankrijger zijn?'

Verbaast keek Sneeuwpoot naar de krijger. 'Betekent dat dat ik moet sterven of zo?'

'Nee, nee, je blijft leven. Alleen je vecht voor de SterrenClan. Je zal gerespecteerd worden door iedereen en de leider worden!'

Sneeuwpoot knikte meteen, dit kon niet beter. 'Tuurlijk.'

'Je hebt je keuze gemaakt, je kan niet meer terug. Nooit meer.'


Loofvleugel

'Hé slaapkop, wakker worden!'

Loofvleugel keek op, het was Klaverbes, Loofvleugels beste vriend. 'Kom je nog? Ik heb niet de hele tijd!'

Ze stond op, ze was al heel lang bevriend met Klaverbes, al sinds ze kits waren, en ze wist dat ze meer voor hem voelde dan hij voor haar voelde. Ze liepen samen naar de Sneeuwrotsen, dat waren de enige rotsen in het BergClanterretorium waar sneeuw op lag, Loofvleugel en Klaverbes hadden de rotsen die naam gegeven. De andere katten gingen er nooit naar toe omdat daar geen prooi te vinden was, maar Loofvleugel sprak daar vaak af met Klaverbes, daar gingen ze allemaal dingen zeggen die alleen tussen hen zat. Als Loofvleugel een keer verdrietig was, ging ze daar met Klaverbes praten, ze vertrouwde elkaar, wat er dan ook gebeurde.

'Hey, dit is misschien een rare vraag, maar stel nou dat ik ooit iets slechts doe, of katten denken dat ik iets slechts heb gedaan, zou je me dan nog steeds vertrouwen?' vroeg Loofvleugel.

Klaverbes lachtte. 'Als je me vermoord niet meer, vertrouw me, ik weet dat je niet iets doet zonder een reden.'

Loofvleugel keek naar haar beste vriend, hij was een rode kater met groene ogen. Zijn vacht werd om de jaren steeds donkerder dus het was bijna bruin. Hij had zijn moeder nooit gekent, maar hij keek altijd vrolijk.

'Bedankt, ik voel me al wat beter, maar waarom wou je hier zitten eigenlijk?'

Haar vriend keek haar aan. 'Nou, Zomerlicht vertelde me een keer dat als zij ooit leider zou worden dat ze mij als...'

Klaverbes zweeg, maar Loofvleugel wist precies wat hij wou zeggen, het was bijna een magische gave, maar Loofvleugel kon altijd aan het gezicht en het gedrag van haar vriend zien wat hij wou zeggen.

'Commandant zou willen,' Loofvleugel staarde hem opgewonden aan. 'Dat is fantastisch!'

'Jij bent echt heel eng, hoe wist je dat?' Klaverbes liep voorzichtig naar achteren.

Loofvleugel liep langzaam naar hem toe, en toen ze ze hart kon horen bonken zij ze. 'Daar ben ik toch je beste vriendin voor?'

'Heel leuk, ze zei dat ze nog twijfelde tussen drie personen, waaronder mij.'

Opeens besefte Loofvleugel dat ze op patrouille moest. 'Vossenstront! Ik ben mijn patrouille vergeten!'

Ze liep snel weg, ze moest deze zelfs leiden, sinds Zomerlicht bijna al het werk van Regenster deed, de kater was erg ziek, maar Druppelvleugel zei dat er een grote kans was dat hij het ging overleven sinds het niet een hele erge ziekte was en dat er nog nooit een kat aan was gestorven.

Toen ze in het kamp zat dacht ze na, welke patrouille moest ze eigenlijk leiden en waar moesten ze naartoe. Zomerlicht was al een patrouille aan het leiden, dus ze moest het aan Regenster vragen.

Loofvleugel was nog net het hol binnnen en ze zag Druppelvleugel, ze besloot in de opening te wachten zodat ze Regenster en Druppelvleugel niet stoorde. Zelf praatte ze nooit met Druppelvleugel, ze was een verraadster en dat wist iedereen, maar Klaverbes zei dat Druppelvleugel het vast voor een reden deed en verbood haar om de medicijnkat iets aan te doen, dus ze negeerde de medicijnkat.

'Ik wou vertellen dat mijn medicijnhol helemaal kapot is gemaakt, en ik dacht...'

Loofvleugel voelde zich wel een beetje schuldig, ze zag hoe de katten haar hele kruidenverzameling hadden vernield en had niets gedaan, misschien was Druppelvleugel helemaal niet zo erg, ze was naar de RivierClan gevlucht om een belangrijke reden. Liefde, sinds Loofvleugel Klaverbes al een lange tijd leuk vond, begreep ze Druppelvleugel. Wat was ze eigenwijs, de poes wou alleen maar gelukkig zijn.

'Ach rot toch op met dat medicijnhol van je!'

De bruine poes schrok en haar haren gingen overeind staan, gelukkig had ze een onopvallende bruine vacht en zag niemand haar. Druppelvleugels leven was er echt behoorlijk heftig aan toe, als Druppelvleugel klaar was met praten, zou ze een beetje met haar kletsen. Dat zou aardig zijn voor deze poes die bijna niemand meer aan haar zij heeft.

Opeens begon Regenster oppervlakkerig te ademen en toen viel hij neer, Druppelvleugel staarde geschokt naar de kater. Ze keek om zich heen en rende weg, wat Loofvleugel best kon begrijpen. Als iemand haar dichtbij het lijk van de BergClanleider vonden zouden ze allemaal hetzelfde denken.

Voorzichtig liep Loofvleugel naar de kater, ze zou niet vertellen dat Druppelvleugel bij de kater was, want Zomerlicht kon misschien aardig zijn, maar dat zou tever voor haar gaan. De ziekte was Regenster fataal geworden.

'Wat. Is. Hier. Aan. De. Hand?!' De woedende, rossige poes liep naar Loofvleugel toe. Zomerlicht was binnengekomen.

'Ik kan het uitleggen, ik wou naar binnengaan, maar...' Loofvleugel besefte dat ze niet kon zeggen dat Druppelvleugel eerst bij Regenster was, omdat niemand haar vertrouwde zou ze automatisch worden verbannen.

'Maar?' vroeg Zomerlicht minachtend.

Loofvleugel dacht snel na. 'Ik vond hem dood, ik weet niet wat er is gebeurd.'

Rooshart kwam binnen, ze ging naast haar zus staan. 'Natuurlijk, ik zag alleen jouw naar binnen gaan.'

Opeens begon Zomerlichts jongere zus te schreeuwen. 'Moord!'

Loofvleugel liep naar achteren, wat gebeurde er? Als ze wegrende zou het verdacht zijn, maar ze had niets gedaan. En ze kon nu ook niets doen, iedereen zou denken dat zij het had gedaan. Waarom waren alle katten opeens tegen haar? 'Natuurlijk heeft ze het gedaan, ze is zo eigenwijs.'

Er verschenen meer katten, ze keken haar allemaal met dezelfde blik aan, Loofvleugel werd bang. 'Hij was ziek, hij...'

'Jongens we moeten naar de grote vergadering!' Klaverbes kwam uit het niets en redde Loofvleugel.

Zomerlicht staarde Loofvleugel ijzig aan. 'Goed dan, we lossen dit na de grote vergadering op. Maar Loofvleugel gaat niet mee.'

Opeens kwam Zilverlicht naar voren. 'Maar we moeten toch al onze krijgers meenemen die niet ziek zijn...'

'Mond houden, ga voor je kits zorgen.'

De moederkat liep langzaam naar achteren. Zomerlicht keek naar Loofvleugel. 'Je hebt deze keer geluk, je gaat met ons mee, maar na de vergadering...'

Loofvleugel besloot haar mond te houden, ze zou Klaverbes erna wel bedanken. De katten liepen allemaal in een rij, zodat niemand achtergelaten werd.

'H-heb je Regenster echt vermoord?' vroeg Klaverbes zenuwachtig, de kater was naast haar komen lopen.

Loofvleugel schudde vermoeid haar hoofd. 'Natuurlijk niet, ik was gewoon op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Regensters ziekte was te erg geworden.'

'Ik wist dat je hem niet had vermoord. Maar Zomerlicht klonk zo overtuigend.'

Opeens kwam Druppelvleugel naast de katten lopen. 'Het spijt me zo erg, het was zo aardig om niet te zeggen dat ik Regenster eerst had bezoekt.'

Druppelvleugel keek haar dankbaar aan, en Loofvleugel besloot haar te vertrouwen. Zij was de enige kat die wist dat ze hem niet had vermoord. Want Druppelvleugel had Regenster net als Loofvleugel zien sterven.

'Ok ik geloof je nu. Ik twijfelde eerst nog een beetje, maar ik weet dat Druppelvleugel nooit zou liegen,' Klaverbes keek zijn vriendin vol vertrouwen aan. 'Maar wat bedoel je Druppelvleugel met dat je hem eerst had bezocht?'

'Ik wou praten over de katten die mijn hol hadden vernield, maar het lukte hem niet meer om rustig te ademen. Ik ben snel weggegaan omdat Zomerlicht een heel verkeerd beeld dan had gekregen.'

Loofvleugel zuchtte. 'En toen kreeg ik de schuld.'

'Het spijt me zo erg,' Druppelvleugel keek Loofvleugel smekend aan. 'Ik wist niet dat je ook naar Regenster ging.'

'Het is niet erg. Ik was gewoon op de verkeerde plaats op de verkeerde tijd.'


Mangohart

'Nee, je mag niet naar het bos. Je weet dat de VuurClankrijgers nogal agressief zijn de laatste tijd.' Mangohart keek streng naar haar kitten.

Advertisement