Wikia


Hallo , dit verhaal gaat over Rooderik, van poesiepoes tot DonderClanleerling. Ik ben geïnspireerd door Hartstorm. Dus ik dacht dat dit ook een leuk verhaaltje kon worden. Samen met zijn broer Clyde en haflzus Bonnie. De Clans zijn helaas niet bekend maar wel zijn leventje als poesiepoes.

Personages
Proloog

Het wolkendek schoof open en de zon scheen op een rij tweebeennesten. Een donkerrode, gespierde kater sprong van tuin tot tuin heen en weer. Zijn pels zo rood als vuur in de warmte van de groenbladzon. Zijn donkergroene ogen fonkelden van opwinding bij het zien van het juiste tweebeennest met een platte grond dat koud als steen voelde. Door een te kleine luik trippelde hij binnen en zag links een bak met zand erin. Heel eventjes stopte de kater om het te besnuffelden en haalde zijn neus op. "Begraven ze het wel?" vroeg hij zich af. Zacht gepiep leidde hem af en wees hem de weg naar zijn bestemming. Hij wurmde zich een gat in onder een warme, metaal ding dat leek op een omgevallen boomstam. Het rook er naar stof en plotseling moest hij niezen. Het gepiep werd luider, en het smalle pad werd vervangen door een enorme grot. Daarin stond een zachte mand. Waarin een goudbruine, cyperse poes die trots haar rode kittens geruststellend schoonlikte. Vlamster miauwde zachtjes gedag en keek in haar paarse, glinsterende ogen. De poes miauwde terug en Vlamster trippelde dichterbij. Hij onderdrukte een kreet van blijdschap bij het zien van de jongen, zijn jongen! Een rode met groene ogen stond op en viel de kater aan. Hij beet op zijn oor. Maar hij had nog geen tanden om de kater echt pijn te doen. Hij pakte het jong voorzichtig vast en legde hem weer terug bij zijn moeder. Het jong liep dicht tegen zijn nestgenoot aan en begon ook te drinken. "Angel." Snorde de donkerrode kater en gaf een blije lik over haar oren. De poes snorde terug en miauwde "Vlamvacht, waar bleef je al die tijd?" De kater vertelde uitgebreid en opgewonden over het nieuws dat hij nu leider geworden is van zijn Clan. "Ik heet niet meer Vlamvacht, maar Vlamster." sloot hij zijn verhaal af. De poes grinnikte trots en murmelde. "Ze zullen jou dapperheid en slimheid erven, vooral die kleine Drake." Ze wees naar het katertje die hem net zowat aanviel. Vlamster knikte "Daar ben ik van overtuigd." Hij ging zitten en keek naar de spelende kittens.

Hoofdstuk 1

Langzaam schoof Drake zijn ogen open, zijn rode pels warm en verward van de slaap. Naast zich sliep zijn nestgenoot. Hij sprong overeind en keek naar zijn moeder. "Ze slaapt nog" dacht hij. "Dit is mijn kans!". Voorzichtig, maar behendig trippelde Drake het hol uit. Hij likte zijn haren plat en glanzend en spitste zijn oren. De tweebenen hadden waarschijnlijk een raam opengeschoven liepen weer naar boven. Drake grijnsde breed en sprong op de aanrecht waar ze eten maakten. Hij kroop door het raam naar buiten en keek om zich heen. "Dat de wereld zo groot is!" bedacht Drake. "Zelfs mama kon het zo niet uitleggen." Zelfverzekerd liep hij voort. Hij rook alle geuren door elkaar, een hond blafte in zijn richting en even dacht Drake dat hij aangevallen zou worden. Zijn haren stonden overeind en hij besefte dat hij erg klein moet zijn. Verderop zag hij een bos, een enorm bos. Zijn gedraaf veranderde in een ren en remde hard bij het aankomen van het woud. De bomen staken boven zin kop uit en vogels vlogen rond. Hij hoorde katten. "Zwerfkatten." mopperde hij in stilte. Even was Drake niet meer de zelfverzekerde kat van het huis. Maar een verdwaalde, bange poesiepoes. Het kleine katertje schudde zijn kop en stapte verder. Hier en daar zag hij muizen, hij vond zelfs een konijn tussen de struiken. Maar dat soort voedsel negeerde hij. Per slot van rekening dronk hij nog bij zijn moeder. Hij klom op een rots en even dacht hij dat hij bespied werd. Hij voelde ogen branden op zijn pels en struiken bewogen en ritselden onvermijdbaar. Drake keek om en zag geen spoor van kat. "Het moet vast een konijn ofzo zijn.". Dit keer was het geen konijn die in een flits voor hem was. Het had een lange staart, puntige oren, donkerrode vacht en woeste donkergroene ogen. Het siste naar het jong en keek hem verward aan. Drake zag zijn weerspiegeling in zijn ogen en de blik van de boze kater verdween als sneeuw voor de zon. "Drake." miauwde hij. "Wat doe je zo ver van je moeder?" Drake bewoog nadenkend zijn oren. "Wat bedoel je?" blufte hij met een trillende stem. De kater liet een lachend gemiauw horen. "Je zit in mijn territorium. Als mijn patrouille, jou betrapte ben je kraaienvoer. Ik ruik dat ze er net langs zijn geweest. Ik breng je wel naar je moeder." De kater duwde Drake met zijn staart naar voren. "Maar, ik ruik niks. En wie ben jij?" Drake snoof diep. De donkerrode kater snorde lachend. "Ik ben je vader, Vlamster. Als je oud genoeg bent kun je misschien bij mij aansluiten als je moeder het goedvindt natuurlijk." De bladgroene ogen van de kleine kater fonkelden opgewonden. "Kun je me dan nu trainen?!" Hij spring van geluk. Vlamster miauwde "Kon ik dat maar, ik zal het met je moeder bespreken, maar in die tusentijd loop je niet zomaar van je moeder weg, ze zal vast erg ongerust zijn." Tegen de tijd wanneer ze waren aangekomen was Zonhoog allang geweest. "Hup, ik kan vandaag niet met je mee, de tweebenen zijn actief." Hij ging zitten en likte zijn voorpoot. Drake klom op de vensterbank, net naast het open raam. "Tweewattes?" Vroeg hij zacht. "Tweebenen, mijn Clan noemt het zo omdat. Ze twee poten...eh..benen hebben. daarom." Hij stond op. "Nou, ik moet gaan." en stoof weg. Drake klom het tweebeennest binnen. "Oef, maak je klaar voor een tevige standje van je moeder, Drake." Miauwde hij in stilte.


Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.