De Nederlandse Warrior Cats Fanfiction wiki
Advertisement
Halve Maan (poster)).png

Halve maan[]

Static-assets-upload14624190407633578186.jpg
Welkom bij de eerste boek van Onheil! Ook bedankt voor het lezen, maar verwacht niet van me dat er elke dag een stukje verhaal komt, want ik heb ook nog school hé. Ik probeer het even spannend te maken met veel cliffhangers zodat jullie blijven doorlezen! ^^ En blijf ook vooral doorlezen.. Want je wil niet dat ik bij je profiel terecht kom! XD Veel plezier verder! Have a Nice time Nog veel credits aan Morgenpoot voor de cover! Voor de namen klik op hier.

Voorwoord[]

”Sst, straks ontdekken ze je nog!” Fluisterde Sterrenpoot. “Oke sorry, maar wie denk je dat ze zijn?” Vroeg Pluimpoot. Een van de katten keek om zich heen met zijn oren gespitst. “Ssst, jullie!” Hagelpoot zweette helemaal van top tot teen, want voordat ze het weten worden ze misschien ontdekt. Alledrie de katten werden zo stil als een muis en de kat draaide zich weer om. “Phew,” Sterrenpoot ademde weer uit. Sterrenpoot keek omhoog naar de halve maan, zou er een reden zijn waarom ze hier om halve maan vergaderen?

Proloog[]

Ver in het bovenwereld waar de doden nog bestaan..... “Hoe gaat het, makker?” Vraagt een plezierige stem. “Alles goed en met jou, Rafelstaart?” Rafelstaart houd zich laag en springt op een muis. “Hier, voor jou.” Bladoog neemt een hap en schuift de muis naar Rafelstaart toe. “Dat hoef je echt niet te doen! Ik kan straks wel mijn eigen prooi vangen.” Rafelstaart schuift de muis terug naar Bladoog. Ondertussen zit een schimmige duistere ook naar hun toe te kijken. Voor eens en voor altijd zal deze liefs stoppen, er komen nieuwe regels vooral duistere en nooit zal alles weer hetzelfde zijn. De duistere ogen keren zich om en gaan de woud binnen. “Krijg jij ook zo’n koude rilling?” Vraagt Bladoog. “Ja, komt vast door de wind.” Verzekert Rafelstaart. “Ja vast....”

Hoofdstuk 1[]

"Dauwneus, wanneer gaan we weer trainen?" Vraagt Sterrenpoot. "Je laat me alleen maar rotklusjes doen!" Sterrenpoot zat in de hol van de oudsten om hun teken te verwijderen. "Iedereen begint bij het begin, Sterrenpoot." Antwoordde Dauwneus. "Zo is dat." Er kwam een grijns op Sintelharts gezicht. "Hoezo mogen Hagelpoot en Pluimpoot dan wel gaan jagen?" Sterrenpoot pakte een teek eruit en gooide het op de grond. "Ze zullen vast ook zulke "rotklusjes" doen." Plaagde Dauwneus. Ze liep naar buiten en Moswind vroeg haar om op patrouille te gaan. "Eindelijk, ze is weg." Sterrenpoot liet haar muizengal vallen en rende naar buiten. Ze zag Hagelpoot terugkomen met zijn mentor. "Dat was leuk! Wat gaan we morgen doen?" Vroeg Hagelpoot. "Daar zak ik nog even over nadenken, misschien gaan we een stukje terretorium verkennen!" Sterrenpoot barstte van woedde, het was gewoon niet eerlijk! Nadat zijn mentor weg was liep Sterrenpoot meteen naar hem toe. "Wil je het terretorium vandaag in?" Vroeg Sterrenpoot aan Hagelpoot. "Dat moet ik eerst aan mijn mentor vragen, en we mogen sowieso niet alleen." Antwoordde Hagelpoot. Sterrenpoot rolde haar ogen, Hagelpoot was altijd trouw aan haar Clan. "Kom gewoon mee, het wordt leuk!" Sterrenpoot gaf een kopje. "Ik weet zeker dat er ons niets overkomt!" "Ehhh, oké." Alletwee slopen ze zachtjes en geruisloos naar buiten. Hagelpoot piekerde de hele tijd al was dat niet nodig, dacht Sterrenpoot. Sterrenpoot snoof de buitenlucht op. Dit was de eerste keer dat ze helemaal zelf buiten was. "Weet je zeker dat we dit mogen?" Vroeg Hagelpoot. Waarom heb ik hem ook nog meegenomen? Sterrenpoot liep door naar het woud. Hun terretorium was heel groot, en ze wist niet waar ze heen moest gaan. "Laten we gewoon naar de rivier gaan." Hagelpoot volgde Sterrenpoot naar het rivier toe. "Kijk, ik ben een vis!" Sterrenpoot speelde rond alsof ze een vis was, maar ze merkte niet dat ze dicht bij de rivier was. Plots viel ze in het water, en ze kreeg veek water binnen. Ze spartelde om hulp, maar niemand wist dat ze daar waren. "Help!" Op het puntje toen Sterrenpoot geen adem meer wist te krijgen werdt ze opgevist. "Waarom hebben jullie haar niet eerder uitgehaald? Ze had wel dood kunnen gaan!" Riep Hagelpoot. "Het is jullie eigen schuld hoor." Ondertussen werd Sterrenpoot nat op de grond gezet. Ze bibberde omdat ze het zo koud had. "Wie zijn jullie eigenlijk?" Vroeg Hagelpoot. De bruine kater en zijn patrouille stonden allemaal kalm langs de rivier te wachten. "We zijn WindClan, nooit van ons gehoord?" De ogen van de kater richtten zich op Sterrenpoot. "Kom, laten we je even naar huis brengen." De katten sprongen over de rivier heen en eentje met Sterrenpoot in zijn mond. "Wat doen jullie eigenlijk hier? Jullie zijn nog leerlingen, zo te zien." Vroeg Appelklauw, de bruine later. "Nou ehhh.." Hagelpoot stamelde even. Sterrenpoot wou wel iets zeggen, maar de worden kwamen haar niet uit de mond, er zat te veel water in. "Ach maakt niets uit, we begeleiden jullie naar jullie kamp." Samen liepen ze allemaal naar de kamp, de groep werd opgesplitst, want ze wouden niet katen denken dat ze aan het aanvallen waren. "Halt, we zijn jullie?" Ze werden tegengehouden door Braamvlucht, die de wacht hield. "Wij zijn het, Hagelpoot en Sterrenpoot." Antwoordde Hagelpoot. Al wist ze zeker dat ze straf zouden krijgen. "Kom dan binnen." Braamvlucht hield een strakke gezicht aan alletwee de leerlingen als sein dat er ze later behandeld worden. Het angst kriebelde binnen Hagelpoots lijf. Dit was het eerste keer tot nu toe dat ze iets tegen de krijgscode had gedaan. "Hatsjie!" Elke keer dat de kille bries tegen Sterrenpoot aanwaaide moest ze niezen. De krijger had haar nog in zijn mond en bracht haar naar de leider. Ze kwamen de commandant tegen en vroegen aan hem waar de leider zat. "Ze zit op patrouille", vertelde Mistelroos. Mistelroos draaide haar hoofd naar de natte kat. "Hoe kom jij hier?" Sterrenpoot begon te hoesten, de hele tijd achter elkaar. "Ze moet naar de medicijnkat." De kat van de patrouille staarde haar aan. Mistelroos zag aan zijn ogen dat hij niet liegde. "Volg me" Mistelroos leidde de groep naar de medicijnhol. "WindClan!" Dondervlucht griste zoveel medicijnen als ze kon in haar mond. "Rustig, ze hebben deze wandelende ramp gevonden!' Dondervlucht grinnikte even, maar verstarde toen. "Leg haar op de grond en vind zoveel mos of veren-of wat dan ook- als je kan.' Dondervlucht soorteerde wat kruiden en mengde ze met elkaar. 'Wij gaan dat niet doen, we worden nog zometeen gemist bij onze Clan!' Appelklauws staart begon heen en weer te zwiepen, je kon zien dat hij ongeduldig was. Mistelroos rolde haar ogen en riep een paar leerlingen:'Zandpoot! Forelpoot!' De twee leerlingen kwamen meteen aan. 'Jullie gaan met Hagelpoot mee om wat je ook kan te vinden, en zo snel mogelijk!' De leerlingen stonden klaar als soldaten en renden weg. Sterrenpoot stond nog steeds te hoesten. 'Wij gaan maar weer' de patrouille keerde om en ging de kamp uit. Dondervlucht had het te druk om dat te zien, maar wat voor ergs kon er gebeuren? 'Hier, kauw op dit.' Sterrenpoot bit erop en het smaakte, vies en bitter. Ze spuugde het meteen uit. 'Ieuw, wat is dit!' Sterrenpoot begon meteen veel te hoesten en water kwam uit haar mond. 'Daarom.' Intussen kwamen Hagelpoot, Zandpoot en Forelpoot binnen. Hun monden stonden vol met mos en wat veren. Zandpoot zag door al dat mos een steen niet en struikelde daarover. De veren en mos vielen op Sterrenpoot. 'Hatsjie!' Sterrenpoot moest niezen door de veren. 'Haal dit van me af!' Er klonk boosheid in Sterrenpoots stem, maar de leerlingen lachten toch. Sterrenpoot grauwde, maar ze bleven lachen. Opeens merkte Dondervlucht dat de leerlingen zijn binnen gekomen. 'Jullie zijn klaar hier, we hebben jullie niet meer nodig!' Dondervlucht duwde alledrie de leerlingen met haar staart naar buiten. 'Leerlingen..' zucht ze. Ze raapt alle mos en veren en maakt er een nest van. 'Rust hier, als je later wakker wordt voel je je beter.' Dat waren de laatste worden en haar ogen vielen meteen dicht.

Hoofdstuk 2[]

Sterrenpoot deed haar ogen open. Eerst was alles wazig, maar ze knipperde even en zag Dondervlucht. 'Oh, je bent wakker!' Dondervlucht draaide zich om van verbazing. 'Je mag al terug naar je nest.' Sterrenpoot liep naar buiten. Ze kon ze nog wat herrinneren wat hiervoor was gebeurd. 'Sterrenpoot!' Pluimpoot rende naar haar toe. Haar vacht ruikte naar bloed. 'Wat is er gebeurd?' vroeg Sterrenpoot, het leek wel alsof ze manenlang in de medicijnkathol heeft gelegen. 'We hebben gisteren onze eerste gevecht gehad tegen de RivierClan!' 'Die idoten vechten nog steeds om de Zonnerotsen!' pluimpoot haalde even adem.

'Zonder mij?' Sterrenpoot kon haar oren niet geloven. Ze wou haar eerste gevecht met haar broer en zus doen, maar nu hebben zij het al samen gedaan. Sterrenpoot liep door.

'He, ehh.. dinges! Welkom terug!' verwelkomde Forelpoot haar. Hoe kan hij nu mijn naam vergeten zijn? Vol boosheid rende hij naar de leerlingenhol om in zijn oude nest te slapen. Ze zocht voor haar nest maar kon het niet vinden. Opeens riep een stem van buiten de leerlingenhol.

'Zoek je voor je nest?' Vlierbloem leunde tegen een stam aan. Voordat Sterrenpoot iets kon zeggen vertelde Vlierbloem wat er was. Bah, een nest delen met Forelpoot! Sterrenpoot plofte in haar nest. Ze voelde slaperig en zwak, ook al had ze al geslapen in de medicijnkathol. Ze deed haar ogen dicht en viel meteen in slaap, maar dat wist ze niet.

Ze stond midden in een mistige woud. Sterrenpoot keek een beetje rond en vroeg dan: 'Hallo?' Eerst antwoorde niemand, maar net voordat ze het weer wou vragen kwamen er twee amber ogen tevoorschijn. 'Stil maar, kleintje' de kat liep even rond haar heen en snoof aan haar. 'Zo te zien heb ik de juiste gekozen...' de twee amber ogen bleven naar Sterrenpoot staren.

'Hoe bedoel je? Waar ben ik?' Sterrenpoot had geen enig idee waar ze was en ze wist niet eens wie die kat was en wat ze mompelde.

'Vraag niks, maar beveel mij. Het is een eer om mij in je dromen tegen te komen.' de kat probeerde dit slim te spelen, maar Sterrenpoot had nog steeds geen enig idee wie ze was. De kat zuchtte na een tijdje. 'Hoelang ben jij al leerling? Het lijkt alsof je een kit bent.'

Sterrenpoot verdedigde haarzelf. 'Ik ben geen kit!' en ze stak haar klauwen uit.

De kat draaide zich om: 'Ik kies wel iemand anders uit.' en ze liep weg in de mist.

'Wacht!' Sterrenpoot rende haar achterna. Ze probeerde haar te vinden maar ze was al weg.

Opeens stond ze achter haar. 'Zocht je mij?' Sterrenpoot schrok zich een hoedje. 'Kom om halve maan naar vierboom, we zullen je alles uitleggen.' na die zin verdween de kat.

Sterrenpoot deed haar ogen open, het was ochtend. Ze deed haar ogen toen weer dicht maar werd wakker gehouden door Forelpoot. De natte vacht friemelde tegen haar vacht aan. 'Ieuw, ga van me af!' Sterrenpoot wist niet of Forelpoot dat hoorde, dus ze ging zelf uit haar nest en begon te likken. Ze kreunde en probeerde er niet aan te denken. Waarom kon ik geen nest delen met Pluimpoot?

Toen ze uiteindelijk klaar was liep ze naar buiten, de zon scheen door de takjes op haar vacht. Maar dit zou de laatste keer zijn voordat het bladkaal werd. Ze liep door genietend van de zon zolang het kon. Maar natuurlijk moest haar mentor haar prachtig moment verbreken. 'Sterrenpoot!' riep Dauwneus rennend. Ze was eerder boos dan bezorgd. 'Hoe haal je het uit je hoofd om alleen naar buiten te gaan? De oudsten gaan nu wel manen klagen!' Sterrenpoot wist niet wat ze moest zeggen, plots viel haar iets in haar hoofd:'Hagelpoot dwong mij!'

'Muizenbrein, van Hagelpoot heb ik een heel ander verhaal gehoord!' Dauwneus keek haar boos aan. 'Je gaat nu naar de oudsten om teken te verwijderen!' Sterrenpoot schuifelde naar de medicijnhol om muizengal te halen.

'Straf gekregen?' Dondervlucht verwelkomde Sterrenpoot met een snorrend miauw. Sterrenpoot zuchtte. 'Hier heb je wat muizengal.' Sterrenpoot deed zoveel muizengal als ze kon in haar monden en schuifelde weer naar de oudstenhol. Ze kreeg niet zo'n warm welkom zoals die van Dondervlucht, maar ze hield haar adem en negeerde al hun praatjes. 'Kunnen we haar nog wel vertrouwen?' snuifde Eekhoornpels.

De dag vertstreek en ze was helemaal moe van alle klusjes. De zon was jammer genoeg al verdwenen en ze plofte in haar nest, waar natuurlijk smurrige vacht van Forelpoot op haar zat te wachten. Al was het maar voor vandaag, ze had er genoeg van. Stilletjes liep ze naar buiten. Ze bewonderde de kamp, maar ze had een idee vast in haar hoofd.

Ze sloop naar buiten, de krijger merkte haar niet omdat ze klein was. Ze keek omhoog naar de sterren, maar er waren er geen. Ze voelde zich opeens bang. Zouden mijn voorouders hier niet zijn om over me te waken? Sterrenpoot liep verder.

Stemmetjes gingen rond haar hoofd, maar ze liep door. Door het woud, door de rivier. Ze wist niet waar ze heen ging. Zelfs geruisloos door de WindClan terretorium.

Uiteindelijk stopte ze, op een plek waar ze nooit was geweest, maar wel herkende. Vierboom! Ze keek naar boven en zag een ding waar haar ogen op richtten.

Halve maan!

Hoofdstuk 3[]

'Daar ben je eindelijk!' de kat gromde. 'Wat is dat voor geur?' de kat trok een vies gezichtje. Daarna sprong ze op de steen. 'Ik ben Lotte.' Sterrenpoot leek geschokt, zo'n zachte naam voor een ruige poes. Sterrenpoot bleef Lotte aanstaren en zei geen woord.

'Je wordt in je Clan vergeten he?' Lotte zweeg. 'Jou bestemming wordt meer dan dat, geloof me.'

Sterrenpoot keek haar met grote ogen aan. 'Ik zal zorgen dat jij krijgt wat jij wilt, maar..' Lotte stopte. De spanning werd steeds meer een meer. 'Maar, in ruil daarvoor moet jij mij naar jou Clan brengen.'

De stilte was niet voor lang, want Lotte kende soms geen geduld. 'Wat is er?' grauwde ze.

'Oke' de woorden kwamen uit Sterrenpoots mond zonder na te denken. Maar dit is mijn kans! Mijn kans om wraak te nemen! 'Maar wat moet ik zeggen als ze jou zien? Je kan toch niet zomaar binnenkomen?'

'Je zult het zien'


Samen liepen ze naar de kamp met Sterrenpoot vooraan. Nu Sterrenpoot dichterbij was merkte ze al de verwondingen aan Lotte's vacht. Al was ze nieuwsgierig, dacht ze dat het beter was om niks te vragen. 'Laten we nu naar binnen sluipen, dan neem jij me mee en doen we alsof jij mij had gevonden in deze kamp.' fluisterde Lotte zachtjes.

Sterrenpoot deed wat ze zei en liep naar voren door de tunnel heen. De plan lie niet zo goed als ze dachten en een grote buigende schaduw kwam op Sterrenpoot terecht. 'Wat doe jij hier?' de diepe stem van Wolkenvos deed haar trillen.

Opeens kwam Lotte kruipend de tunnel uit:'Deze lieve poes heeft mij gevonden toen ik het nodig had.' Lotte deed alsof ze trilde van de kou en honger had. Wolkenvos keek haar even aan en bracht haar naar Regenster.

Zoals altijd zat ze in haar hol. 'Kom binnen' Regenster stond op een gaapte. 'Waar heb je haar gevonden?' Regenster zwiepte haar staart, en nog eens.

'Eh, in de kamp.' antwoordde Sterrenpoot. Regenster wenkte dat ze allebei mee moesten komen, en zodra Regenster liep volgden de twee katten haar. Ze leidde naar de hogesteen toe. Vast om te zien of de Clan ermee eens is.

"Laat alle katten die oud genoeg zijn zich hier, onderaan de Hogesteen, verzamelen voor een Clanvergadering" iedereen keek Regenster vragend aan, maar toen ze Lotte zagen werden ze meteen vijandig.

Wat kunnen vergaderingen soms vijandig zijn.

'Stil!' de roeping van Regenster weerkaatste overal, en zoals altijd werd het meteen stil. 'Wat voor kansen nemen we als we een eenling bij ons Clan nemen? De Clans zullen ons uitlachen, maar niet alleen dat. Soms zullen ze erom vechten, maar wij zijn sterk.. Alleen het is bladkaal, kunnen we het zo houden? Weinig prooi, maar toch overleven we het. Maar met verwondingen zal er weinig overblijven van onze Clan..'

De katten hadden een hart, een begrepen dat het hard zou zijn met Lotte erbij. Sterrenpoot boorde haar nagels in de grond. Laat haar alsjeblieft toe in onze Clan!


Regensters zin ging verder:'Maar we kunnen een kat in nood niet achterlaten, dus mijn besluit zal vast zijn. Welkom Lotte... voor nu."

De vergadering liep niet zo goed als Sterrenpoot dacht, Lotte kreeg niet eens een krijgersnaam! En Regenster was vast niet van plan om haar voor altijd te houden, dus het bleef een raadsel hoe Lotte Sterrenpoot zou helpen.

'Ik neem aan dat jij nu krijger bent?' Sterrenpoot liep naast Lotte. 'Nee, ik moet eerst alles leren, zei Regenster. Dus ik ben leerling.' gromde Lotte. 'Oh, wie is jou mentor dan?' vroeg Sterrenpoot. 'Vlierbloem.' Lotte gedraagde zich als een leerling en en rende boos naar de hol. Het lijkt wel of ze het hier gewend is, zou ze een SterrenClankat zijn? Nee, dan zou ze niet zo'n naam hebben.

Dauwneus kwam aan:'Kom je mee op ochtendpatrouille nu je toch wakker bent?' Sterrenpoot zuchtte en kwam mee, tegelijkertijd was ze toch ook blij omdat ze eindelijk iets anders hoefde te doen.

'Moet Sterrenpoot meekomen? Anders moeten we haar weer uit het water halen.' hoorde Sterrenpoot Forelpoot mompelen. Grmpf, hoor wie het zegt!

'Als je wilt kan jij in het kamp blijven.' de tegenslag vernederde Forelpoot, en hij liep chagrijnig mee. Sterrenpoot grinnikte, en kon haar lach niet inhouden, dit was de eerste keer dat ze Forelpoot tegen had!



Advertisement