De Nederlandse Warrior Cats Fanfiction wiki
Advertisement

In Roodwolks fanfictionsHoi! Leuk dat je hier even kijkt! Als je aan het begin van het verhaal zit, zul je snel merken dat het niet zo is als in de warrior cats boeken! Maar, tussen hoofdstuk 1 en 16 is al heel veel vooruitgang!

Deze prachtige cover is gemaakt door Morgenpoot!

Dit is het eerste boek van de originele serie.

De clans:[]

De clans vinden jullie terug bij Roodwolks Fanfictions/De splitsing/Clans

De personages:[]

De personages staan op Roodwolk/ Personages

Proloog:[]

Rietkit was opeens omringd door grijze, soort van staven. Alles was donker. Rond haar heen hoorde ze katten, van kittens tot oudsten piepen en huilen. Ze zaten in een groot monster. Ze wist niet hoe het kwam dat ze daar waren. Opeens deed het monster een muil open aan de zijkant. Een tweebeen stapte in zijn buik. Opeens begon alles te trillen en voelde Rietkit dat ze vooruit gingen. Dit is het einde en het is op komst...

Voorwoord:[]

Een Vuurrode kater stapte naar voren. Het was nacht in de Sterrenclan, zoals altijd. "Vuurster, Welkom terug." Begroette een Donkerbruine poes hem. "Berkenster." Antwoordde Vuurster. Meer en meer katten verschenen op de grote plek. Allemaal leiders, om precies te zijn, wachtend op Vuursters stem. "Zoals jullie weten, ben ik met MidderNacht gaan praten. Volgens haar heeft ze de HemelClan het al verteld." Vragen gingen rond de open plek. "Vuurster, heeft ze de profetie verteld?" Vroeg Langster. "Ja." Antwoordde Vuurster, toen vervolgde hij met de profetie: "Pas op voor de snelle haas. Deze haas is sterk en vals en kan Amberblokken verbrokkelen. Maar pas op: Deze haas kan Oceanen laten opdrogen en kan hemelen verwoesten."

"Goed, laten we onze bespreking afronden." Zei Zonnester.

Eén voor één vervaagden de katten.

Hoofdstuk 1:[]

Rietpoot werd overspoeld met geluk: "Ik heb mijn eerste prooi gevangen!" Dacht ze en ze keek naar de mollige duif die ze had gevangen. "Nu nog naar Kiemvacht gaan." Dacht ze. Na een tijdje draven kwam ze bij Kiemvacht aan. Toen hij haar zag, prees hij haar met de enige echte woorden: "Wow!" Amberspikkel was er ook. Zij was de mentor van Rimpelpoot, haar broer. Haar zus, Tsunamipoot, had het pad van de medicijnkatten gekozen. Maar zo te zien was Rimpelpoot er nog niet. Maar voor dat ze vroeg wanneer hij kwam, verscheen hij al tussen de varens. Hij droeg een Ekster. "Laten we teruggaan naar het kamp." Zei Amberspikkel. "Het gaat regenen."


Voordat ze al terug waren in het kamp, was het al aan het gieten. "UUGH!" Mopperde Rimpelpoot. Hij haatte water, meer dan de rest. Uiteindelijk kwamen ze aan in het kamp. Rietpoot schrok zich een hoedje toen ze alle katten in een cirkel zag staan en ze de geur van de dood rook. "Wat gebeurt er?" Vroeg Rimpelpoot zenuwachtig." Er is iemand gestorven!" Dacht ze. Ze wurmde zich tussen de katten en keek geschrokken naar het lijk. "Het is Kwikster!"


"Is ze vermoord?" Vroeg Rietpoot. "Nee..." Anwoordde Leliestaart zacht. "Ze is gestorven van ouderdom." "Ze kan tenminste gelukkig zijn. Ze had alles verloren van wat ze hield: Haar vader Vuurster, Haar moeder Zandstorm, haar zus Loofpoel, en haar partner Braamster." Dacht Rietpoot triest. Haar neefjes en nichtje had ze ook verloren, want ze had Leeuwvlam nog gekend als oudste. Hij vertelde haar altijd het verhaal van de "grote strijd" tussen de sterrenclan en het duistere woud. Soms vertelde Amberspikkel over haar moeder Lichthart en het hondenverhaal, lang geleden.

Hoofdstuk 2:[]

Een paar ogenblikken erna sprong Amberspikkel op de Hogerots en zei: "Ik ga naar de Maanpoel om mijn negen levens te ontvangen." Toen antwoordde Leliestaart: "We vertrekken meteen. Ik haal de reiskruiden." Toen was het stil en daarna vroeg Langvacht: "Wie gaat het lichaam samen met mij begraven?" "Ik zal meegaan." Dat zei Katoenpels. De twee katten verdwenen in de tunnel. Ze hadden geen tijd om te rouwen gehad, dat kwam omdat het vannacht de grote vergadering was.

Rietpoot zag hoe dat de Rivierclan aankwam. Hun leider Hazenster liep voorop, daarna de commandant Wolvenpels. Zijn zilveren vacht schitterde onder de sterrenhemel. Daarna kwam de Schaduwclan met hun leider Lijsterster. De oude kater was pikzwart geweest, maar eigenlijk was hij nu grijs van de ouderdom. Uiteindelijk kwam de Windclan aan met hun leider Vosster.

Eén voor één sprongen ze in de boom. Amberster had wat moeite, want dit was de eerste keer. Lijsterster begon: "Met de Schaduwclan gaat het goed. Er is prooi voldoende en onze medicijnkat moet al geen kruiden meer verzamelen voor bladkaal." Hij trok met een oor om te laten zien dat hij gesproken had. Daarna was Vosster aan het woord: "Alles gaat goed met de Windclan. We hebben er zelfs twee leerlingen bij: Schroeipoot en Zwaluwpoot!" Iedereen riep de namen en de twee leerlingen keken vol trots naar de katten. Hazenster was aan het woord: "Eigenlijk hoeven we niks speciaals te vertellen." Amberster schrok even en begon: "Zoals jullie zien ben ik de leider. Er is nog geen commandant, die ga ik straks benoemen. Voor de rest hebben we er drie leerlingen bij: Tsunamipoot ,Rimpelpoot en Rietpoot! Iedereen juichte en Rietpoot en haar nestgenootjes bloeiden van trots. "Ik ben een leerling!"

Hoofdstuk 3 :[]

Dagen streken voorbij. Rietpoot kwam voorbij Stormpoot en Vlampoot. Opeens voelde ze een steek van medelijden voor de twee broers toen ze dacht aan haar moeder, Snelvacht: "Ik heb altijd al een moeder gehad, maar die van hun heeft hun verlaten. Ik hoop dat dat nooit mij overkomt." Maar toen ze dacht aan haar mentor, Kiemvacht, die een paar dagen geleden tot commandant was genoemd, werd ze op slag mega blij.

De volgende dag werd Rietpoot wakker toen Rimpelpoot heftig op haar zij porde. "Onze broertjes en zusje zijn weggelopen!" Zei Rimpelpoot nerveus. "Kom, we moeten met de zoekpatrouille mee!" "Oké, Oké!" Zei ze toen rechtopsprong van de schrik. Kiemvacht stond al de patrouilles samen te stellen. "Bij zoekpatrouille 1: Sneeuwstorm, Kruidbloem, Katoenpels en Rimpelpoot! Jullie zoeken aan de kant van de Rivierclan." Hij stopte even en vervolgde toen: "Bij zoekpatrouille 2: Snelvacht, Vlampoot en Rietpoot!"

Toen ze zowat een uur aan de kant van de WindClan zochten, Rook ze een kitten! ze volgde de geur, en toen ze dichterbij kwam wist ze wie: Donskit! "Rietpoot?" Piepte een angstig stemmetje. "Donskit! Ja, ik ben het!!" Zei Rietpoot. Toen ze rondkeek, was de rest van de patrouille verdwenen. "Vreemd." dacht ze. "Waar zijn Spikkelkit en Schildpadkit?" Vroeg Rietpoot. "Meegenomen door tweebenen." Zei het kleine poesje angstig. "Waar gingen ze naar toe?" Vroeg ze. "Naar daar." En ze wees met haar neus naar een varenbosje. Rietpoot kwam dichterbij. Toen ze op een kleine, open plek kwam, zag ze een Mollig konijn. "dit kan handig zijn als we terug gaan naar het kamp." Toen haar neus het stuk prooi raakte, Voelde ze een scherpe pijn in haar achterpoot. Toen ze keek, zag ze een raar tweebeenstokje met een rood pluisje in haar achterpoot steken. Opeens werd ze heel duizelig en moe. Het laatste wat ze zag, was een wazig beeld van Donskit. Toen viel ze op haar zij en werd alles zwart.

Hoofdstuk 4 :[]

Toen ze wakker werd, zag ze grijze, ronden soort van takken rond zich heen. Ze raakte er één, en toen besefte ze dat het geen takken waren, maar staven. "Het is ijskoud!" dacht ze. "Wacht... Mijn visioen! Dit is het! " Toen hoorde ze de andere katten. Kittens piepten, oudsten jammerden. "Wat is er gebeurd?" Vroeg ze. Toen hoorde ze een bekende stem. "We zijn in een monster. Patrouille 1 kwam terug en het kamp werd overvallen door tweebenen. Er zijn er nog veilig, maar zeker de helft is weg van alle clans. We zijn opgesplitst." "RIMPELPOOT! Ben jij dat?!" vroeg ze. "Yup. De enige echte, Rietpoot!" "Wacht. Zijn we nu echt opgesplitst? vroeg ze. "Ja , een splitsing. De splitsing." Antwoordde Rimpelpoot.

Opeens werd het monster wakker. Het begon te rammelen en een tweebeen scheurde het pantser open. Hij stapte in zijn hoofd en opeens, ging het monster vooruit. Dat kon Rietpoot alleen zien door een paar sneetjes in het vel van het monster. "Is moeder hier? En Tsunamipoot?" Vroeg ze. "Moeder niet, Maar Tsunamipoot wel. Zij zit aan de andere kant van het monster. Heb ik gehoord van mijn buur, Katoenpels. De kittens zijn opgesplitst. Blijkbaar is Schildpadkit veilig, Donskit ook." antwoordde de zwarte kater. "En spikkelkit?" Vroeg ze. "Uhm...Uhm... Weet ik niet. Maar ik weet wel dat deze rij niet de enigste is. Blijkbaar staat er een muur tussen de twee rijen, misschien is Spikkelkit daarbij.

Dagen streken voorbij, al wist ze niet meer hoeveel. Als eten kregen ze poesiepoesbrokjes, wat walgelijk was. Dat kregen ze één keer per dag. Ook een klein kommetje water hoorde daarbij. Ondertussen gaven ze berichten door , en ondertussen wist ze iedereen in de rij. Toevallig waren dat allemaal DonderClankatten. Soms stopte het monster om te drinken van zwart water.

Opeens schreeuwde iemand aan de andere rij zo hard dat ze het kon horen: "KATERS/POEZEN!!! EEN TWEEBEEN HEEFT IETS LATEN VALLEN! IK BEN VRIJ!!!" Dat was de stem van Vlampoot! Ze had die kater altijd al fascinerend gevonden. "IK KAN DE ANDERE OOK VRIJLATEN!!!" Riep hij. Alle katten begonnen te joelen en te tieren. Ze waren vrij! Ze hoorde geklingel en geklangel. Op eens zag ze dat iemand het vel van het monster openscheurde naast het haar kooi. Wolvenpels stapte ertussenin.Hij riep: "Ik kom jullie bevrijden! Zometeen zullen jullie op de staart van het monster moeten stappen! Dat is heel smal dus als hier kittens zijn, neem die dan in je bek! Rimpelpoot pakte Schildpadkit terwijl Rietpoot Donskit nam.

Het was een gevaarlijke oversteek, daar had Wolvenpels wel gelijk mee gehad. Ze kwamen aan de andere kant uit van het monster, de kant van Vlampoot. De rode kater zei: "Als iedereen helpt het vel openscheuren, kunnen we een groot gat maken en erdoor springen. Dat word gevaarlijk, maar we moeten het riskeren." Rietpoot zette Donskit neer en begon aan het vel te krabben.

Hoofdstuk 5:[]

Er was ondertussen een groot gat gemaakt. Opeens zei Hazenster, samen met Amberster : "We moeten springen! De val gaat pijn doen, want we gaan mega snel, dus pak de kitten vast die je daarjuist vast had. Als iedereen klaar is, springen we op mijn teken." "Wacht!" Riepen een paar oudsten. "Wij willen niet mee! Onze ouden gewrichten overleven dat niet. Wij gaan met die tweebenen mee, of je het nu goed vind of niet." "Oké" Zei Amberster traag. "Als dat jullie wens is, succes dan." Toen riep Hazenster: "OP JULLIE PLAATSEN!" Rietpoot rende met donskit naar de rand. Iedereen stond in een rij. "3, 2, 1..... SPRINGENNNN!!! Riep hazenster. Iedereen sprong. Met een harde smak belande ze op de grond. Alle katten lagen daar te kreunen. Opeens werd ze overspoeld met angst. "Spikkelkit!" Het zwart met wit gespikkeld katertje lag als een hoopje vacht op de grond. Rietpoot rende naar haar broertje, maar ze zag dat Tsunamipoot al daar stond. "Hij is dood." Zei de blauwgrijze poes met een stokkende adem. "NEE!"

"Wat nu?" Vroeg Amberster. Hazenster dacht na voordat ze antwoord gaf: "We moeten een schuilplaats vinden voor vannacht." Hazenster vervolgde: "We splitsen ons op. Rivierclan, Schaduwclan, Volg mij!" Amberster haar haren stonden rechtop van verbazing. "Wat?! Opsplitsen? Na alles wat we samen hadden gedaan?! " Vroeg Amberster geschokt. "Ja." Zei Hazenster koeltjes terug. "Neem Windclan met je mee, Dankuwel." Kaatste ze terug.

Rietpoot zag vol afschuw hoe Hazenster haar twee clans wegleidde. "Kom mee, katten." Zei Amberster, nog steeds geschokt over daarnet. Ze werd blij toen ze een zachte, mooie vacht zag: "Zachtpoot!!!" Riep Rietpoot blij. Haar vriendin was er ook geweest! "Rietpoot?! Jij bent het!" Riep ze. Amberter onderbrak hun reunie: "Katten! we moeten een schuilplaats vinden! Daar is een woud! Kom, ik deel patrouilles uit!" Rietpoot, geflankeerd door Zachtpoot, liep naar de leider. "Wie zijn jullie?" Vroeg een grijszwart poesje. "Ik ben Rietpoot. Dit is mijn vriendin, Zachtpoot. Wat is jou naam?" Het poesje antwoordde: "Ik ben Kraaipoot! "Kunnen jullie mijn vriendinnen zijn? Ik ben de enigste leerling nog over van de WindClan..." "Natuurlijk!" Antwoordde Zachtpoot blij.

Hoofdstuk 6:[]


"Kom, we gaan eventjes naar de patrouilles kijken." Zei Rietpoot. Op de hielen gevolgd door haar vriendinnen, sloten ze aan bij de halve cirkel. Amberster had het woord: "Oké, katten. De helft blijft hier, de andere helft op patrouille." Zei de oude poes. Ze vervolgde: "Uhm... Is de Commandant van de WindClan hier?" Opeens vervolgde een mooie, nobele stem: "Ja, Hier ben ik. De enige, echte Zonhart!" De oranje kater sprong naast Amberster. "Oké, Zonhart. Wie zou jij op patrouille sturen van jou clan? Max. 4 katten." Zei de Lichtbruine poes. De kater antwoordde: "Liefst zou ik...." Hij dacht even na en keek naar de overgebleven windclankatten. "Lynxneus, Vochtvacht, Kraaipoot en Bruinhart." Toen Rietpoot rondkeek naar de katten, zag ze dat de katten die naar voor sprongen de gezondste 4 katten waren, van de WindClan dan toch.

Amberster vervolgde: "Oké, DonderClan, Leeuwerikvleugel, Taanstap, Katoenpels en Zachtpoot." De katten vertrokken nog niet, want Amberster had nog niet gedaan. "Jullie splitsen op, zodat jullie in een gemixte patrouille zitten: Twee van WindClan, twee van DonderClan."

Zachtpoot was natuurlijk bij Kraaipoot, en daar was Rietpoot natuurlijk snikjaloers op. Toen besefte ze pas hoeveel katten hier verdrietig waren. "Ze zijn hun familie verloren. Ik ook." Ze ging in een drafje naar haar nestgenootjes. Ze waren Spikkelkit aan het begraven. Spijtig genoeg naast het donderpad. Rietpoot ging zitten en keek naar Spikkelkit. Donskit en Schildpadkit waren er ook.

Pas een hele tijd na de begravenis kwamen de patrouilles terug. Ze hadden allebei een schuilplaats gevonden, en iedereen begon te stemmen: "Het is oftewel in die grot, of in die tunnel." Had Amberster gezegd. "Degene die de grot willen, gaan daar staan." Amberster wees naar rechts. "Degene die de tunnel willen, gaan daar staan." En ze wees nu naar links. Rietpoot koos voor de tunnel, blijkbaar was dat dicht bij een klein poeltje, en daar was mos. Tot haar opluchting kozen de meeste voor de tunnel. Ze vertrokken. Rietpoot had Schildpadkit vast. Hij zeurde: "Ik wil mama, wanneer zijn we er..." Rietpoot antwoordde droogjes: "Ik heb honger." Na een tijdje was het katertje in slaap gevallen.

Ze kwamen aan in de tunnel. De opening was tussen de wortels geweest, en daarbinnen hadden ze het overal bekleed met verse, felle varens. Alle planten waren anders geweest en alles was groener geworden. "Raar." Dacht Rietpoot voor ze in slaap viel met al haar broertjes en zusjes op elkaar gepakt.

Hoofdstuk 7:[]

Tsunamipoot hoorde zachte stemmen. Met haar vochtige ogen van de slaap, kon ze alleen maar schimmen zien bewegen. Haar maag rommelde als een monster, en toen haar neus wat wakkerder werd, besefte ze pas dat het geen clankatten waren! Ze tilde haar hoofd op. Ze stompte tegen Rimpelpoot. De grijze kater was veel te diep in slaap. "Rietpoot." Dacht ze. Haar zus had al heel haar leven last gehad van dromen, die blijkbaar altijd uitkwamen. Ze stompte tegen de Zwarte poes. Haar gouden ogen kwamen te voorschijn toen ze die opendeed. "Wat?" Vroeg Rietpoot. "Ssssst..." Zei Tsunamipoot. Rietpoot wou haar mond opendoen om te spreken,maar toen besefte ze dat er katten waren. Haar gouden ogen schoten in angst. Met haar staart toonde ze aan dat ze laag moesten blijven. Achter de massieve kater genaamd Zonhart was dat makkelijk. Ze kwamen dichter bij elkaar door slaapbewegingen te doen, totdat ze uit het zicht van de katten waren. "Ik heb een plan." Fluisterde Rietpoot. "Het enigste wat we moeten doen is het meest Roddelachtige kit wakker te maken, het in z'n oor fluisteren en hem achter de ruggen naar Amberster te laten brengen."

Tsunamipoot porde Donskit wakker. Haar groene ogen waren blij, totdat ze wakker genoeg was dat ze de katten hoorde. "Ik heb een missie voor jou. Maak iedereen wakker en zorg dat ze NIET rechtopstaan, maar fluister het in hun oren. Uiteindelijk moet Amberster het weten, gesnapt?" Het pluizige poesje knikte en schoot weg. Gelukkig lag Amberster achter de kater Gansvleugel, de grootste kater van de bende. Tsunamipoot zag hoe een donzig staartje achter Gansvleugel verdween. "Gelukkig." Rietpoot lag naast haar even ongerust te kijken naar wat er achter Gansvleugel gebeurde. Eerst hoorde ze zachte stemmen, daarna was het stil. "Amberster weet het." Zuchtte de zwarte poes opgelucht. Maar ze verstijfden toen Gansvleugel zich in zijn slaap bewoog, zodat Amberster, een wakkere poes, in zicht kwam van de katten.

Een kreet van een zwarte poes alarmeerde de katten. Kiemvacht schoot recht, en een paar andere deden hetzelfde. "Indringers!!!!" Schreeuwde Lynxsnoet. Ze pakte snel haar overgebleven kit Valkit, van nog maar een maan oud. Tsunamipoot kon nu niets anders doen dan hetzelfde, want Zonhart was opgestaan. Een kater schreeuwde: "Hemelclan, Vang Die katten!!!!" "WACHT!" Riep een krakerige stem.

Hoofdstuk 8:[]

Ze keek om en zag dat het Amberster was geweest. "Zei je nu: Hemelclan?!" Vroeg ze met open ogen. "Ja, ben je doof?" Antwoordde de kater ruw. "Nee, dat ben ik niet, ik was gewoon versteld dat jullie ook een clan waren! Ik ben de leider van de DonderClan, en dit is de commandant van de WindClan." Stelde Amberster zich voor. De kater spuugde. "Je bedoelt de clans die mijn clan hebben verjaagd en daarna ons terug geholpen hebben? "

Amberster schrok. "Behoorden jullie tot onze clans?" De kater antwoordde zuchtend: "Ja, slimmeke. Toen de tweebeenplaats werd gebouwd moesten wij vertrekken, en daarna zijn we nog eens meegenomen door die muizenbreinen van tweebenen en hier terechtgekomen!" Hij vervolgde: "En wat doen Jullie op ons territorium?" Amberster keek koeltjes naar hem en begon te praten. "Het zelfde als jou is ons overkomen, slimmeke." "Pffff... Ik ga effe met Oceaanster bespreken wat we gaan doen met jullie onnozelaars." Hij draaide zich om en spurtte weg. Later kwam er een poes te voorschijn. Ze had mooie, groenblauwe ogen en begon te praten: "Dus jullie zijn de DonderClan en de WindClan, maar waar zijn de RivierClan en de SchaduwClan?" Amberster antwoordde beleefd: "Ze zijn samen met Hazenster vertrokken, opeens wou ze opsplitsen en heeft ze de SchaduwClan maar meegepakt." De poes wachtte even voor dat ze verder ging: "Oké, jullie mogen bij ons komen als jullie willen, in het woud. Trouwens, het lijkt een raar woud, maar het is dan ook Tropisch . Er zijn hier vele gevaren. Laat ik mij even voorstellen: Ik ben Oceaanster, en sorry dat mijn commandant Nachtbrokkel ruw tegen jullie was. "

Alle katten hadden zich stilgehouden. Amberster begon weer:"Katten, het lijkt me best dat we naar hun kamp gaan." Alle katten hesen zich omhoog en ze vroeg aan een poes om een kitten vast te houden. "Hij noemt Natkit" had de poes gezegd. Alle katten gingen naar buiten. Met Natkit in haar mond volgde ze de leider.

Ze liepen allemaal door het woud. Alles was felgroen en Amberster had een praatje met Oceaanster. Uiteindelijk had de moeder van Natkit de kitten overgepakt en had Rietpoot even tijd voor haarzelf. Ze ging naar Zachtpoot en Kraaipoot, die druk in discussie waren. "Over wat praten jullie?" Vroeg Rietpoot. Zachtpoot keek op: "Over wat een raar woud dit is. " Antwoordde Zachtpoot. "Kraaipoot zegt dat het Tropisch is of zoiets, maar voor mij is het gewoon vreemd."

"Het is dan ook Tropisch." Antwoordde Kraaipoot. "Nee, dat is het niet!" Antwoordde Zachtpoot fel. Rietpoot had besloten zich maar niet te moeien en ging even rondkijken. Ze zag opeens een struik bewegen. Rietpoot stopte om even te ruiken. Het was een onbekende geur. Al snel stopte ook de Hemelclankatten met praten en zwegen, met hun oren gespitst. Oceaanster's nekvacht kwam overeind. Opeens schreeuwde Nachtbrokkel: "RENNEN! DASSEN!" Iedereen schrok zich dood en probeerden wanhopig weg te rennen. Een schim sprong uit de struiken, regelstreeks op Rietpoot af. Ze schrok zich een hoedje. Een das belande met volle gewicht op haar. Ze probeerde zich uit de greep te wurmen,maar de volwassen das was te zwaar. Al de lucht werd uit haar longen geperst, maar ze kon nog net zien hoe een donkergrijze kater op de das sprong en hem eraf sleurde. Rietpoot krabbelde overeind. Toen pas besefte ze dat het haar broer was geweest die haar had gered. Ze vlamde regelstreeks op een poot af. Alle leerlingen kwamen helpen, en na een tijdje had de das het opgegeven en was hij weggevlucht. Een jonge stem kwam van voren: "Goed gedaan iedereen!" Snorde Oceaanster. Nachtbrokkel keek droogjes naar Oceaanster om daarna de clans toe te spreken: "kom, als we nu niet doorlopen, hebben we straks weer last van Tijgers, en die scheuren je aan stukken." Naast haar keek Kraaipoot met open ogen naar de commandant: " Zei hij nu.... Tijgers?" vroeg ze . "Yup"

Hoofdstuk 9:[]

Rimpelpoot snoof de frisse lucht op. Ze waren bijna in het kamp, hij rook de sterke geur van de katten. Maar de geur werd op een bepaalde manier gedempt. "Kom mee, katten." Zei Oceaanster en ze wandelde rechtstreeks op een hoopje varens, en die stonden wel vlak naast een vulkaan. Ze spitste haar oren. "Kust is veilig." Zei ze blij en ze wurmde zich onder de varens. Nachtbrokkel volgde haar voorbeeld. Rimpelpoot vond het maar vreemd. "Woont een hele clan tussen die kleine varens?!" Hij probeerde het nog niet. Tsunamipoot probeerde het maar. Hij zag nog net een blauwgrijze staart tussen de varens verdwijnen, om daarna haar weer te zien. "Het is echt cool!" Zei de blauwgrijze poes. Ze verdween weer. Rimpelpoot moest het nu wel doen. Hij bukte en sloop tussen de varens. Pas een poosje daarna besefte hij dat hij niet meer tussen varens aan het kruipen was. Hij opende zijn ogen en zag dat hij in een tunnel was. Hij schrok zich dood toen hij zag dat de grond gemaakt was van takken. Nee, dichtgemaakt met takken. Daaronder was een ravijn. Hij kwam traag rechtop, bang om in te zakken. Maar de bladeren waren stevig goenoeg gemaakt door een soort sterke tak die hij nog niet kende.

Hij stapte verder, en kwam uit op een grote plek. Er was genoeg licht, en daarom keek hij naar boven. Toen wist hij waar ze waren. In de vulkaan. Er was een ring van steen, en vanbinnen was dat gevuld met takken en bladeren. Hij sprong snel op de steenkring, rond de cirkel van takken.

Hij was uitgeput en kon nog amper lopen. Zijn donkergrijze poot ded het meest pijn, en hij wou wel eens weten hoe dat kwam. Toen hij de poot ophefde, zag hij bloed tussen zijn klauwen. Zo te zien miste er een stukje van de klauw, en hij wou wel eens weten wie de medicijnkat was. "Ik kan het maar beter vragen aan Tsunamipoot." dacht hij met zijn tanden op elkaar geklemd van de pijn. Hij hinkte naar Tsunamipoot, die druk bezig was met Rietpoot. Haar poot was geschaafd. "Uhm.. Sorry Rietpoot. Ik weet niet eens waar de kruiden liggen en of ik ze wel kan gebruiken."

Pas toen Rietpoot weg stapte, merkte de blauwgrijze poes hem op."Oh! Hoe lang sta je er al?" Vroeg ze met een brede grijns. "Wel, niet zo lang, ik dacht dat je ko helpen maar blijkbaar iet. " Antwoordde hij met glazige ogen. Hij hief zijn poot op, en Tsunamipoot's ogen werden groot. Ze stoof weg naar Oceaanster, wachtte even totdat de zilveren poes klaar was met praten en vroeg naar de medicijnkat.

Rimpelpoot zag hoe Oceaanster even in een hol verdween en daarna terug kwam met een witte poes. Toen hij haar gezicht zag, zag hij dat ze een donkerrode neus had. Een gouden kater trippelde achter haar aan. Tsunamipoot vroeg iets wat hij niet verstond aan de poes. Tsunamipoot richtte haar neus naar Rimpelpoot. De witte poes zei iets tegen de rosse kater, en hij stoof weg naar het hol. Ondertussen galoppeerde de poes naar hem. "Laat me eens kijken naar je poot." Zei ze vriendelijk. "Hoe noem jij?" Vroeg ze. "Ik ben Dennenneus." Rimpelpoot wist dat die naam bij haar paste. "Ik ben Rimpelpoot." Antwoordde hij en hij tilde de poot op. De rosse kater kwam aangerend met een knotje Spinrag. "Goed zo, Zonnesnor." Zei Dennenneus tegen de rosse kater. "Zonnesnor." Dacht Rimpelpoot terwijl dat dat Dennenneus een stuk spinrag van de knot nam. "Zonnesnor? Die zwarte poes heeft een schram." Ze wees naar Rietpoot. Zonnesnor pakte de knot mee naar Rietpoot. Het deed een beetje zeer toen het spinrag strak rond zijn poot werd gebonden, maar hij kon terug gewoon lopen. "Dank je!" Zei Rimpelpoot tegen de witte poes. Ze knikte en keek om zich heen. Haar ogen waren een beetje angstig. Dennenneus trippelde naar Oceaanster en praatte ernstig met haar. Oceaanster sprong op een rots die puntig uit de muur stak en begon te praten. "Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich onderaan de grote rots verzamelen!" Katten verschenen uit het niets. "Zoals jullie weten, zijn er nu twee clans bijgekomen in een kamp van één. We zullen holen moeten bijgraven." "Hemelclan, aan de slag!" Voegde Nachtbrokkel erbij. Op een rare wijze krabten de katten het steen. "Hoe.. hoe kunnen jullie krabben aan stenen?" Vroeg hij aan een Oranje kater met zwarte strepen. "Oh, door de hitte die er ontstond door uitbarstingen. Eigenlijk is dit gewoon oude lava die versteend is." Rimpelpoot was verbaasd van het antwoord. De kater vervolgde: "Zou je niet best samen met de andere leerlingen een tweede leerlingenhol uitgraven?" Vroeg hij daarna. Rimpelpoot stoof naar de andere leerlingen. Het graven deed geen zeer aan de poten en ze hadden al de tunnel van het hol uitgegraven.

Hoofdstuk 10:[]

Tsunamipoot had maar meegegraven, maar ze vroeg zich af of ze niet in het medicijnhol kon slapen. Ze trippelde naar Dennenneus. "Kan ik misschien in het medicijnhol slapen? Ik ben leerling-medicijnkat." Blijkbaar wist Dennenneus het al. "Natuurlijk. Zonnesnor wist het al en hij heeft een nest voor je gemaakt" Tsunamipoot trippelde naar het medicijnhol. In de cirkel was het koud geweest, maar hier was de temperatuur fantastisch. Ze ging naar het nest dat voor haar bestemd was. Ze ging liggen, en had al manen niet zo zacht geslapen. Ze dommelde na een paar seconden in.

Ze schrok wakker van Zonnesnor die haar wakker pordde. "Kom, we gaan kruiden zoeken. Je moet ze wel zowat leren kennen voordat je katten gaat genezen." Tsunamipoot's vacht zat nog vol met felgroen mos. Ze schudde zichzelf uit. "Maar we gaan eerst nog wat eten." Vervolgde Zonnesnor snorrend toen Tsunamipoot's maag rammelde als een beer. Haar blauwgrijze vacht toonde schaamte, maar haar haren gingen terug plat liggen toen ze in de cirkel uitkwam. Ze keek naar de vreemde prooistapel. Ze kon toch nog een muis vinden tussen de vreemde prooi. Ze ging aan de kant zitten en schrokte de muis op. Rimpelpoot en Rietpoot kwamen naast haar liggen. Ze deelden een witte vogel met een gele snavel en lange vleugels. "Je moet het eens proeven!" Zei Rietpoot met haar mond vol. "Het ish Cheemeeuw." Vervolgde ze, nog steeds met een volle mond. Tsunamipoot proefde eens een stukje. Het proefde zoutig, maar verrukelijk. Samen deelden ze de prooi.

Samen met Dennenneus en zonnesnor liepen ze de vulkaan uit. "Hier , dit is Krulvaren." Zei Dennenneus en ze plukte de varen. "Het groeit niet in het oude woud, maar hier is het goed voor melk te produceren bij moederkatten." Vervolgde Zonnesnor. Ze liepen verder, maar Zonnesnor stopte toen dat Tsunamipoot een vreemde geur rook. "Kom, in de struiken." fluisterde Zonnesnor tegen Tsunamipoot. Dennenneus sloop als laatste onder de struik.

"Wie zijn die katten?" vroeg Tsunamipoot stilletjes. Dennenneus antwooorde ernstig. "Metaal en zijn aanhangers. Ze leven op de heuvels voorbij het witte strand, maar ze nemen de laatste tijd meer, en meer gebied in." Er was een zilveren kater die voorop liep. Hij had veel littekens, en zijn aanhangers waren kollosaal groot. Pas toen dat de katten uit het zicht waren, slopen de drie medicijnkatten uit de struik. Samen gallopeerden ze zo snel mogelijk naar de vulkaan.

Toen ze binnenkwamen in de vulkaan, was er overal puinhoop. Katten waren gewond, en van de 20 kittens, waren er nog 5 over. "Wat is er gebeurd?!" Vroeg Dennenneus geschokt. Nachtbrokkel had een zeer grote wonde op zijn flank. "Metaal. Zijn Metalen Krijgers hebben het kamp overvallen. De Jonge Berenwelpen waren er ook bij." Antwoordde een grijze moederkat. Ze had haar staart om een kit gekruld. "Mijn twee kits zijn meegepakt. Alleen Mangokit is niet meegepakt." De poes keek naar de rosse kit.

Pas na een lange tijd katten verzorgen sprong Oceaanster op de uitstekende rots.

"Zoals jullie weten, zijn er vele katten ontvoerd. Eigenlijk alleen kits, om precies te zijn. We moeten een reddingsactie voorzien." Oceaanster's ogen richtten zich op de moederkatten. "Hoeveel zijn jullie er verloren?" vroeg ze. Gistpels en Timmerhart stapten naar voren. "Onze kits zijn gestolen." Zeiden ze in koor.

"Oké, Metaal's kamp is best wel ver weg. Op de partrouille zullen zijn: Gistpels, Nachtbrokkel, Zonnesnor, Snelrenner, Paarsbloem, Grijshart en Lichtsnor. Van de leerlingen zullen Rietpoot, Vleugelpoot, Kraaipoot, Rimpelpoot. Hup Hup!" De katten trippelden naar buiten, onder de leiding van Nachtbrokkel.

Hoofdstuk 11:[]

Rietpoot trippelde zo snel mogelijk achter de katten. Haar nieuwe vriendin Vleugelpoot liep naast haar. De zachte, grijze poes had helderblauwe ogen en had een hekel aan de jungle. "Ik wil de wind in mijn vacht voelen" had ze gezegd. De twee poezen liepen verder door het woud, richting het witte zand.

Pas na uren wandelen door het woud kwamen ze uit aan het witte zand. Er was een groenblauwe zee, en er lagen eilandjes in die zee, waar het water wat dieper was. Het zand was heet onder haar poten en ze zweette hard. Vleugelpoot had daar vele minder last van, maar de zachte poes kreeg door dat Rietpoot niet echt dezelfde poten had. "Kom. De zee gaat je opfrissen. Maar drink er niet van, het is veel te zout." Vleugelpoot keek opeens speels naar Rietpoot. "Wie het eerst zijn poten in het water heeft!" Riep ze en ze stoof weg. De zon ging achter de rotsen en het zand werd nu koel. Rietpoots poten deden geen pijn meer en ze stoof achter Vleugelpoot aan.

Vleugelpoot spatte het warme water op Rietpoot. Haar poten zonken weg in het zand onder water. Vleugelpoot ging dieper in het water. Ze begon in rondjes zwemmen. "Kun je het me leren?" vroeg Rietpoot aan de zwemmende poes. "NAT-uurlijk!" grapte ze. "Eigenlijk is het simpel. Gewoon spartelen met je poten. Maar kop naar boven." Rietpoot sprong verder in het water. Haar poten spartelden in het rond, en ze dacht dat ze ging verdrinken. Met haar ogen toegeknepen spartelde ze verder. "Je kunt je ogen opendoen, hoor!" Zei Vleugelpoot. Ze opende zachtjes haar ogen. "Ik kan zwemmen!" Riep Rietpoot. "Fantastisch." Riep een zware stem achter de twee poezen. Vleugelpoot had de stem herkend. "N.....N ....Nachtbrokkel....Hallo!" zei ze met dichtgeklemde kaken. Rietpoot draaide zich om en keek naar de zwarte kater. "Als jullie willen zwemmen, help dan even en ga varens halen op de eilanden." zei hij ruw. "Maar we kunnen toch gewoon duinengras nemen?" vroeg Vleugelpoot angstig. "Daar heb je gelijk in...." Antwoordde Nachtbrokkel peinzend. "Dan mogen jullie duingras gaan halen." Hij draaide zich om en trippelde weg. "Hoe maak je zelfs nesten, op dit witte zand?" Vroeg ze aan de grijze poes toen ze uit het water stapten. "Zie je die heuvels van het witte zand? Daar, tussen die duinen graven we holen uit. Je moet gewoon een paar stenen in één van die heuvels opstapelen, tussen de stenen dat hoge gras steken, een kuil graven onder het plafond dat je gemaakt en lekker slapen."

Rietpoot en Vleugelpoot kwamen na een eindje wandelen aan het heuvelgebied uit. De heuvels waren van zand en daarop groeide duingras. Ze plukte tien stengels en legde die op de hoop. Ze ging bij vleugelpoot helpen, zij was aan het graven in een duin. Ze zag dat, hoe harder Vleugelpoot groef, hoe harder het zand werd. Maar het bovenste zand viel er steeds af. "Kun je een paar stenen gaan halen?" vroeg Vleugelpoot. Rietpoot trippelde naar de steenhoop, ze rolde 4 stenen naar Vleugelpoot. Ze stapelde die op het holletje dat ze had gegraven, voor hun twee. "20 stengels." zei ze en Rietpoot pakte een heel stel mee. De twee stapels stenen, elk aan ieder z'n kant, waren niet sterk genoeg. Ze zette een stengel tussen het plafond en de steen, en trok de stengel strak aan tot aan de andere kant en deed hetzelfde aan die kant. Zo deden ze verder tot dat heel het plafond bedekt was met stengels

"Hoe gaan we slapen? Zand lijk me persoonlijk niet echt zacht" vroeg Rietpoot. "Kom!" Riep Vleugelpoot en ze stoof tussen de gangen van de duinen. Ze sprong vanachter de laatste duin en toen begon het goed te waaien. Vleugelpoot was in een smalle boom geklommen. "Dit is een palmboom." legde ze uit. De boom had geen takken, en helemaal vanboven aan de stam was er een bol. Vleugelpoot ging er rustig op zitten. Ze plukt twee, gigantische bladeren. "Pak aan!" Riep ze van bovenaf de boom. Ze ving de bladeren toen Vleugelpoot ze naar beneden gooide. "A-ah!" Riep Vleugelpoot en krabte aan de steel van een groepje, grote noten. Ze hadden een donkerbruine kleur en de noot had drie , ronde openingen. Toen de noten vielen, kwamen ze met een harde "Doenk" op de grond. "Kun je een paar katten gaan halen?" vroeg Vleugelpoot en ze keek naar de 3 noten die ze naar beneden had gegooid. Ze rende in een gallopje terug naar het tijdelijke kamp. Nachtbrokkel had een prooistapel gecreeerd met zijn patrouille, en Rimpelpoot verveelde zich dood. De jonge kater was met een blaadje aan het spelen. "Hee, Rimpelpoot. Er is iets wat we moeten opheffen maar dat gaat niet met twee-" Voordat ze de zin kon antwoorden, antwoordde Rimpelpoot blij met: "Natuurlijk!" Samen gallopeerden ze naar Vleugelpoot.

Ze kwamen elk terug met een loodzware kokosnoot. Vleugelpoot nam er een mee naar hun holletje, terwijl Rietpoot de twee palmbladeren meepakte. Vleugelpoot nam het even over. Ze scheurde de bladeren in stukken, en verspreidde het over de kuil waarin ze sliepen. Ze ging even weg om daarna terug te komen met een versgevangen zeemeeuw. Het was al een poosje nacht, en ze genoten samen onder de Zilverpels van hun zeemeeuw. Vleugelpoot had zelfs zo'n kokosnoot kunnen openen, en ze hadden er van gesmuld. Toen waren ze samen gaan slapen.

Hoofdstuk 12:[]

Een poot porde hem wakker. Rimpelpoot keek op. Een lilackleurige poes. "Opstaan, we moeten straks vertrekken." mauwde de poes. Rimpelpoot's maag knorde. Hij zag hoe dat Rietpoot en Vleugelpoot naar buiten stoven, natuurlijk richting het water. Nachtbrokkel was met Gistpels aan het praten over de strategie. Kraaipoot at een meeuw en Grijshart was het kamp van metaal aan het tekenen, in opdracht van Nachtbrokkel. Zonnesnor mauwde iets onverstaanbaars tegen Paarsbloem. Rimpelpoot pakte voor één keer is een vis van de prooistapel. Het smaakte dan misschien glibberig, het was lekkker. Halverwege zijn vis kwamen Rietpoot en Vleugelpoot terug. Hun vacht was doorweekt. Rietpoot's ogen gingen open van verbazing toen ze hem zag; dat kwam vast door de vis die hij at. "Rimpelpoot! Eet jij nu....... VIS?" ze begon te spinnen. "Ik dacht dat je niet hield van alles dat nat was... Hé, Rimpelpoot!"

Hij at gewoon verder en negeerde Rietpoot.

Nachtbrokkel sprong op een kleine stapel stenen. "Ik en Gistpels hebben een strategie;" Begon hij. "Kijk eens even naar Grijshart' tekening. Hij is de beste "tekenaar" van de clan." miauwde hij als vervolg. "Zoals jullie zien, is het een tunnel waarin ze leven. De enigste manier is een hinderlaag voorzien. Snelrenner, jij gaat in de tunnel, je gaat hun aandacht trekken, en ze naar buiten lokken. Daar zullen we hen opwachten. Eerst verstoppen we ons achter de heuvels. De Metalen Krijgers gaan zowiezo naar buiten komen. Ook hun leerlingen zullen zo komen. Dan sluipen Gistpels, Rietpoot, Vleugelpoot en Paarsbloem naar de andere kant van de tunnel. Ze gaan via het einde naar binnen. Ze gaan naar de kraamkamer, en stelen de kits terug. Terwijl dat gebeurt leiden we door middel van vechten de Metalen krijgers en de Jonge Berenwelpen af. Gesnapt?" mauwde hij tot slot.

Iedereen stond op en ze vertrokken.

Hoofdstuk 13:[]

Rimpelpoot's knieën knikten van opwinding. Hij ging voor het eerst vechten! Het was dan niet meer in het oude woud, dat vond hij niet erg. Naast hem zaten Vleugelpoot en Rietpoot jaloers naar hem te kijken. Toen hij plagerig vroeg wat er was, hadden ze hem afgesnauwd en weggetrippeld. Rimpelpoot keek nog even naar de jaloerse poezen, draaide zich om en rende naar Nachtbrokkel.

'Snelrenner, het is jou beurt', begon Nachtbrokkel. Snelrenner wachtte even tot dat ze zich achter de heuvel hadden verstopt en sloop stil de tunnel in. De zwart-witte kater grauwde zo luid in de tunnel dat ze het zelfs achter de heuvel konden horen. Terwijl de moederkatten schreeuwden in de tunnel, krijsten de Metalen Krijgers en de Jonge Berenwelpen, klaar voor de strijd. Snelrenner liep zo hard als hij kon op de open plek tussen de heuvels. Katten kwamen naar buiten gestormd; van kleine Berenwelpen tot massieve krijgers. Nachtbrokkel gaf het sein; 'Aanvallen!' riep hij zo hard als hij kon. De katten die de kittens zouden redden slopen weg richting de achterkant/ de uitgang van de tunnel, waar de kraamkamer was.

Rimpelpoot schoot weg richting het gevecht. Voordat hij iemand kon aanvallen, voelde hij dat er een leerling op zijn rug sprong; een cyperse kater. De kat beet in zijn achterpoot, en Rimpelpoot schreeuwde het uit. Hij bleef slap liggen; een truc die alleen de clans wisten. De jonge kater snoof voldaan bij het zien van Rimpelpoot. Hij liet los en trippelde weg. Toen Rimpelpoot rechtop schoot en hem in zijn staart beet, keek hij verrast op. Hij beet nog harder in de staart zodat hij het uitschreeuwde. De cyperse kater wringde zich los. Hij sprong op hem toen dat hij omviel, en probeerde hem te bijten in zijn nek. Wringend van doodsangst bewerkte hij de buik van de kat. Opeens gaf hij een zo harde stomp, dat de kater omver viel. Rimpelpoot beet zo lang in zijn poot; de bloedsmaak drong in zijn mond. Toen hij losliet hinkte de kater huilend naar de tunnel. "Ha, dat zal je leren!" riep hij voldaan na. De kater keek hem nog één keer boos aan en draaide zich om.

Voordat hij kon juichen, voelde hij klauwen in zijn rug boren. Hij draaide geschokt om van de pijn; een Metalen Krijger. Een reusachtige witte kater. Het gewicht overspoelde Rimpelpoot toen de kater op hem sprong. Al de lucht werd uit zijn longen geperst. Hij probeerde zich los te rukken, maar het lukte niet. Hij kon nog steeds niet ademen en merkte dat hij bijna ging flauwvallen; hij zag nog net een cyperse vacht op de witte krijger storten.

Hoofdstuk 14:[]

Rietpoot sloop zij aan zij met Vleugelpoot de tunnel in. Ze waren allebei teleurgesteld geweest; hun vechtkunsten konden ze niet laten zien. 'Oké, klaar?' vroeg Paarsbloem aan de leerlingen. 'Ja', antwoordden ze. Ze kwamen de tunnel in; het was er best wel groot tussen de verschillende tunnels die naar holen liepen. Ze ving de warme melkgeur van kittens en moederkatten op. Ze waren nu dichtbij. Rietpoot nam de leiding nu; ze mochten niets zeggen nu ze zo dicht bij waren. Ze sloop dichter bij de geur van kittens. Maar tussen de tunnelstelsels was het moeilijk; de geur kon je amper ruiken. Ze schrok op toen een slanke poes haar klauwen in haar vacht boorden; ze was boos en toch blij. Ze kon haar vechtkunsten laten zien! Ze draaide zich met een ruk om. Ze boorde haar klauwen in de vacht van de poes; de poes deinsde achteruit. Ze sloeg wild met haar klauwen tegen de wanden van de aardetunnels, maar hield op toen haar poten bloedden. 'Ze is vast een Snelle Haas; die jagen alleen maar. Ze zijn niet gemaakt om te vechten', fluisterde Vleugelpoot in haar oor. De poes riep om hulp maar er kwam niemand; de andere Snelle Hazen waren vast aan het jagen; dacht ze. De poes draaide zich om en spurtte door de benauwde tunnels. 'Zullen we verdergaan?' vroeg Gistpels. De anderen knikten en zochten verder naar de kraamkamer.

Na een lange tijd ronddwalen in het doolhof van tunnels kwam ze dichter bij de kraamkamer; je kon nu perfect weten dat Valkit, Palmkit, Junglekit, Grijskit en Witkit daar waren. Maar Rietpoot rook ook een vreemde geur; ze had hem nog geroken toen Hazenster en Amberster zich hadden opgesplitst. Ze liepen verder de tunnel in; de gek vertrouwde geur werd sterker. Misschien waren daar toen ze zich opgesplitst hadden wel Snelle hazen geweest, toen al aan het inspecteren waar het kamp van de HemelClan was! Ze hoopte van niet, anders hadden de WindClan en de DonderClan dit veroorzaakt. Anders zouden ze de HemelClan hebben verraden! Ze herkende nu nog meer vreemd vertrouwde geuren; het rook walgelijk, maar vertrouwd. Ze slopen dichter, maar opeens zag ze, Kraaipoot, die vooropliep, verstijven vlak voor de kraamkamer.

Rietpoot kwam dichterbij om te zien waarom ze zo verstijfd was, ze deed wel voorzichtig, misschien zaten er Metalen Krijgers op hen te wachten om ze dan te vermoorden! Maar haar fantasie was te groot voor wat er daarbinnen was; dit was vele erger.

Hazenster! Rietpoot deinsde achteruit toen de lilackleurige poes richting Rietpoot en Kraaipoot blies. Twee piepkleine kittens lagen naast haar. De andere vertrouwde geur die ze had geroken was... De SchaduwClan! Twee moederkatten lagen daar, naast Hazenster.

Het kon toch niet waar zijn... De SchaduwClan en de RivierClan waren bij Metaal's groep aangesloten!

Hoofdstuk 15:[]

Rimpelpoot opende zacht zijn ogen. Naast hem zag hij Snelrenner, de zwart-witte kater keek bezorgd. Langzaamaan begon hij terug te horen. Hij besefte weer waar hij was; Midden op een slagveld, allemaal voor de 5 kittens die moesten gered worden uit de klauwen van Metaal. Hij sprong krabbelend overeind. Hij moest verder vechten! Hij was flauwgevallen toen een witte kater hem had aangevallen. Hij was zo groot en zwaar geweest dat hij geen lucht meer kon krijgen. 'De kater die je aanviel, was Witte Beer. Hij is zeer gevaarlijk voor zo'n jonge leerling als jij. Vermijd de Metalen Krijgers als je in leven wil blijven, Rimpelpoot', mauwde hij zacht. 'Hij wordt vast en zeker een goede vader', dacht hij toen hij Rimpelpoot nog één keer een warme blik gaf en daarna terug liep naar het slagveld.

Hij zag hoe Grijshart hinkend wegstrompelde van een Metalen Krijger, een gigantische bruine kater. De kater bleef Grijshart achtervolgen, alsof het een spelletje was. Rimpelpoot schoot naar de Metalen Krijger, ook al had Snelrenner gezegd dat dat niet mocht. Hij stopte zo snel als hij kon toen een Donkere cyperse leerling op hem af stoof. Rimpelpoot steigerde en klauwde over de neus van de kater. De cyperse kater blies en deinsde achteruit. Rimpelpoot sprong op de rug van de kat, en probeerde hem in zijn nek te bijten. Maar de kater schudde opeens zo hard dat hij af zijn rug viel. De kater sprong nu op hem; Rimpelpoot viel achteruit, op zijn rug. Zijn buik lag nu bloot. Hij voelde hoe klauwen zijn vacht eraf plukte. De jonge Berenwelp was vast de sterkste van de drie. Maar Rimpelpoot had een tactiek. Hij rolde zich om, en lag nu op zijn buik. De kater stond nog steeds bovenop hem, verrast van de reactie. Rimpelpoot kromde zijn rug met zoveel mogelijk kracht. De kater viel af zijn rug, en belande met een harde smak op de grond; Rimpelpoot sprong op hem en sloeg zijn klauwen in zijn buik. Hij krabte zo hard mogelijk aan de buik van de kater. De Jonge Berenwelp krijste het uit; zijn buik was goed aan het bloeden. de donkere kat liet een bloedspoor achter toen hij wegliep.

Hij stond trots op; hij had al twee leerlingen verslagen! Toen hij nog een leerling zag, was het anders. Deze kat rook niet naar Metaal; het was eerder vertrouwd. Hij kon de vachtkleur en de modder die op de leerling zat niet onderscheiden. De leerling kreeg hem in het vizier. Zijn ogen klaarden op; 'Rimpelpoot!' riep de kat uit. Nu besefte hij wie het was; Arendpoot van de SchaduwClan! 'Arendpoot!' antwoordde hij blij. Arendpoot keek hem vragend aan. 'Wie zijn die katten die ons aanvallen?'

'De HemelClan, samen met de Donderclan en de Windclan.'

'Werken jullie dan samen? Ik dacht dat de HemelClan gevaarlijk was! Metaal waarschuwde ons voor jullie!' Arendpoot zwiepte met zijn staart.

Rimpelpoot zuchtte. 'Luister niet naar Metaal. Hij heeft het kamp van de HemelClan overvallen toen de drie medicijnkatten op zoek waren naar kruiden.'

Het leek Arendpoot te verbazen. 'Wist je trouwens dat Hazenster kittens heeft van Metaal? We zijn hier al zo lang dat ze kitens heeft gekregen', verklaarde hij na een tijdje. Nu was Rimpelpoot geschokt. Rietpoot en de anderen waren in de kraamkamer, waar Hazenster lag! Hij raakte in paniek. Daarom waren ze zo hard in de minderheid! Hij dacht en dacht... 'Komaan, Muizenbrein! Waar is je verstand gebleven?!' mauwde hij in zichzelf. Toen wist hij het.

'Arendpoot!' mauwde hij in de richting van de modderige kat.

'Ja?' Arendpoot hield zijn kop schuin.

'Kun je de SchaduwClan overhalen mee te vechten tegen Metaal? Meer en meer katten beginnen te inzien dat het niet alleen Metaal's groep is waarmee ze aan het vechten zijn',

Arendpoot knikte, draaide zich om en stoof naar de SchaduwClancommandant Bramenstruik. De poes keek verwilderd van het gevecht naar Arendpoot, die haar een smekende blik gaf. Hij zag hoe Bramenstruik zwiepte met haar staart om daarna iets onverstaanbaars te mompelen. Even later liet de gestreepte poes een schrille mauw horen. 'SchaduwClan, keer je tegen Metaal!'

Rimpelpoot deed een sprongetje van geluk. Maar het geluk was meteen verpest toen hij achter hem een gegrom hoordde. Hij draaide zich om. Een Metalen Krijger! Hij voelde hoe lange klauwen in zijn vacht boorden. Hij gaf een dikke mep in het gezicht van de Metalen Krijger; nu kon hij wegrennen. De kater wankelde even en stoof toen achter Rimpelpoot aan. 'Denk maar niet dat je Grote Berk kunt ontlopen!' snauwde Grote Berk achter hem. Hij rende nu nog harder; nu voor zijn leven. Hij stopte pas toen Paarsbloem haar klauwen in die van Grote Berk's vacht boorde. Rimpelpoot draaide zich slippend om; hij moest Paarsbloem helpen voordat het te laat was! Hij greep de achterpoot van de reusachtige kater vast; hij beet zo hard als hij kon door de spiermassa. De kater krijste het uit, maar gaf niet op. Rimpelpoot deinsde achteruit toendat Grote Berk zijn oor kapotscheurde. Bloed droop van zijn kop toen dat Grote Berk een klap gaf met zijn reuzepoot. Hij kon alleen nog maar een rode waas zien. Opgelucht ademde hij uit toendat Zonnesnor hem bij zijn nekvel pakte en hem wegsleepte. Hij voelde hoe er spinrag aan zijn kop werd gebonden.

Langzaam sloot hij zijn ogen.

Hoofdstuk 16:[]

'Rietpoot?!' miauwde Muisvoet. Naast de grijze poes lagen drie kittens, nog maar een paar dagen oud. Terwijl de SchaduwClankatten nieuwschierig naar haar keken, keek Hazenster grommend richting haar. 'Wie denk je wel dat je bent?! Je sluipt gewoon met een paar onbekende katten de tunnels in! Ik ken dus alleen JIJ en KRAAIPOOT. Wie zijn die rest? De prutserclan misschien?!' snauwde ze.

'De katten die je zogezegd de prutserclan noemt, noemen de HemelClan. Een beetje respect kunnen we nu wel gebruiken!' riep Vleugelpoot uit.

'Bedoel je de clan uit de legende?' vroeg Witwolk van de RivierClan. De witte poes leek verbaasd.

'Ja', antwoordde Paarsbloem koeltjes.

'Wel, laten we doen waar we voor gekomen zijn.' Gistpels keek in de richting van de opgesloten kits. Ze zaten achter een muur van opgezette braamstengels. Grijskit en Witkit, de kits van Nachtbrokkel, beschermden de anderen. Valkit , Junglekit en Palmkit keken angstig naar de HemelClankatten. Alsof ze mauwden dat ze wouden worden vrijgelaten.

'Pak wat je nodig hebt!' snauwde Hazenster in het gezicht van Gistpels. Gistpels knikte koeltjes en begon de braamstruiken weg te wringen. Vleugelpoot hielp ook , maar Rietpoot bleef staren naar de twee kits van Hazenster. Er zat een blauwgrijs poesje bij, maar ook een prachtig zilveren poesje. Die twee leken totaal niet op Metaal! Zelfs niet op Hazenster! Er klopte iets niet met deze kits, dat was zeker...

'Rietpoot, pak jij Valkit eens', mauwde Paarsbloem achter haar. Boven hun hoorden ze katten krijsen. Tsunamipoot zal het gemakkelijk hebben, daar! Lekker knus in de vulkaan. dacht Rietpoot. Haar zwarte vacht prikte van irritatie. Ze pakte Valkit op bij haar nekvel en sloot de rij.

Tot haar verbazing zag ze de SchaduwClankatten meevechten tegenover Metaal. Hazenster zal vast niet blij zijn! mompelde ze binnenmonds. Valkit trilde en beefde onder haar mond; de piepkleine kit zal vast veel hebben meegemaakt in de tunnel. Ze wachtte even voordat ze het slagveld overstak. Toen rende ze, zo hard als ze kon, over het veld. Ze zuchtte opgelucht toen ze de overkant bereikte, waar Zonnesnor en Vinnenvlucht de katten aan het verzorgen waren. De leerling-medicijnkat Buizerdpoot keek hoe haar mentor Snelrenner verzorgde. De zwart-witte kater had een lange snee over heel zijn zij. 'Komt de SterrenClan me ophalen?' ze herkende de stem achter haar uit de duizenden. Rimpelpoot! Zijn hele voorhoofd zat vol met doorweekt spinrag. 'Wat is er gebeurd met hem?!' vroeg ze angstig aan Zonnesnor.

'Hij heeft een klap gekregen van een Metalen Krijger', hij stopte even. 'Grote Berk',

Rietpoot kreeg een rilling over haar rug toen ze naar de kat keek. Hij was gigantisch.

'Hij heeft geluk gehad', vervolgde hij. 'Zijn schedel kon evengoed ingedeukt zijn', mauwde Zonnesnor ten slotte.

'Komt het goed?'

'Ja, hoor! Over een paar dagen is hij net als de oude.' Rimpelpoot kreunde. Zonnesnor pakte nog wat papaverzaadjes en zorgde ervoor dat Rimpelpoot sliep. De rosse kater moest ongestoord Rimpelpoot kunnen genezen. Rietpoot zuchtte en viel in elkaar van vermoeidheid. 'Wist je trouwens dat Hazenster kits heeft? Van Metaal, ZOGEZEGD. Ze lijken op geen één van de twee! Een blauwgrijs poesje en een zilver poesje. Ik vraag me af hoe ze heten.'

Zonnesnor knikte verbaasd.

'Ze noemen Vallend Water en Zilveren Ster', hoorde ze een stem achter haar, het was Vinnenvlucht van de SchaduwClan.

'Waarom noemt ze ze niet zoals normale clankatten?!' vroeg Zonnesnor.

'Wel, nu komt het: wij hebben ook andere namen gekregen! Al worden we liever aan onze clannaam genoemd. Ik noem Grijze Vin.'

'En ik Grijze Buizerd', vervolgde Buizerdpoot.

'En heeft hazenster ook een andere naam gekregen?' vroeg Rietpoot. Haar vacht prikte van nieuwschierigheid. Arendpoot knikte. 'Zij heeft haarzelf Paarse Haas genoemd' Rietpoot grinnikte. Het paste wel bij haar!

'Rietpoot, je ziet er vermoeid uit. Neem toch één van die nesten daar dat ik heb klaargelegd en rust even uit;', Rietpoot knikte moeizaam en wandelde gehoorzaam naar de plek dat Zonnesnor had aangewezen. Ze viel vermoeid in slaap.

Hoofdstuk 17:[]

Tsunamipoot probeerde zich zo goed mogelijk te concentreren. Krulvaren voor de moederkatten om de melkproductie te stimuleren, Spinrag voor bloedstelpingen, papaver voor verzachting... haar gedachten werden onderbroken toen Dennenneus een nieuwe plant liet zien. 'Dit is goudsbloem; het is ook bedoeld om de wonden te laten genezen.'

'Cool.' mauwde ze afwezig.

'Wat scheelt er?' vroeg Dennenneus bezorgd. 'Ik maak me zorgen over Rietpoot en Rimpelpoot!' gooide ze eruit.

'Ik snap dat je je zorgen maakt, maar ik train Zonnesnor nu al heel lang; Zonnesnor zou alles doen om hel te beschermen', miauwde ze zacht.

'Oké', ze probeerde zichzelf wat op te vrolijken door even naar Taanstap te gaan. Haar vader was altijd grappig met de stoten die hij creeërde. Ze lachte al bij de gedachte. Toen ze een kit was, had Taanstap Leliestaart geholpen. Ze gingen op stap om spinrag te zoeken, maar uiteindelijk was Taanstap omgetoverd geweest tot een spinnenweb. Ze wist nog dat je zijn schildpadkleurige vlekken niet meer kon zien! Ze keek rond maar kon hem niet vinden, eigenlijk alleen maar HemelClankatten. Ze trippelde naar Maanschutter. 'Weet je misschien waar Taanstap en de rest is?' vroeg ze.

'Die zijn gaan trainen', antwoordde ze. Het zonlicht maakt haar zilveren vacht schitterend.

'Huh? Het zijn toch krijgers?! Die moeten toch weten wat ze doen!'

'Vergeet niet dat ze niet op de zelfde prooi jaagden. Amberster is zelfs mee om te leren hoe ze een meeuw vangt', mauwde ze. Rietpoot knikte en trippelde terug naar Dennenneus. Vandaag zouden ze vragen of ze Tsunamipoot officieel als leerling zou krijgen. Dan zou ze Zonnesnor als mede-leerling krijgen!

'Wat gaan we vandaag eigenlijk doen?'

'Eerst.. gaan we even genieten van een stukje prooi... En daarna ga ik je leren hoe je klimt, Er zitten tijgers in dit woud, en dat maakt het gevaarlijk om op de grond te blijven als ze in de buurt zijn', Tsunamipoot deed een sprongetje van geluk, ze ging leren klimmen!

'Sluipvoet en Roodwolk gaan met ons mee, voor de zekerheid',

Sluipvoet en Roodwolk? Ze had van die katten nog nooit gehoord. 'Wie zijn dat?' vroeg ze. 'Ze zijn de dochters van Oceaanster; maar Maanschutter en Waterstaart horen daar ook bij.'

Tsunamipoot knikte kalm, maar onder haar blauwgrijze vacht zat opwinding. Ze ging leren hoe ze zich voor een Tijger verstopte, maar ineen keer ook hoe ze aan de hoogste kruiden kon geraken! Volgens Dennenneus groeiden de giftigste bessen daar. Tijdens het regenseizoen gebruikte Dennenneus het bij ziektes, want soms waren katten zo ziek dat Dennenneus hen uit hun verlijden loste. Maar soms gebruikten de medicijnkatten om slangen te vergiftigen. Ze trippelde richting de prooihoop en keek even naar een rode kikker. Naast haar zag ze Waterstaart zo'n kikker verorberen. Ze pakte het glibberige beestje aan zijn achterpoot en besloot het is te proeven. Ze nestelde zich voor het medicijnhol, genietend van het warme zonnetje. Ze sloot haar ogen en scheurde een stukje van de kikker. Best wel lekker! Dacht ze. Toen at ze het helemaal op. Ze likte haar snorharen; zo'n beestje was best vettig! Ze besloot een dutje te doen tot na zonhoog.

'Tsunamipoot, zet dan toch je klauwen in die schors!' snorde Dennenneus. Tsunamipoot probeerde het nog eens. Ze strekte haar klauwen uit en sprong op de gladde stam van de jungleboom. Hij ging tot wel honderd vossenlengtes, nee, zwarte slangenlengtes hoog! Ze probeerde zich aan te passen aan de woorden die ze hier gebruikten. Een zwarte slang was zeer giftig, maar lekker. Eens dat de mond was schoongemaakt kon je er lekker van eten. Zonnesnor maakte de mond vaak proper. Die giftanden moesten uitgetrokken worden, en daarna moest al het gif nog weg dat er nog vastzat. Maar oké, ze moest nu klimmen! Terwijl haar andere drie poten zich vastklemden, richtte ze haar rechtervoorpoot verder de stam op. Nu was het omgekeerd, Ze klamde zich met haar rechtervoorpoot vast, terwijl ze met haar andere poten verder sprong. Dit herhaalde ze, zodat ze steeds hoger en hoger kwam. Ze was nu bijna bij de laagste tak! Ze nestelde zich in de kruin en riep naar Dennenneus, die zeker 3 jaguarlengtes onder haar zat. De poes mauwde opgewekt terug.

Ze kon klimmen!

Hoofdstuk 18:[]

Rietpoot opende haar gouden ogen. Tot haar opluchting hielp Rimpelpoot Zonnesnor. Hij was genezen! Straks zouden ze allemaal terug gaan naar de vulkaan. Rond haar heen zag ze verschillende gewonden. Grijshart was aan het samentongen met Paarsbloem. Die twee hadden iets met elkaar! Witkit, Grijskit, Palmkit en Junglekit speelden mosbal, terwijl Vinnenvlucht en Buizerdpoot Bramenstruik verzorgden.

'We zullen terug moeten gaan.' Riep Nachtbrokkel vanaf een duin. 'Is er iemand die zich verantwoordelijk wil stellen voor de kits?' Rietpoot stapte naar voren, geflankeerd door Grijshart, Gistpels en Vleugelpoot.

'Oké..', mompelde Nachtbrokkel. 'Uhm.... Rietpoot, jij pakt Witkit, Grijshart, jij Palmkit, Vleugelpoot, jij Grijskit en Gistpels jij pakt Junglekit', mauwde hij, tevreden over zijn beslissing. Rietpoot stapte richting Witkit. Ze probeerde haar bij haar nekvel te pakken, maar Witkit weigerde. 'Ik wil spelen!' jammerde ze.

'We zullen echter moeten vertrekken. Of wil je dat je vader kwaad op je word?'

Bij de woorden "Vader" en "Kwaad" gingen Witkit's ogen groot van angst. 'Mag ik dan op je rug?' vroeg het kleine, witte poesje hoopvol. 'Tuurlijk',

Met Witkit op haar rug vertrokken ze.


Een paar uur later kwamen ze aan in de vulkaan. Oceaanster kwam hen trippelend verwelkomen. 'Hoe ging het?' vroeg ze.

'Het ging mwah...' antwoordde Nachtbrokkel.

'Hazenster heeft kits en het ergste is dat de Rivierclan en de Schaduwclan in Metaal's kamp wonen!' Riep Gistpels.

'Wie is Hazenster?'

'De leider van de Rivierclan', antwoordde Amberster. Haar ogen stonden in vuur en vlam uit woede en haat.

'Oké, maar het verleden is het verleden', antwoordde Oceaanster. 'En daar kun je niets aan veranderen.' ze stopte even. Oceaanster leek na te denken wat ze moest zeggen.

'Ook, gaat er iets speciaal's gebeuren', mauwde de zilvergestreepte poes. Ze sprong op de hogerots. 'Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich onderaan de rots verzamelen!' riep ze over de vulkaan. 'Oké... Ik weet dat het raar gaat klinken, maar... Vanaf nu hebben jullie grote leerlingen en kleine leerlingen.'

'Huh?!' riep Kleinpoot uit. 'Dat kan toch niet!'

'Dat kan wel, kijk, het zit zo. Elke HemelClankrijger krijgt twee krijgers van de WindClan of de DonderClan als leerling. De training liep vanochtend niet zo snel, en we hebben meer prooi nodig voordat Droogblad aanbreekt',

'En hoe zit het dan met ons?!' riep Jaagpoot uit. Vleugelpoot snoerde haar broer's mond met haar staart. Ze fluisterde iets onverstaanbaars.

Oceaanster antwoordde zeer kalm. 'Ik ga eens een voorbeeld geven: Stel je voor, Maanschutter heeft jou als leerling. Daarbij neemt ze één krijger. Dan trainen jij en die krijger samen',

Jaagpoot gaf grommend antwoord terwijl Maanschutter hem boos aankeek.

'Ik ga nu de namen opgeven wie welke krijger krijgt. Let goed op!

Ik neem Kiemvacht en Zonhart,

Nachtbrokkel: Amberster en Rimpelpoot

Dennenneus, jij pakt Tsunamipoot erbij.

Honingbij : Bruinhart en Avondpels

Roodwolk, jij pakt dan weer Leeuwenpels en Kraaipoot

Waterstaart, jij neemt Taanstap onder je hoede...'


Na een tijdje waren ze klaar. Rietpoot had spijtig genoeg niet met haar officiële mentor getraind, maar ze zat samen met Katoenpels en hun mentor was Lichtsnor. Ze moest wel toegeven, hij was een goede leraar. Ze gingen zeker en vast van hem leren. Maar ze had enorm veel medelijden met Rimpelpoot. Hij had Nachtbrokkel als mentor gekregen! Je moest zijn gezicht zien!

'Oké, les 1: klimmen in een jungleboom bij gevaar', Lichtsnor toonde hoe je je klauwen in de gladde schors zette, en hoe je stap voor stap de beweging maakte. Het was eigenlijk rennen, maar dan recht naar boven zodat je veel snelheid moest maken. Ze leerde ook het taalgebruik; Muizenbrein was Meeuwenbrein, terwijl vossenstront Tijgerstront werd.

'Rietpoot, let je wel op?' vroeg Lichtsnor.

'Zeker.'

'Oké, dan mag jij de beweging eens doen', mauwde de cyperse kat.

Ze probeerde perfect na te doen wat Lichtsnor gedaan had. Maar ze was te bang; ze gebruikte dan ook te weinig snelheid. Met een smak viel ze op de grond. Opnieuw! dacht ze in zichzelf. Katoenpels was aan de andere kant van de boom aan het trainen. Ze haalde diep adem. Dit moest lukken! Ze deed het nu sneller, en kwam hoger. Ze deed voort. Ja! ze was aan de eerste tak. Ze kwam even op adem in de kruin, om daarna weer hoger te gaan. Ze moest dit onder controle krijgen, anders kon ze zich niet meer verstoppen als er een roofdier in de buurt kwam. Ook kon ze dan binnenkort op de vogels daar jagen. Ondertussen was ze al drie takken hoger. 'Goed zo!' prees Lichtsnor van de bodem. 'Je mag nu weer de zelfde beweging doen, maar dan omgekeerd.' ze gehoordzaamde hem. Voorzichtig klauterde ze weer naar beneden. Wat was ze hoog! Ze stootte zich voorzichtig af en kwam met een mooie landing op de grond. 'Katoenpels, kom! We gaan naar huis.' De gestrepte poes met een bruine tint luisterde aandachtig.

Thuis aangekomen had Rietpoot een kikker van de prooihoop gepakt en zich daarna genesteld in haar nest.

Hoofdstuk 19:[]

Rimpelpoot opende zijn ogen. Gisteren had Nachtbrokkel hen zowat afgemaakt. Ze hadden de hele dag gejaagd! Maar ja, er was nu wel écht veel prooi. Hij pakte een houtsnijder en begon snel te knabbelen. Kiemvacht, Zonhart en Oceaanster waren tot zelfs buiten het tropische woud gegaan. Het noemde een park, of zoiets. Het was door tweebenen aangelegd, maar het was net een woud. Daar leefde zelfs DonderClan prooi! De Windclankatten probeerden nog steeds te wennen aan de bomen, maar dàt was niet gelukt. Toen hij volzat, trippelde hij naar Amberster. Zij moest toch wel weten wat ze gingen leren?

'Hey, Amberster. Weet je misschien wat we gaan doen?' vroeg hij.

'Ja,' ze zuchtte. 'Als het zonhoog is gaan we leren zwemmen in één van de rivieren', mauwde ze tot slot. Rimpelpoot knikte; hij haatte water. Maar hij wist dat Natblad even erg was als Droogblad. Hier waren er maar twee seizoenen, in Natblad regende het zeer veel, en Droogblad kon je vergelijken met groenblad, maar dan echt extreem. Nu zaten ze middenin de twee seizoenen, en ze moesten nog veel leren voordat Droogblad aanbrak en ze allemaal verhongerden. Ook hadden ze nog een probleem bij droogblad: de tweebenen. Heel het strand beloofde te krioelen van ze.

Plots voelde hij kleine klauwtjes op zijn rug. Donskit, Schildpadkit en hun nieuwe vriendinnetje Valkit vielen hem "Zogezegd" aan. 'Schaduwclankrijger!' riep Schildpadkit. Het kleine katertje was bijna klaar om leerling te worden. 'Pak hem!' viel Donskit hem bij. Rimpelpoot schudde de kits af zich en draafde speels weg. Donskit volgde hem op de hielen, terwijl het rosse poesje Valkit zich op hem worp. Wat was ze snel! Dan besefte Rimpelpoot dat het bijna zonhoog was. Straks had hij problemen!

'Sorry, kits. Ik moet gaan trainen.'

'Straks?' vroeg Schildpadkit hoopvol.

'Ik kom pas terug als jullie al liggen te slapen bij Lynxneus.' Sinds ze hun moeder Snelvacht kwijt waren, hadden de nestgenootjes bij Lynxneus moeten wonen. Ze waren nu goed als broer en zus met Valkit.

Drie teleurgestelde blikken keken hem aan.

'Ik ben de vos!' riep Valkit.

'Dat is niet eerlijk! Jij bent vele sneller!' riep Donskit terug terwijl ze wegrende.

Rimpelpoot begon zich zo snel mogelijk te wassen. Het was al bijna zonhoog! En met Nachtbrokkel wou je geen ruzie, dat was zeker. Hij stond op en trippelde naar zijn mentors. 'Waar gaan we trainen?' vroeg Amberster. Haar lichtbruine vacht was perfect gewassen vergeleken met zijn vacht.

'In zuiderbeek. Dat is achter de vulkaan, dus dat is niet lang stappen. En ik stop pas als jullie het kunnen! Zelfs als dat nog manen duurt.' Miauwde Nachtbrokkel zelfverzekerd. Rimpelpoot zuchtte. De zwarte kater kon echt doorzetten. Amberster en Rimpelpoot wierpen elkaar een geërgerde blik toe.

Buiten aan de vulkaan spitste hij zijn oren. Hij moest dat doen, anders was het zijn dood. Het krioelde er van gevaren. Slangen, Tijgers, Luipaarden... Alles kon. Nachtbrokkel had hem gezegd dat de TijgerClan, De LuipaardClan en de LeeuwenClan fabeltjes waren, want deze dieren leefden alleen.

'Rimpelpoot! Stop nou eens met dromen! Het zit hier vol met gevaar en jij denkt aan knappe poezen!' snauwde Nachtbrokkel.

'Hé! Daar dacht ik niet aan!' kaatste hij terug. Amberster stond naast hem te spinnen van plezier. Perfect gedaan, Kwikster! Ik heb een mentor gekregen die me uitlacht!' Maar hij was niet kwaad. Amberster was kei leuk!

Aan de rivier aangekomen wierp Rimpelpoot Nachtbrokkel een bange blik toe.

'Muizenhart! Bang van het water, zekers?' Nachtbrokkel keek hem kwaad aan;

'N..Ne..Nee, Nachtbrokkel.' stamelde hij. Nachtbrokkel knikte vol woede. 'Oké, daar gaan we. Amberster, jij bent geen Muizenhart als Rimpelpoot. Jij mag beginnen. Gewoon spartelen en kracht zetten op je poten,'

Amberster stapte voorzichtig het water in. Toen ze nog een stap zette, ging ze kopje-onder. Rimpelpoot wou haar te hulp schieten, maar Amberster kwam al terug boven water, en baande zich zwemmend door het stromingsvrij water. Amberster kwam er daarna uit. Haar lichtbruine vacht was doorweekt. 'Muizenhart, jij mag.'

Hij probeerde haar na te doen. Maar al bij de eerste stap ging hij onder water, wegens zijn kleine lengte. Hij kwam terug boven met pikkende ogen. Zijn gescheurde oor pikte nog harder toen er water op de wond kwam. Net zoals Amberster baande hij zich door het water, om er daarna terug uit te komen. Zijn maag rammelde. De zon ging al onder. Zijn vacht was doorweekt. Zijn poten zaten vol zand, en hij wou naar huis!

'Nachtbrokkel, zullen we naar huis gaan? Mijn maag rammelt net al die van een beer!' mauwde Amberster.

'Beer? En wat is dat? Amberster, hou u aan de taalwijze van de HemelClan!' snauwde Nachtbrokkel. Amberster kromp ineen. Zelfs een leider heeft schrik van die kater! mompelde hij binnenmonds. 'Muizenhart, jij mag nog eens het water in.'

'Ik noem Rimpelpoot!' kaatste hij terug. Maar hij wou zijn woorden terugnemen. Deze commandant tegenpreken was nooit goed.

'Oké, Rimpelpoot. Jij mag straks Geenzicht op teken gaan controleren.' mauwde de zwarte kat, terwijl hij in de grond klauwde van frustratie. Hij slikte. Geenzicht was niet echt leuk om op teken te controleren. De blinde kater met zijn zwarte staart was de vader van Dennenneus en Tijgerlicht. Hij hoopte alsmaar wat dat er iets tussenkwam of dat iemand anders het had gedaan. Al zuchtend wandelde hij met zware poten van vermoeidheid door het koude, nachtelijke woud. Hij en Amberster liepen vacht aan vacht, om het warm te krijgen. Terwijl Nachtbrokkel met zijn pluizige vacht vol littekens vooraan trippelde. Zijn ogen waren dof van uitputting; gelukkig kwamen ze aan de kluit varens. Hij glipte erdoor, gevolgd door Amberster en Nachtbrokkel. Bovenaan de uitstekende rots zat Oceaanster. De zilveren poes zwiepte met haar staart als begroeting. Rimpelpoot stapte rustig richting de prooistapel, pakte een Duif uit het park en ging bij Rietpoot en Tsunamipoot zitten.

'Rimpelpoot, daar ben je dan! Grijskit en Witkit worden zometeen tot leerlingen benoemd. Oceaanster wachtte al op jullie!' Rimpelpoots blik schoot naar Nachtbrokkel. De irritante kater van daarstraks was nu een trotse vader die zijn partner beroerde. Ja, hoor! Tegen hen ben je normaal. En ons dan? We mogen niet eens onze mening zeggen! Oceaansters stem onderbrak de discusies. 'Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen, zich onderaan de uitstekende rots bevinden!' Witkit en Grijskit, de twee nestgenootjes, straalden van vreugde.

Oceaanster begon: 'Witkit, jij hebt je zes manen bereikt, en het is tijd voor jou om een leerling te worden. Vanaf deze dag, totdat je je krijgersnaam hebt gekregen, word je genoemd bij de naam Witpoot. Je mentor zal Tijgerlicht zijn. Ik hoop dat Tijgerlicht je alles zal leren wat hij weet.

Tijgerlicht, jij bent klaar om een leerling te hebben. Je bent goed getraind door Ragsnor. Je zal de mentor zijn van Witpoot, en ik ga ervan uit dat je alles wat je weet zal leren aan Witpoot.'

Witpoot stapte zacht richting Tijgerlicht en raakte zijn neus aan. Oceaanster richtte zich op Grijskit.

'Grijskit, jij hebt ook je zes manen bereikt, en het is ook tijd voor jou om een leerling te worden. Vanaf deze dag, totdat je je krijgersnaam hebt gekregen, word je genoemd bij de naam Grijspoot. Je mentor zal Roodwolk zijn. Ik hoop dat Roodwolk je alles zal leren zij weet.

Roodwolk, jij bent klaar om een leerling te hebben. Je bent goed getraind door Honingbij. Je zal de mentor zijn van Grijspoot, en ik ga ervan uit dat je alles wat je weet zal leren aan Grijspoot.'

Grijspoot raakte Roodwolks neus aan.

'Grijspoot, Witpoot! Grijspoot, Witpoot!' riep de clan. Nachtbrokkel en Timmerhart straalden van trots wegens hun eerste nest. Grijspoot en Witpoot trippelden opgewonden richting hun mentors, en Vleugelpoot, Kleinpoot en Jaagpoot verwelkomden hun twee nieuwe leerkameraden. Ach, uiteindelijk is deze dag toch goed afgelopen, zonder dat ik Geenzichts achterwerk op teken moest controleren! Maar hij wou weeral dat hij zijn woorden kon terugnemen. Door de ingang van de vulkaan stonden duistere schaduwen. Toen de schaduwen in het Maanlicht stapten, was hij hard geschokt. Hazenster en haar patrouille stonden daar!

Hoofdstuk 20:[]

Tsunamipoot zat naast haar nestgenootjes toen Hazenster het kamp binnenwandelde. 'Hazenster!' spuugde Amberster.

'Uhm... Hazen.. Ja, Hazenster.' stamelde Oceaanster.

'Wat heb jij te zoeken, en hoe weet je dat we hier waren?!' krijste Nachtbrokkel uit. Naast haar zag ze Witpoot en Grijspoot fluisteren: 'En dat nog wel op onze leerlingen ceremonie!'

'Ik wou mijn oude WindClan en DonderClan vrienden eens opzoeken.' mauwde de poes sarcastisch.

'Waarom ben je hier, Hazenster! Vertel het dan toch gewoon!' snauwde Amberster.

'Ten eerste', vervolgde ze 'zou ik me Paarse Haas noemen. En, oh ja! Nachtbrokkel, denk je nou echt dat ik kittens ging stelen om ze bij Metaal's groep te laten komen? Ze hadden informatie. Hé Witkit, Hé Grijskit!' miauwde ze, vol van zichzelf.

'We noemen nu Witpoot en Grijspoot!' snauwde Grijspoot. De grijze kater was blijkbaar niet blij. Witpoot was ook niet bepaald vrolijk. Haar witte nekharen stonden overeind.

'Witpoot en Grijspoot! Waarom geven jullie in Sterrenclansnaam informatie uit aan Metaal's groep! Nu weten zeker 60 katten waar ons kamp is!' Nachtbrokkel was woedend.

'Anders kregen Valkit, Junglekit en Palmkit geen eten!' protesteerde Witpoot richting haar vader. 'En dat was al niet veel. Als informatie gaven, was tenminste de helft van ons gevoed.' Nachtbrokkel was nu minder kwaad, en Timmerhart hield zich kalm. 'Al maar goed ook; anders zouden jullie zijn vergaan van de honger.' antwoordde hun moeder kalm. Nachtbrokkel mompelde iets in zichzelf en ging op zijn plek zitten.

Tsunamipoot stond daar zeer onnozel te kijken, met die half-verorberde meeuw onder haar poten.

'Hazenster, wat wil je nu?!' vroeg Amberster opdringend.

'Ik wil dat de WindClan en de DonderClan zich bij mij aansluiten. Hoe meer krijgers, hoe meer vreugde.' de lilackleurige poes was kalm.

'Ja, ja! En dan andere namen krijgen, zekers? Vergeet het!' riep Zonhart uit. Hazenster gromde zachtjes richting de WindClancommandant.

'Weet je, Zonhart en Amberster. We zullen een weddenschap doen. We creeëren een slagveld. Wat dacht je van het strand? Dan doen we een gevecht. Win ik, dan sluiten jullie je bij mij aan. En als jij wint, Amberster, Dan mag jij kiezen wat er met de Clans gebeurt, buiten de HemelClan, natuurlijk.'

'Ik zou alles doen om gewoon Amberster te blijven, leider van de DonderClan.' antwoordde ze koeltjes.

'Ik sluit me bij je aan, Amberster.' antwoordde de nobele stem van Zonhart.

'HemelClan, doen jullie met ons mee? Het maakt niet uit hoor, maar drie groepen tegen twee groepen komt niet echt goed.' vroeg Amberster hoopvol tegen Oceaanster. De zilveren poes was niet verbaasd. 'Natuurlijk. Ik wil niet dat jullie in de handen van Metaal belanden!' antwoordde ze strijdlustig. 'We gaan er een lap op geven!'

Tsunamipoot stond op en trippelde naar Zonnesnor. 'Hebben jullie al beslist dat ik meega?' vroeg ze.

'We hebben het er over gehad', hij stopte even 'want je moet het vroeg of laat leren. Dus ja, je gaat mee met Dennenneus.' Tsunamipoot was niet echt opgewonden, om al dat bloed te zien. Maar ja, het was nu zo. Achter haar hoorde ze hoe Hazenster, gevolgd door Grote Berk en Zachte Motregen, het kamp uit wandelden. En dat op één avond. zuchtte ze.

'Nachtbrokkel, Zonhart , Kiemvacht en Amberster, we moeten een strategie plannen!' riep Oceaanster.

'Wacht eens even... Avondpels! Meekomen, jij. Je bent de beste qua intelligentie', mauwde Zonhart. Avondpels trippelde vereerd achter haar commandant, regelstreeks het hol in. Avondpels moet weel héél slim zijn als ze wordt uitgenodigd! dacht ze. Op weg naar het medicijnhol, kwam ze Rimpelpoot tegen, die eigenlijk best bezorgd was. 'Wat is er?' vroeg ze.

'Het bevalt me niet echt... Wat als we verliezen? Dan zijn we gedoemd en moeten we onder Metaal's blik leven!' gooide hij eruit. Tsunamipoot had er nog niet zo over gedacht. 'Ik hoop ook écht dat het goedkomt', vervolgde ze 'ik wil niet Wilde Tsunami worden genoemd!' grapte ze. 'En ik Gerimpelde Neus!' grapte hij terug. Beiden schoten ze in de lach. 'Wel, ik moet naar het Medicijnhol. Kruiden sorteren', mauwde ze. Als antwoord zwiepte Rimpelpoot met zijn staart.

Binnen in het Medicijnhol hoorde ze Zonnesnor babbelen tegen Wespstreep.

'Wespstreep, je kittens kunnen nu ieder moment komen. Je mag dus niet meer uit het kamp!' Zonnesnor stopte even toen Tsunamipoot in het kruidenhol begon te sorteren. 'Hoi Tsunamipoot!' mauwde de hoogzwangere poes. 'Hoi Wespstreep.'

'Oké Zonnesnor. Maar wat als de kittens 's nachts komen?' vroeg ze angstig.

'Maak dan meteen Timmerhart en Gistpels wakker en zorg dat één van de twee de medicijnkatten gaat halen. We willen niet dat het terug zo afloopt als de vorige keer.' antwoordde de rosse kater vriendelijk.

'Oké.' De oranje poes stapte vermoeid naar buiten. Tsunamipoot stapte regelstreeks naar Zonnesnor.

'Is er iets gebeurd voordat ik hier was?' vroeg ze. Zonnesnor twijfelde even.

'Oké, ik zal het zeggen. Maar niet zeggen tegen Wespstreep dat je dat weet, of je gaat alleen maar tranen opwekken! Alleen aan Dennenneus en misschien je nestgenootjes, alleen als ze het ook niet doorvertellen.'

'Ik zal het niet zeggen.' antwoordde ze kalm.

'Wel, vele manen geleden, toen ik nog Zonnepoot was, gebeurde er iets vreselijks. Wespstreep beviel toen van haar eerste nest.. Het was een hele zware bevalling, omdat de kittens te laat waren gekomen. Je kon haar hulpkreten tot aan de andere kant van het woud horen. Uiteindelijk was het toch goed afgelopen, nou ja.. Met Wespstreep. De kittens waren na een paar ogenblikken gestorven, alle vier, ja vier kittens. Ze had hen nog voor dat ze stierven Witviskit, Lijsterkit, Renkit en Dopkit genoemd. Snelrenner en Wespstreep waren nog manenlang in de rouw. Ik denk dat als ze de kittens krijgt, ze zeker één van hen een naam zou geven van de vorige kittens.' mauwde hij tot slot, droevig van het verhaal.

'Wow.. wat droevig.' mauwde ze medelevend.

'Ga nu maar slapen. Ik zorg wel voor de kruiden.' antwoordde hij.

Ze gehoorzaamde de rosse kat en viel in slaap.

Hoofdstuk 21:[]

Rietpoot opende haar ogen, maar bleef nog even piekeren. Ze had er gisteren belachelijk bijgestaan, want ja! Het is niet leuk als je je eer en loyaliteit weggeeft aan één of andere kat! Ze moesten winnen, koste wat koste. Ze mochten nooit bij Metaal aansluiten! Zelfs als ze daarbij zichzelf bij de SterrenClan moest sturen. Rietpoot stond vermoeid op. Haar pluizige, zwarte vacht zat vol klitten en ze moest zich dringend wassen! Maar eerst trippelde ze naar de bijna lege prooihoop. Ik zal eerst wat naar Wespstreep brengen. Bedacht ze. De hoogzwangere poes had volgens Tsunamipoot iets ergs voorgehad, toen Rietpoot die nacht een doorn uit haar poot moest halen. Ze pakte een mollige duif, uit het park, ver van hier. 'En voor wie is dat?' vroeg een stem achter haar. Aan de scherpe toon wist ze direct dat het Nachtbrokkel was. Ze draaide zich om en keek hem recht aan.

'Gewoon, naar Wespstreep. Trek jij mijn loyalitieit in twijfel?' vroeg ze op een even scherpe toon als hem. Als antwoordt snoof de kater alleen en trippelde naar Timmerhart, zijn partner. Grijspoot en Witpoot stonden om Tijgerlicht en Roodwolk te dartelen, te zenuwachtig om hun eerste training. Ze draaide zich om en gallopeerde naar de kraamkamer. Binnen zag ze Wespstreep op haar zij, haar buik te zwaar om te kunnen wandelen. 'Oh, Dank je Rietpoot!' mauwde ze verrukt.

'Zal ik ook nog wat nat mos verzamelen in Zuiderbeek? Je zult wel dorst hebben.'

'Oh, dat zou geweldig zij-' Wespstreep werd onderbroken door een pijnscheut. Een paar ogenblikken later begon ze snel van de duif te eten. Rietpoot draaide zich om en trippelde naar de ingang. Zo meteen zou ze gaan jagen, en daarna zou ze lekker kunnen eten. Toen ze buiten kwam, snoof ze de natte, maar tegelijk warme lucht in. Ik wil niet weten hoe Droogblad er uit ziet. Met al die tweebenen op het strand! dacht ze toen ze richting Zuiderbeek schoot. Haar pluizige vacht vloog in het rond. Aan de beek, zocht ze een stuk mos uit en begon het nat te maken. Daarna gallopeerde ze op haar hoede terug naar Wespstreep. De oranje poes had vlug gedronken toen ze aan was gekomen.

Op de jachtpatrouille hadden ze goed buitgemaakt. Maanschutter had een stel muizen gevangen, Jaagpoot een meeuw , Grijspoot voor het eerst een kikker en Rietpoot had ook twee kikkers te pakken gekregen. Oceaanster stond op de uitstekende rots. 'Goede vangst!' mauwde ze toen ze waren voorbijgekomen. Ze rende snel met een kikker naar Geenzicht, in het hol van de oudsten. Binnen zaten Junglekit, Palmkit en Mangokit naar een spannend verhaal te luisteren. Blijkbaar werden ze gestoord door haar, want de knorrige Geenzicht was niet bepaald blij.

'Zeg, wie denk je wel dat je bent? Ik was net het tweebeenverhaal aan het vertellen!' snoof hij.

'Sorry, hoor! Ik dacht dat je wel een kikker luste! Maar ja, als ik weg moet...'

'Kikker? Komaan, geef hier! En daarna wegscheren!'

'Ja, wegscheren!' riep Palmkit vrolijk. Rietpoot rolde met haar ogen. De kits van Gistpels waren ook al bijna klaar om leerling te worden. Het waren echte lastposten, als je het haar vroeg! Maar ja... Het was nu zo! Mangokit speelde met haar broertje mee. 'Als Rietpoot niet weg gaat ga ik het tegen mama zeggen!' Rietpoot draaide zich om en verliet het hol zonder een woord. Onderweg kwam ze Vleugelpoot tegen, die een Spreeuw in haar mond had. 'Zullen we hem delen? Hij is vers!' mauwde de zachte poes gedempt.

'Ja, goed idee! Ik verga zowat van de honger.' antwoordde ze. Samen aten ze van de lekkere prooi.

'Zeg, Vleugelpoot... Wat kan er eigenlijk allemaal misgaan in Droogblad? Ik bedoel maar, we zitten toch niet op het tweebeen-terrein?'

'Uhm.. Zelf wordt dit mijn eerste Droogblad, maar ik ben wel geboren op het einde van Droogblad, en het was toen zelfs nog erg. We hadden toen zelfs nog een paar bosbranden.'

'Bosbranden? Hoeveel?!' vroeg ze geschokt.

'Volgens Paarsbloem ongeveer acht per Droogblad. Ze zorgen er iedere keer weer voor dat de clan honger lijdt. Soms moeten we zelfs tot in de tweebeenplaats om kraaienvoer te eten!'

'En het park dan?'

'Ook afgebrand. Die branden zorgen echt voor problemen. Vaak komen zelfs rode tweebenen in waterspuugmonsters het bos blussen!'

'Wat?! Tweebenen?!'

'Ja, want anders kunnen hun soortgenoten niet naar het strand wegens het rook en as!' Rietpoot rilde bij dat antwoord. Zelfs tweebenen kwamen het blussen! Droogblad was erg, en het kwam dichter en dichter...


Hoofdstuk 22:[]

Tsunamipoot baande zich een weg door het Medicijnhol. Ze had de opdracht gekregen alvast wat bundeltjes van kruiden te maken die ze nodig hadden voor het gevecht; Dennenneus en Zonnesnor waren nog meer kruiden gaan verzamelen. Heel veel krijgers zullen ons moeten helpen met dragen, dat is zeker! Ze ging door met bundeltjes maken. Hmm... Ik moest 15 bundels van papaverzaad hebben... Ze pakte alvast heel veel papaver en wikkelde een blad om de zaden heen.

'Wespstreep krijgt haar kittens!' schreeuwde Gistpels aan de ingang. Tsunamipoot werd overspoeld met schrik. Zonnesnor en Dennenneus waren er niet! Ik zal het maar proberen! Ze pakte snel de benodigde kruiden, en een stok uit de voorraad wanneer moederkatten jongden. Ze sprintte richting de kraamkamer. 'Snelrenner, zoek Dennenneus en Zonnesnor! Ze zijn in Noorderpoel!' beval ze. 'En Wespstreep dan?!' vroeg hij. 'Ga gewoon!' krijste ze. De zwart-witte kater gehoorzaamde en schoot weg.

'Wespstreep, bijt hierop! Ondertussen smeerde ze wat smeerwortel op haar heupen. Als antwoord onderdrukte Wespstreep een grauw van pijn. Komaan, Tsunamipoot! Denk aan hoe Leeuwerikvleugel haar kittens kreeg! Daar was je bij! Gelukkig verscheen de eerste kitten onder haar staart. 'Een katertje!' mauwde Gistpels verrukt toen ze het kleine hoopje vacht begon te likken. Na nog een pijnscheut kwam het tweede katje eruit, dit keer een poesje.

'Wanneer is het gedaan!' vroeg Wespstreep hijgend. De tak onder haar was al in tweeën versplinterd. Uiteindelijk waren er nog twee kittens gekomen.

'Twee katertjes en twee poesjes!' mauwde Timmerhart zacht. De vier kittens worstelden zich richting Wespstreeps buik en begonnen te drinken.

'Bedankt, Tsunamipoot!' hijgde de rosse poes. Snelrenner verscheen samen met Zonnesnor en Dennenneus de kraamkamer in.

'Goed gedaan, Tsunamipoot!' prees Zonnesnor.

'Hoe gaan jullie ze noemen?' vroeg Dennenneus.

Het sneeuwwitte poesje was als eerste aan de beurt.

'Hé, Snelrenner. Wat dacht je van Vlokkit? Ze lijkt er precies op!' Snelrenner knikte.

'Wespstreep, jij mag de namen verzinnen. Ik ben er niet goed in!' snorde hij.

'Oké...' ze keek naar het crèmekleurige poesje. 'Deze Hazelkit.'

'En deze...' ze wees met haar neus naar een groot, grijsgestreept katertje. 'Jij wordt Snoekkit.' mauwde ze vermoeid. 'Nog maar eentje!' moedigde Snelrenner haar aan. Wespstreep keek vermoeid naar het laatste katertje. Het was een lichtgrijs met donker gespikkeld katertje. 'Askit.' mauwde ze tot slot.

'Ik zeg het jullie, ze zijn volmaakt!' spon Dennenneus. 'Kom, we laten ze even rusten.' mauwde Zonnesnor. Ze verlieten het hol. Achter hen hoorden ze de zes katten dicht op elkaar snurken.

'Tsunamipoot! Beter kon het niet! Wie was je mentor in de DonderClan?' vroeg Dennenneus ongelovig. 'Leliestaart.' antwoordde ze.

Zonnesnor was ook ongelovig naar haar aan het knikken. 'Zeg, die Leliestaart. Is er een verband daarmee met de grootse leider Vuurster, die ons hier vele manen geleden naar toe heeft gebracht? Ze moet super goed zijn!' vroeg hij.

'Uhm.. Ja, eigenlijk wel. Maar ze heeft Vuurster nooit gekend. Hij is omgekomen een paar weken na haar geboorte. Het verband was dat Vosstaart, haar moeder, de leerling was van Zandstorm. Die ken je wel, hé. En Stropels, haar vader, was de leerling van de beste vriend van Vuurster.' antwoordde ze. Ze was nog steeds trots wegens haar eerste geboorte waar ze alleen bij was. Maar ja, zelfs als ze er niet was geweest wisten Gistpels en Timmerhart wel wat te doen. Maar toch....

'Hoe is hij omgekomen? ' vroeg Dennenneus geschokt.

'Ik zal het jullie uitleggen als we naar de maanpoel gaan.'

'Maanpoel?' vroeg Zonnesnor. 'Dat is hier de Maangrot. Het is een heel eind stappen, en b.t.w we komen er alleen als een leider zijn levens moet ophalen.'

'O' antwoordde ze. Dennenneus keek haar schamend aan. 'De maangrot is zeker een dag stappen.' mauwde ze tot slot. Tsunamipoot geeuwde.

'Zou ik even kunnen slapen?' vroeg ze. Dennenneus zwiepte met haar staart. 'Ik zal nog wel wat bundels maken. Zonnesnor, ga jij even langs Noorderpoel om nog wat spinrag te halen? En als je nog wat Goudsbloem vindt zou dat fantastisch zijn...' Dennenneus brabbelde nog wat door, maar Tsunamipoot verzonk al in slaap. Het was al zo'n vermoeiende dag geweest, en het was nog niet eens voorbij.

'Oké, Tsunamipoot. We moeten wat Apenblad te pakken zien te krijgen.' mauwde Dennenneus. 'Je zult naar boven moeten klimmen. Het is een soort gekruld blad, dat aan zo'n takken hangt als klimop.' Tsunamipoot knikte. 'Je blijft toch wachten, hé?' vroeg ze bang.

'Ja, hoor! Ik blijf in de kruin van de tweede laagste tak zitten, zodat ik geen gevaar loop.' antwoordde ze. Tsunamipoot sloeg haar klauwen in de gladde bast en begon met snelle, krachtige bewegingen naar boven te klimmen. Om de twee takken stopte ze even in de kruin, om te zien of er ergens Apenblad was. Ondertussen kon ze wat rusten. Ze kwam hoger en hoger, en begon de warme stralen van de zon te bereiken. Ze was bijna boven de middellaag in het woud! Eindelijk zag ze hoe dat de bomen rond haar heen feller en feller schenen. Boven haar hoordde ze vogels wegvluchten. Ze bleef zitten. Wat was ze hoog! Ze kon zelfs tot voorbij Metaal's territorium kijken! Onder haar heen voelde ze hoe de takken wiebelden. O nee! Ben ik te hoog gegaan?! Als ik nu naar beneden donder, zit ik bij de SterrenClan! Tot haar opluchting zag ze wat Apenblad. Wel op een andere boom! dacht ze vol afschuw. Ze sloop verder en verder van de kruin. De takken wiebelden onder haar. Aan het einde van de tak voelde ze hoe de smalle tak boog. De tak brak. Ze sprong uit doodsangst op de andere tak en bracht zich in veiligheid. Onder haar hoorde ze de schrille mauw van Dennenneus, die blijkbaar geschrokken was van de tak. Ze rukte het Apenblad af de bast en begon zich met trillende poten naar beneden laten zakken, tot aan de grond.

'Pfew!' hijgde ze. 'Ik was bijna naar beneden gesleurd door die tak!'

'Ik zag het.' antwoordde Dennenneus geschokt. 'Kom, we gaan naar huis. Daar kun je wat bedaren.' Tsunamipoot volgde Dennenneus al bibberend naar het kamp.


Hoofdstuk 23:[]

Rimpelpoot baande zich een weg door het struikgewas. De dageraadpatrouille stond op het punt een familie kikkers aan te vallen! Hij was samen met Jaagpoot Snelrenner één van de renners. Bruinhart, Vochtvacht en Kiemvacht waren de stuivers. Het was een hinderlaag. De stuivers moesten de kikkers doen laten schrikken waardoor ze regelstreeks in hun poten zouden belanden. En nu hadden ze een hele familie! Rimpelpoot wachtte geduldig, zij aan zij, met Snelrenner en Jaagpoot. Aan de overkant zagen ze Bruinhart regelstreeks één van de uitwegen versperren voor de kikkers. Aan de andere kant zag hij Vochtvacht hetzelfde doen. Kiemvacht gaat ze regelstreeks onze poten in jagen! dacht hij verrrukt. Toen zag hij hoe de lichtbruine DonderClancommandant met een grauw voor de poten van de kikkers sprong. De kikkers probeerden weg te springen naar links, maar Vochtvacht verraste ze met een uithaal van zijn poten. De kikkers hopten nu op volle snelheid op Rimpelpoot, Jaagpoot en Snelrenner af. Snelrenner zwiepte met zij staart als teken voor de sprong. Hij sprong met een krachtige landing en eindigde op de grond met een kikker tussen zijn kaken. Snel beet hij het dier dood. Jaagpoots vangst mislukte. De kikker sprong weg onder het water, maar Jaagpoot wou blijkbaar niet toegeven dat zijn vangst verloren was. De donkere kat sprong regelstreeks het water in en zwom naar de bodem, waar de kikker was weggevlucht. Trots kwam Jaagpoot het water weer boven, en Rimpelpoot was zo opgelucht als iets. Jaagpoot schudde zich uit, en daarna kwamen de zes katten bij elkaar. 'Goeie vangst vandaa, hé!' snorde Bruinhart bij het kijken van de vijf kikkers. Snelrenner had er drié gevangen, en dat was zeer goed. Hij keek naar de kikker die hij gevangen had. Die zou perfect voor Wespstreep zijn. 'Is het goed als ik deze in de vulkaan naar Wespstreep breng?' vroeg hij aan Snelrenner. Hij was immers de vader van die kits.

'Tuurlijk. Maar zie dat de kits er niet mee beginnen te spelen.' antwoordde hij vol vreugde. Hij snapte de zwart-witte kater wel. Die kits waren ondertussen al veel meer gegroeid. Hij spon al bij de gedachte hoe Snoekkit dacht dat hij werd meegesleurd door een blad. Vlokkit, Snoekkit, Askit en Hazelkit; vier schattige, volmaakte kittens.

'Zeg, Rimpelpoot? Neem jij de vijf kikkers mee naar de prooihoop? En vraag anders aan je zus of ze er een aan Wespstreep kan geven. En daarna terugkomen!'

'Tuurlijk, Snelrenner.' antwoordde Rimpelpoot. Hij pakte de vijf kikkers, elk aan een poot, en kroste regelrecht naar het kamp met grote sprongen. In de vulkaan zag hij Rietpoot nergens, dus besloot hij het zelf te gaan geven. Wat verderop zag ze Wespstreep met een wakend oog op de kits kijken. De twee katertjes waren een schijngevecht aan het doen, en de twee poesjes waren blaadjes aan het proberen te pakken als ze naar beneden dwarrelden. 'De grijze kat is daar!' piepte Askit opeens. De vier katjes kwamen zo snel als ze konden op hem af, en even later bracht hij prooi naar Wespstreep met vier kittens op zijn rug.

'Askit! Hoe kom je erbij! We gingen Grijspoot vangen! NIET Rimpelpoot!' siste ze in Askit's oor. 'Maar als we Grijspoot zien pakken we hem terug!' piepte Vlokkit naar haar broers en zus. 'Ja!' viel Snoekkit hen bij. Rimpelpoot verliet het gesprek toen hij de kikker had afgegeven en hij rende toen terug naar zijn jachtpatrouille.

'Zozo, daar is hij dan.' bromde Jaagpoot.

'Jaagpoot! Een beetje beleefdheid kan hij wel gebruiken! Rimpelpoot, wat maakte het dat je zo lang wegbleef?' vroeg Snelrenner.

'Een stel kits viel me aan.' antwoordde hij, half brommend. Snelrenner keek hem verrukt aan. 'Askit, zekers?'

'Ja', antwoordde hij. Zijn grijze vacht was verwilderd van de aanval.

'Wel...' mauwde Snelrenner beschaamd 'Laten we doorgaan. We gaan wat meeuwen vangen. Vloed is voorbij dus overal zijn meeuwen op zoek naar krabben.'

Bruinhart zwiepte met zijn staart. 'Maar op het strand kunnen we ons toch niet goed camoufleren?'

Snelrenner wist dat iemand dat ging vragen. 'Ik ga jullie leren hoe dat je een meeuw vangt. Het is eigenlijk het simpelste dat je je maar kunt voorstellen.' Kiemvacht dacht diep na. Na een tijdje waagde de commandant een gokje.

'Ik denk dat als we eerst in het water gaan, we de geur van zout in onze vacht krijgen. Dan rollen we in het zand, voor camouflage.' Snelrenner keek hem peinzend aan.

'Kiemvacht', snorde de zwart-witte kater. 'zo diep moet je niet nadenken! Kijk, ik zal het uitleggen.' Hij tekende het strand. Daarna pakte Snelrenner een steen en legde hem op de kaart. 'Zien jullie de steen? Dat is onze prooi.' hij kraste een paar lijntjes als markering voor het dichtste stuk van het water. 'Dit is de plek waar het water terug weg is geëbd. Dat kunnen jullie eigenlijk straks gewoon zien, want dat is een donkerder deel. Kijk, de meeuwen zijn altijd op deze stukken omdat daar de krabben aangespoeld zijn. En', vervolgde hij 'Het is het hardste stuk grond.'

Vochtvacht onderbrak Snelrenner 'En daar kunnen we sluipen zonder dat ze dat horen!' riep de grijze kat uit. 'Helemaal goed, Vochtvacht. Omdat jij zo slim was mij te onderbreken mag jij als eerste. Wij kijken toe vanaf de rand van de jungle. Denk aan wat ik gezegd heb!' beet Snelrenner Vochtvacht toe. Vochtvacht toonde geen sikkepitje van enige angst, hij knikte gewoon. Toen besefte hij dat Vochtvacht en Bruinhart van de WindClan waren, en daarbij goed waren in sluipen onder de blote hemel. Vochtvacht stond inmiddels al op het strand, en rende in een grote boog rond de meeuw heen. Toen sloop de kater met kleine, snelle stappen, achter de rug van de meeuw, dichter en dichter bij. Telkens als de meeuw zich omdraaide terwijl hij zijn prooi verorberde, stond Vochtvacht stokstijf. Vochtvacht moet ik als voorbeeld nemen! Vochtvacht was ondertussen een slanglengte van de meeuw verwijderd. Maar de meeuw zag hem nog steeds niet! Dat beest moet wel ECHT slechte ogen hebben voor een vogel! Vochtvacht kon niet meer dichter. Met een krachtige sprong doodde hij de vogel in één klap. Wouw! dacht hij toen Vochtvacht terug naar hen galloppeerde.

'Goeie!' prees Bruinhart zijn clangenoot.

Vochtvacht likte een paar keer opgelaten over zijn borstkas. 'Dank je.' antwoordde hij uiteindelijk.

'Je hebt het echt goed gedaan!' riep Rimpelpoot.

'Ja!' viel Jaagpoot hem bij.

'Dank jullie, allemaal.' antwoordde hij nog is. Snelrenner keek verbluft; zijn blauwe ogen stonden wijd open van verbazing.

'Wat?! Van de eerste keer?!' vroeg hij, nog steeds verbluft.

'WindClan!' antwoordde Bruinhart. Zijn ogen stonden vol trots over zijn clan die was opgesplitst.

'Ja, katers. Het is tijd om naar huis te gaan, sorry!' mauwde Snelrenner.

'Huh? Maar de zon is nog lang niet onder!' riep Bruinhart. 'Ik wil er ook een vangen!'

'Jongens, muizenbreinen dat jullie zijn!' riep Jaagpoot. Zijn ogen stonden vol opwinding. 'Ik word tot krijger benoemd!' Toen pas besefte Rimpelpoot hoeveel groter en sterker Jaagpoot was.

'Weet Rietpoot dat al?' vroeg Rimpelpoot aan Jaagpoot.

'Natuurlijk, vissenbrein! Vleugelpoot is de beste vriendin van haar!'

'Ow ja!'

De twee katers gokten nog even over Jaagpoot's krijgersnaam voordat ze het kamp binnenstapten.


Hoofdstuk 24:[]

Rietpoot zat naast de opgewonde Vleugelpoot.

'Wanneer komen ze nou!' jammerde Vleugelpoot. Snelrenner en zijn patrouille waren nog niet terug. Gelukkig verschenen ze even later. Snelrenner liep op kop, gevolgd door Bruinhart, die een meeuw vasthield, Jaagpoot , Rimpelpoot, Kiemvacht en Vochtvacht. Jaagpoot rende naar zijn moeder, Paarsbloem. De lilackleurige poes had haar partner verloren nog voordat ze hier aankwam.

Toen Oceaanster op de uitestekende rots sprong, kon ze Vleugelpoot niet meer bedwingen. De jonge poes die zometeen krijger werd, stond heen een weer te huppelen.

Oceaansters stem galmde door de vulkaan. 'Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich onderaan de uitstekende rots verzamelen!' Rietpoot zag hoe een grote hoop kittens, geleid door Palmkit, op de hoop krijgers afstormen. 'Krijgersceremonie!' piepte Schildpadkit. 'Cool!' riep Hazelkit. 'Dan kunnen we dat voor de eerste keer meemaken!' riep Askit, met ogen zo groot als kokosnoten.

'Zoals jullie weten, is het tijd voor drie leerlingen om hun krijgersceremonie te vieren.

'Ik, Oceaanster, leider van de HemelClan, doe een beroep op mijn voorouders om op deze leerlingen neer te kijken. Ze hebben hard getraind om de werking van uw nobele krijgscode te begrijpen en ik breng ze naar u als een krijger op zijn beurt. Kleinpoot, Jaagpoot en Vleugelpoot, zweren jullie dat jullie altijd de krijgscode te blijven volgen en je Clan te verdedigen, zelfs met gevaar voor eigen leven?'

'Dat zweren we.' antwoordden ze plechtig en tegelijk.

'Dan bij de krachten van de Sterrenclan geef ik jullie jullie krijgersnamen. Kleinpoot, vanaf nu zul jij bekend staan als Kleinklauw. De SterrenClan eert je moed en stoutmoedigheid, en verwelkomt je als een volwaardige krijger van de HemelClan.'

Oceaanster keek nu naar Jaagpoot. 'Jaagpoot, jij zult vanaf nu bekend staan als Jaagvleugel. De SterrenClan eert je kracht en voldaanheid en verwelkomt je als een volwaardige krijger van de HemelClan.'

Met een wenk ging ze over naar Vleugelpoot. 'Vleugelpoot, jij zult vanaf nu bekend staan als Vleugelvlucht. De SterrenClan eert je behendigheid en je intelligentie, en verwelkomt je als een volwaardige krijger van de HemelClan.'

Oceaanster legde haar snuit op Vleugelvluchts kop, en Vleugelvlucht gaf haar leider een lik op haar schouder, net als dat gaat in de Krijgscode, net zoals Oceaanster had gedaan met Jaagvleugel en Kleinklauw.

'Kleinklauw, Jaagvleugel, Vleugelvlucht! Kleinklauw, Jaagvleugel, Vleugelvlucht!' riepen de katten in koor. De drie jonge krijgers stonden zo trots, trotser kon het niet. Na de ceremonie was Vleugelvlucht op haar afgetrippeld.

'Gefeliciteerd!' mauwde Rietpoot.

'Dank je!' antwoordde ze.

'Hoe was het om tot krijger benoemd te worden?' vroeg ze peinzend. Zij waren de volgende! Maar dat ging pas door over twee manen.

'Spannend en eng! Leuk, want ja! Je bent een krijger geworden! Maar het is ook eng dat je in het midden van een hoop katten staat, en al zeker als een hoop van 10 kittens je staat aan te staren!' antwoordde Vleugelvlucht.

'Kom mee, Vleugelvlucht!' mauwde Kleinklauw. Jaagvleugel stond naast hem. 'Onze nesten',

'Oh ja! Zie je morgen, Rietpoot!' miauwde ze snel.

'Tot morgen!' antwoordde ze. Ze verorberde nog snel een kikker die de patrouille had gevangen om daarna in haar leerlingennest te kruipen. Ze miste de grijze vacht die normaal gezien naast haar gelegen had. Twee manen dacht ze. Twee manen...

Hoofdstuk 25:[]

Tsunamipoot was nog steeds bezig geweest met bundels maken toen Oceaanster op de rots sprong. 'Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich onderaan de uitstekende rots verzamelen!' riep de zilvergestreepte poes.

'Zoals jullie misschien weten, is het vandaag het gevecht!' haar stem echoëde in de vulkaan. 'Mogen we mee?' vroeg Mangokit. 'We zijn immers bijna leerlingen!'

'Nee, jullie domme kits!' siste Nachtbrokkel. Gistpels keek de kater woedend aan. 'Wanneer ga jij is manieren leren?' vroeg ze geërgerd. 'Tegen je eigen kits en partner ben je de liefste vader van de wereld, maar de rest van de clan heeft een hekel aan je! Dat besef je toch, hé?' Nachtbrokkel kneedde met zijn klauwen in de aarde. 'Hoe durf jij zo te spreken tegenover je commandant!' vroeg hij vol ergernis, woede en ook een klein beetje verdriet.

'Genoeg!' riep Oceaanster. 'Ik sta hier niet voor jullie om een ruzie op te lossen! Ik sta hier om te kiezen wie er meegaat en wie niet.'

Nachtbrokkel trekte zich sissend van woede terug op het rotsblok. Gistpels sloeg haar staart om haar kits. Palmkit keek samen met Mangokit en Junglekit bang richting de commandant. Timmerhart keek samen met Grijspoot en Witpoot geschokt naar haar partner. Timmerhart kromp ineen alsof ze de fout van haar laven had gemaakt.

'Goed, We gaan verder', vervolgde Oceaanster. 'Nachtbrokkel, jij blijft hier in het kamp. En als ik ook maar één klacht hoor over wat dan ook, krijg je met mij en mijn hol te maken. Ík leid de patrouille. Degene die ik nu ga opsommen, gaan met mij mee: Snelrenner, Sluipvoet, Waterstaart, Maanschutter, Roodwolk, Vochtvacht, Zonhart, Amberster, Kiemvacht, Jaagvleugel, Kraaipoot, Rimpelpoot , Rietpoot, Tsunamipoot, Dennenneus, Vleugelvlucht, Kleinklauw, Bruinhart, Avondpels, Vlampoot, Gansvleugel en Honingbij'

'Hee, en wij dan?' vroeg Witpoot vol ontzet. Nachtbrokkel gaf haar een sussende lik over haar oren, maar Witpoot deinsde achteruit en ging bij Timmerhart staan. Nachtbrokkels ogen stonden nu vol verdriet. Met hangende schouders ging hij terug zitten.

'Oké, laten we vertrekken. Tsunamipoot en Dennenneus, geef elke krijger een bundel kruiden die ze kunnen dragen onderweg.' Tsunamipoot pakte er drie en gaf die aan Kleinklauw, Amberster en Maanschutter. Dennenneus deed hetzelfde bij Waterstaart, Vochtvacht, Jaagvleugel en Avondpels. Toen ze uiteindelijk klaar waren, pakte Tsunamipoot het overgebleven bundeltje en rende naar Dennenneus. Ondertussen zag ze Rimpelpoot met Jaagvleugel praten terwijl Rietpoot dat deed met Vleugelvlucht. IK moet dringend eens vrienden maken! Dacht ze. Maar Dennenneus was haar vriendin, toch?


Na een paar uur stappen kwamen ze uit op het strand. De zon ging onder. Morgen was het gevecht! Dennenneus beval de krijgers de bundels voor een tijdje te begraven in het zand achter een duin. Tussen de duinengangen, daar gingen de gewonden verzorgd worden en zo zouden ze allemaal hun eigen plekje krijgen tegen de wind.

'Kom, zoek allemaal een beschut plekje tussen het duinengras en ga slapen! Roodwolk! Jij pakt de eerste wacht en Sluipvoet, jij leidt een kleine jachtpatrouille met Bruinhart en Vochtvacht! En oh ja, als jullie terugkomen vertrekt er een andere patrouille van Kleinklauw , Waterstaart en Kiemvacht. En zo door tot dat het ochtend is!' riep Oceaanster tussen de kille wind door. Tsunamipoot groef een kuil en nestelde zich onder het duinengras.


'Metaal en Paarse Haas!' riep Vlampoot, die de wacht hield. Alle katten schoten recht vanonder het smalle duingras. Tsunamipoot rende verschrikt naar de bundels met kruiden. Bang bleef ze tussen de geheime duinengangen zitten. Ze zag alle katten langs achter gaan, om te voorkomen dat de basis gezien werd. In een grote boog creërden de krijgers een grote stormloop. Tsunamipoots knieën knikten. Wat als ze dit gevecht verloren? Ze MOESTEN winnen, koste wat koste. Ze wou niet Wilde Tsunami noemen! En ze wilde ook niet dat Kiemvacht Jonge Kiem word genoemd, dat Oceaanster Ruige Oceaan werd genoemd... NEE! ze wou haar naam houden, de krijgscode volgen... naar de Maangrot gaan....

'Tsunamipoot, maak je geen zorgen. Alles komt goed.' mauwde Dennenneus.

'Hoe dan??? Wil jij Tomaatkleurige Neus worden genoemd? Want zo'n naam gaan we krijgen als we verliezen!' Tsunamipoot jammerde.

'Nee, maar we zullen winnen. Dat weet ik gewoon.'

'Hoe?'

'Een profetie die ons de weg zal wijzen. Geen zorgen, het is pas bestemd als de Sterrenclan het officieël maakt.'


Hoofdstuk 26:[]

Rimpelpoot voelde de klauwen van Bliksemstorm in zijn vacht. De kater deed niet veel moeite, hij wou het laten lijken. 'Rimpelpoot, bijt mij in mijn poot! Hoe meer gewonden er vallen, hoe meer kans ik gewoon terug Bliksemstorm kan worden genoemd!' Rimpelpoot knikte. Hij beet in de gespierde poot van de gestreepte kater, die het uitschreeuwde van de pijn, en toen met zijn expresse wond weghinkte naar de velden. Met een dankbare blik knikte Rimpelpoot terug. Hij had deze kat verwond voor de clans. Grotendeels van de clankatten deden dat, zelfs Wolvenpels en Bramenstruik zorgden ervoor dat ze afvielen. Het waren vijf clans tegen één! Maar hij werd wat minder blij toen de cyperse kat van Metaal's Groep op hem af kwam gerend. Die wil wraak dacht hij toen hij een leng litteken op zijn poot zag. 'Je vermorzeld Stekelige Doorn niet twee keer!' krijste Stekelige Doorn. De kater sprong met volle kracht op zijn rug, nu vele zwaarder dan de vorige keer. Hij moet getraind hebben! Bedacht hij terwijl hij zijn kaken op elkaar klemde. Rimpelpoot zakte in elkaar; daarna zette hij zijn nagels in de twee flanken van Stekelige Doorn. De kat krijste het uit en bewerkte Rimpelpoots buik met volle kracht. Rimpelpoot worstelde zichzelf onder de klauwen uit en ontweek zijn volgende slag. Toen de cyperse kat opstond, steigerde hij en klauwde Stekelige Doorns snuit open. De kater gaf niet op; hij duwde Rimpelpoot weer omver en gaf hem een stevige beet in zijn poot. Rimpelpoot schreeuwde het uit. Stekelige Doorn probeerde ondertussen in zijn nek te bijten. Nee! Ik ga niet sterven onder Stekelige Doorns klauwen! Uit doodsangst krabte hij de keel van Stekelige Doorn open. De cyperse kat kuchte even wat bloed om daarna ak rillend op de grond te vallen. Vol afschuw zag Rimpelpoot hoe de kat stopte met ademen. Ondertussen kwam een andere poes van Metaal's groep. 'Nee! Stekelige Doorn!' krijste ze vol verdriet.

'Wat heb je gedaan!' riep de zwarte poes.

'H...Hij wou me doodbijten! Ik heb het uit pure zelfverdediging gedaan!' Hij kromp ineen. Hij voelde zich schuldig omdat hij een kat vermoord had.

'Dan moest hij je maar doden!' siste ze van woede en verdriet. Ondertussen kwam een andere kat erbij staan.

'Als hij hem vermoorde uit zelfverdediging, dan kunnen we dat hem niet kwalijk nemen, Zwarte Beer.'

'Maar... Bruine Eik!'

'Stekelige Doorn is nu in het Eeuwige Leven, schat.' Bruine Eik wist hoe hij haar partner moest troosten, en hij kon zijn verdriet goed verbergen. 'We hebben nog steeds Zachte Motregen en Zoet Stuifmeel.'

'Maar geen één van de twee kan in jou voetstappen treden!'

'Dan is dat zo, Zwarte Beer. Ons volgende nest zal dat weer goedmaken.'

'Er komt geen volgend nest...' siste Zwarte Beer. 'Niet als ik zo'n verdriet moet lijden.'

'En jij hebt daarvoor gezorgd!' Zwarte Beer gooide zich op Rimpelpoot, maar hij zette een stap opzij en ze viel met een smak op de grond. Bruine Eik zuchtte en draafde naar zijn partner, midden in het groot gevecht. 'Zwarte Beer! Hij is een clankat, weet je nog? Hij wordt getraind in jagen en vechten.' Zwarte Beer keek nog steeds woedend naar Rimpelpoot. Ze blies naar haar partner. 'Val jij hem dan aan!'

'Nee, Zwarte Beer. Trouwens, wat is je naam? Ik zou alles doen om Paarse Haas uit ons kamp te krijgen!' mauwde hij beleefd.

'Ik ben Rimpelpoot. En bedankt dat je ons wil helpen! Ik zou alles doen om niet Gerimpelde Neus te worden genoemd!' Bruine Eik begon te spinnen. 'Soms vraag ik me wel eens af hoe het leven is als clankat. Ik denk dat het fantastisch is om een mentor te hebben, te kunnen jagen en vechten voor je groepsgenoten en uiteindelijk wordt gerespecteerd als oudste om je laatste manen door te brengen.' Rimpelpoot keek de kat verbaast aan. Wou hij een clankat worden?

'Bij ons is een oudste een nietsnut', vervolgde Bruine Eik. 'ze sterven langzaam aan voedselgebrek. Ik zou alles doen om Grijze Slang en Rode Bloem naar jullie over te brengen. Mijn ouders zijn zo langzaamaan gestorven, en ik wil niet dat dat bij hun gebeurt. Ze zijn graatmager, want al de overschot van het voedsel wordt door Metaal opgegeten.'

'Jij verrader! Ik dacht dat ''PARTNERS'' alles aan elkaar vertelden!' krijste Zwarte Beer. Bruine Eik kromp ineen. Toen Zwarte Beer Bruine Eiks snuit openhaalde, gaf Bruine Eik haar een mep zodat ze buiten westen was.

'Zou ik mee naar Amberster en Oceaanster mogen gaan?' vroeg hij smekend. 'En dan neem ik Grijze Slang en Rode Bloem mee. Ze dromen ervan om daar te gaan wonen.'

'En je dochters dan? Zoet Stuifmeel en Zachte Motregen?'

'Ik vertel aan mijn beste vriend Groen Blad dat ik wegga en dan zegt hij dat tegen Zachte Motregen en Zoet Stuifmeel.'

'Alsjeblieft, Rimpelpoot! Als ik nu nog daar een stap binnenzet, word ik vermoord door Metaal!' de kat was doodsbang van zijn leider.

'Kom mee. Als we Oceaanster even spreken in de duinengangen, waar ze nu zit, zouden we het kunnen regelen. Maar dan zul jij wel Grijze Slang en Rode Bloem moeten halen.' De twee katten galloppeerden zo snel mogelijk tussen de verschillende vechtende katten door. Toen ze aankwamen in de duinen, was Oceaanster de eerste die ze zagen.

'Rimpelpoot! Je moet wel een goede reden hebben om hem hierin te brengen, nietwaar?'

'Dat heb ik.' antwoordde hij vastberaden. Achter hem kwam Kleinklauw aangehinkt. 'Een krijger uit Metaal's groep!' krijste de spierwitte kat.

'Laat me mijn verhaal vertellen!' snauwde Rimpelpoot in de richting van de jonge krijger. Meer en meer katten voegden zich in de cirkel; De meeste katten liepen mank of hadden diepe wonden, en Dennenneus en haar leerling en zijn zus Tsunamipoot keken hem nieuwsgierig aan. Rimpelpoot begon het verhaal te vertellen, en toen hij klaar was, had de gewonde Tijgerlicht natuurlijk commentaar.

'En hoe weten we dat ze niet spioneren?!' riep hij.

'Ja!' viel Kleinklauw hem bij.

'Hij heeft net zijn partner K.O. geslagen.' antwoordde hij droogjes.

'O' antwoordden de twee katten. Beschaamd trokken ze zich terug naar achter. Bruine Eik zat nog steeds hoopvol te wachten op een antwoord.

'Oké...' mauwde Oceaanster. 'Je kunt je bij ons voegen. Vertrek nu maar om Grijze Slang en Rode Bloem te halen. Jaagvleugel, jij bent terug fit genoeg. Ga maar met Bruine Eik mee.' antwoordde ze met een blik van achterdocht.

'Dank je, Oceaanster!' riep Bruine Eik terug vol hoop. Hij zag nog net hoe Jaagvleugel en Bruine Eik achter de duinen verdwenen.


De zon was al onder gegaan toen Bruine Eik en Jaagvleugel Grijze Slang en Rode Bloem hadden meegebracht. De twee oudsten waren goed verwelkomt met een lekkere vette meeuw. De oudsten hadden van de meeuw gegeten alsof ze in manen niet meer gegeten hadden. En dat is ook zo. Bedacht hij. En dat door die schurftpels van Metaal!

'Thuis geven we jullie naamceremonies.' had Oceaanster gezegd.

Opeens riep een schrille kreet uit de krijsende katten. 'METAAL'S GROEP, TERUGTREKKEN!' riep Paarse Haas. Rimpelpoot was zo blij als een kitten die net een vlinder had gevangen. Alleen Paarse Haas stond nog overeind. Alle katten kwamen vanuit de duinen naar het strand.

'Paarse Haas, we hebben gewonnen.' miauwde Amberster kalm. 'We zien jou hier over 2 dagen terug, bij Zonhoog. Dan ga ik beslissen wat er gebeurt.' Amberster hijgde. Ze had een lange, bloedende krab aan haar flank en Dennenneus begon het alvast met spinrag te stelpen.

Daarna waren ze met Bruine Eik, Grijze Slang en Rode Bloem naar huis vertrokken.


Hoofdstuk 27:[]

Rietpoot voelde de scherpe pijn toen Tsunamipoot haar krab in haar flank verzorgde met stekend sap.

'Mag ik nu gaan? De ceremonie gaat zo beginnen en ik wil graag weten hoe ze worden genoemd.' vroeg ze haastig. Buiten hoorde ze de kalme stem van Oceaanster de katten bijeen roepen. Ze sprintte haastig naar buiten.

'Vandaag gaan we drie katten hun naam geven.' begon Oceaanster. 'Bruine Eik, Grijze Slang en Rode Bloem, stap naar voren.' De drie katten gehoorzaamden verbaasd.

'Bruine Eik, vanaf nu zul jij bekend staan als Eikensnor.' Oceaanster wendde haar blik af en ging over naar Rode Bloem.

'Rode Bloem, vanaf nu zul jij bekend staan als Bloemval.' ten slotte ging ze over naar Grijze Slang.

'Grijze Slang, vanaf nu zul jij bekend staan als Slangklauw.'

'Komt er geen naamceremonie?' vroeg Honingbij.

'Nee, Honingbij.' antwoordde Oceaanster. 'Dat is nu niet nodig.'

Slangklauw, Eikensnor en Bloemval keken elkaar verrukt aan.

'Eikensnor, Bloemval, Slangklauw! Eikensnor, Bloemval, Slangklauw!' riepen de katten.


'Ook', vervolgde Oceaanster. 'Heb ik een verrassing voor vier leerlingen.'

'Rietpoot, Rimpelpoot, Vlampoot en Zachtpoot, zet een stap naar voren.' Rietpoot en Rimpelpoot keken elkaar verbaasd aan, maar ze gehoorzaamden. Plots fluisterde Rimpelpoot: 'Onze Krijgersceremonie!' toen wist Rietpoot geen raad van de zenuwen. Vleugelvlucht keek haar bemoedigend aan.

'Rietpoot, Rimpelpoot, Vlampoot en Zachtpoot. Zweren jullie dat jullie altijd voor jullie clan zullen vechten, zelfs met gevaar voor eigen leven?' vroeg ze.

'Dat zweren we.' antwoordden ze even plechtig als toen Kleinklauw, Vleugelvlucht en Jaagvleugel tot krijger werden benoemd.

'Rietpoot, Vanaf nu zal jij bekend staan als Rietvacht. De Sterrenclan eert je moed en intelligentie, en verwelkomt je als een ware krijger van de HemelClan.' Rietvacht stapte naar voren , zodat Oceaanster haar neus op haar kop kon leggen. Rietvacht gaf haar een lik over haar schouder.

'Rimpelpoot, vanaf nu zul jij bekend staan als Rimpelneus. De SterrenClan eert je vechtkunst en moed, en verwelkomt je als een ware krijger van de HemelClan.' Rimpelneus deed hetzelfde bij Oceaanster, om daarna zij aan zij met Rietvacht naar Taanstap te gaan.

Nu waren Vlampoot en Zachtpoot aan de beurt.

'Vlampoot, Vanaf nu zal jij bekend staan als Vlampels. De Sterrenclan eert je kracht en stoutmoedigheid, en verwelkomt je als een ware krijger van de HemelClan.'

'Zachtpoot, Vanaf nu zal jij bekend staan als Zachtblad. De Sterrenclan eert je behendigheid en moed en verwelkomt je als een ware krijger van de HemelClan.'

Alle katten begonnen van vreugde te roepen.

'Rietvacht! Rimpelneus! Vlampels! Zachtblad!' De vier jonge krijgers keken elkaar zo vreugdevol als je maar kon wensen aan.


'Stilte, Stilte.' mauwde Oceaanster. 'Eikensnor, Rietvacht, Rimpelneus, Vlampels en Zachtblad, jullie houden de wacht vannacht.'

De vijf katten knikten en namen hun plaatsen in terwijl de katten gingen slapen.


Ik ben een krijger!

Achterflap:[]

Al van jongs af aan willen Rimpelpoot en Rietpoot krijgers worden. Maar als hun broertjes en zusje verdwijnen, komt er een onaardige verrassing. Opeens zijn ze in een andere wereld van de HemelClan. Daar wordt een grote groep kittens gestolen en de twee leerlingen gaan samen op stap met de WindClan en de HemelClan om de kittens te redden.


Weetje:[]

Sluipvoet, Maanschutter, Waterstaart en Roodwolk, de vier dochters van Oceaanster, zijn gebaseerd op ons warrior cats groepje op school. We hebben onszelf namen gegeven, en ik vond het wel leuk om ze in mijn verhaal te laten voorkomen.


The Enddddddddddddd[]

Het boek is af! Neem alvast een kijkje op mijn tweede boek, Bloedmaan

Advertisement