Wikia


Inleiding

Hallo allemaal!
Deze Fanfictions is van Rooderik en Hartstorm.
Wij schrijven dit verhaal samen.
Het eerste hoofdstuk is over Hartstorm en het tweede Hoofdstuk over Rooderik. Elke keer verwisselend.

Hier benden kan je gaan kijken naar de Proloog en de Clans.

Proloog | De Clans>>


Veel plezier!
Rooderik en Hartstorm

Hoofdstuk 1

STUK VAN HARTSTORM

Rustig werd ik wakker, ik herinnerde het me nog van gisteren. Ik schudde met mijn hoofd. Ik moest het vergeten van gisteren. Het is tegen de code, en waarom doe ik het eigelijk voor hem te ontmoeten!? Natuurlijk! Hij wilde het ik niet! Het is beetje zielig voor hem speciaal naar de grens naar toe te gaan. Ik keek naar mijn linkerkant daar zat Maanstroom te slapen. Een mooie zwarte poes. De Commandant van de ZonClan. "Hallo, Hartstorm" zegt ze "Kan je niet slapen!?" Ik keek Maanstroom aan "Het is bijna zonsopgang," antwoord ik "Dus is het tijd voor stilletjes aan optestaan. Maanstroom keek me aan "Dat is waar" zegt ze. "Kom we gaan naar buiten" ik knik. Natuurlijk ben ik akkoord dan kan ik alles vergeten van gisteren. Eenmaal als ik bij gedachte kom, herinnerde ik me. Dat het over twee zonsopgangen. Grote Vergadering is! "O nee," kreunde ik stilletjes. Hij zou zeker komen. Dat weet ik zeker hij was elke Grote Vergadering. Mischien kon ik vragen aan Zonster. Dat ik in het ZonClankamp bleef. Dat zou ze zeker niet accepteren. Maar ik wachtte tot dat de twee zonsopgangen voorbij waren. Daar was mijn leerling Poelpoot "Hey!" zegt ze blij "Gaan we vandaag trainen!?" ik keek Poelpoot aan. Het duurde paar minuten tot dat ik terug antwoordden. "Ja," zeg ik "Vandaag gaan we trainen. We gaan je leren jagen" het werd immers tijd ze is de jongste van de leerlingen. Maar het betekend niet dat ze de slapste is. Ik zie haar blij springen "Laten we eerst maar eten" reageer ik, "Ja, Dan kunnen we op krachten komen" zegt Poelpoot. Ik loop met haar naar de prooiberg. We pakken allebei een spitsmuis.

Als we gedaan zijn met eten. Ga ik samen met haar naar een boom waar veel vogels zitten de ZonClan. Is bekend van heel hoog springen en snel kunnen klimmen en kunnen zwemmen, en snel kunnen lopen. Dat moest Poelpoot al zeker hebben. "Oke," antwoord ik "Ga in de boom tot en met terug. Ik tel hoelang je het hebt gedaan" Poelpoot knikt als ze weer terug is. "20 sec" antwoord ik beetje boos. "Tel voor mij" ik klim vliegensvlug in de boom tot en met terug. Poelpoot kijkt mij verbaasterd aan "5 sec!" antwoord ze "Kan je me leren hoe het ook moet?" Ik kijk haar aan "Natuurlijk!" Antwoord ik "Daarom ben ik je mentor" na een tijdje is Poelpoot haar record 6 seconden "Heel goed zo!" Antwoord ik blij "We zullen dit meer doen! Eerst zullen we jagen voor de Clan!"

Hoofdstuk 2

STUK VAN ROODERIK

Het dageraadlivht dat via het krijgershol op mij svheen deed me uit mijn slaap schudden. Ik gaapte en rekte me uit en ik keek rond. Nu pas herriner ik me over gisteren. Zonder de andere krijgers wakker te maken trippelde ik het hol uit en ik miauwde in stilte tegen de SterrenClan "Waarom doe ik dit?" Als het kon zou ik het als de bezetene stopzetten maar wat als Hartstorm boos word? Roodstreep stapte naar me toe "Vandaag ga je mee naar de Grote Vergadering dus eet maar snel wat!" zegt hij grommend en liep weg. Onee! De Grote Vergadering! Hartstorm is ze er zeker bij. Zal ik zeggen tegen Wolkster dat ik ziek ben of ik niet wil gaan of een ander excuus? Nee, dat zou hij niet geloven. VIk kreunde. Voor het eerst in jaren ben ik niet blij om er naartoe te gaan. Dan moet ik weer met haar spreken en daar heb ik echt geen zin in. Aan de andere kant gaat Nachtpoot al eerste keer naartoe. Ik koos een konjn uit de berg en liep naar Zonklauw toe die een waterrat zat de verscheuren. "Hey, Rooderik!" miauwde hij met volle mond. "Ik neem aan dat je het wel weer ´leuk´ gaat vinden in de Grote Vergadering?" voegde hij er snel eraantoe. Ik schudde mijn hoofd "Dit keer niet, Zonklauw. Hartstorm en ik spreken alleen af omdat zij het wilt." Zonklauw keek me aan alsof ik gek was "Heb je muizenhersens?! Je wilt het zelf ook, hoor! Anders zou je niet gaan." Er klonk angst in zijn stem, waar zou hij bang voor zijn? "Ik weet het echt niet Zonklauw. Ik wil haar geen pijn doen." Zonklauw was al klaar met eten en zonder gedag te zeggen liep hij weer weg. "Oke, dan" mompelde ik zacht tegen mezelf "Dan moet het maar" Ik voelde een klein lijfje op me sprringen en mijn haren schoten overeind. Ik gooide hem eraf en maakte me klaar voor de aanval. Tot mijn opluchting was het Nachtpoot en mijn woede vervaagde als sneeuw voor de zon. "Goed aangevallen, Nachtpoot" prijsde ik hem. "Maar je hebt me wel laten schrikken." Nachtpoot lachte "Vandaag gaan we naar de Grote Vergadering, ja toch?" Ik knik en rende meteen naar zijn broer, Spitspoot. Ik zuchtte zacht en mompelde weer "Wat heb ik gedaan? Waar ben ik naar toe gegaan?"

De maan hing hoog aan de hemel maar niet helemaal. Veel meer wolken stapelden zich op en even dacht ik dat de SterrenClan misschien boos was. Ik liep naar de rij katten en ik zag dat Zilverhart naar me keek. Ik kreeg een naar gevoel bij de gedavhten dat ze missvhien op Hartstorm leek. Ik schudde mijn hoofd. Ik moet bij de Grote Vergadering zeggen dat we niet meer moeten afspreken. Ik zuchtte weer eens diep "En hoe zou ik het moeten doen?"

Hoofdstuk 3

STUK VAN HARTSTORM

Ik moest van Zonster mee. Maar, ik ging hem gewoon ontwijken. Als we een afspraak hadden zou ik niet meer komen. Ik ben heletijd bij Braambloem gebleven. Ik heb niet eens naar Rooderik gekeken. Toch voelde ik ogen in mijn vacht prikken. Mijn leerling Poelpoot was er ik heb heletijd Rooderik ontweken. Niet naar hem gekeken ook niet met hem gepraat. Ik moest stoppen over Rooderik te denken. En aan mijn eigen verlangen denken! Ik haalde diep adem en liet het weer. Ik liet alle gedachten van Rooderik weggaan! Ja het was weg, ik wist niet meer wie Rooderik was. Ik ging naar Braambloem. Maar voor naar Braambloem te gaan moest ik langs Rooderik. Geen probleem ik draafde er gewoon voor bij en begon te spreken met Braambloem. "Wat zou Zonster zeggen?" Dat was mijn laatste vraag toen begon,en de leiders te spreken.

STUK VAN ROODERIK

Voordat ik naar Hartstorm ging lopen om het haar te zeggen werd ik ruw afgeleid door Roodstreep die gromde "Nou, nou. Achter een ZonClanpoes aangaan? Net wat Zonklauw tegen me zei! Je zit door Wolkster zwaar in de problemen!" Rooderik mompelde boos "Zonklauw!" Ik zag Hartstorm recht door me heen lopen "ze probeert mijn aandacht te vragen" dacht ik en ik liep naar Nachtpoot toe en ging naast hem zitten. Maar ik werd weer geroepen door Sneeuwhart. Ik zuchtte en stond op om met haar te praten "Hey, Rooderik! Goed gevochten." Ik begon me ongemakkelijk te voelen "Eh...bedankt" Ik liep weer weg zonder op antwoord te wachten, pfieuw. Gered! Wolkster sprong op de rots en keek mij bezorgd en een beetje wantrouwend aan. Gelukkig voor Zonklauw en voor iedereen is hij op het kamp. Anders zou ik de SterrenClan boos maken. Ik gromde diep in mezelf. GRRRR, Zonklauw had tegen me gelogen!

STUK VAN HARTSTORM

De Grote Vergadering, was geopend door mijn leider Zonster. Zonster wachtten tot dat alle katten stil waren en dat de leiders op de rots waren "Hallo!" zegt Zonster "Mijn nieuws, voor de grote vergadering is dat Mistpoot, nu Mistpoel is en nu een Medicijnkat is! Wij hebben twee nestjes gekregen van onze Moederkatten! We hebben leerlingen er weer bij!" Hartstorm keek naar Zonster, en dan weer naar Droomster. Droomster en Zonster waren halfzusjes. Maar ze deden precies dat ze aartsvijanden waren. Bloempoel kwam naast me zitten "Weet Zonster, van jij en hem!?" antwoord ze opeens. Ik kijk haar geschokt aan "J-Ja." antwoord ik. Bloempoel keek me verward aan "Is ze niet boos op je!?" antwoord ze. "Zolang, ik geen kittens krijg van hem" antwoord ik terug "Is het in orde. Maar ik wil ermee kappen" Bloempoel knikt "Dat is het beste!"

STUK VAN ROODERIK


Daarna nam Wolkster het woord. "We hebben een paar katten betrapt dat Roodstreep heeft uitgezocht. Sinds kort hebben we al geweten dat Hartstorm en Rooderik samen afspreken. Dus, Zonster? Wat heb je ermee te zeggen?" Ik beet op mijn lip. Net nu ik het wou laten stoppen weet iedereen het! Roodstreep liep naar hem toe "Tja, joch. Niet dat jij het wilt maar..." ik gromde boos naar hem "Ja, ik ga stoppen, hou er nu mee op!!!" Hij keek me raar aan "Ja, dat is goed voor iedereen." Ik blies boos "Als ze kittens krijg dan...." Ik hoor alle katten van verschillende Clans tegen de ZonClan en WolkClan loeren ze schreeuwden "Verraders!" Ik wou wel in de grond kruipen! Het is nu of nooit. Na de vergadering ga ik het haar zeggen. Geen gemaar!


STUK VAN HARTSTORM

"Schaam je je niet Wolkster!?" antwoord Zonster "Je zet die twee katten voorschut!" Zonster keek boos naar Wolkster. In totaal was Zonster nooit zo "Zal jij het leuk vinden dat alle katten het weten, en dat jij zo voorschut staat" Zonster begint stilletjes aan te roepen "Ik heb al paar zonsondergangen gehoord van Hartstorm" antwoord ze "Dat ze er mee ging stoppen" Zonster bleef met een vieze blik naar Wolkster kijken "Mischien, kon je het best wachten tot je alleen was met je Clan, en dan bespreken!" Schreeuwt Zonster, ze begint harder te schreeuwen "WAT DENK JE NOU!? DIE KATTEN ZO VOORSCHUT ZETTEN!" antwoord ze "Je moet dit met je Clan eerst bespreken en dan met de andere. Hoe dom kan je nou zijn!? voor dat te doen. Jij hebt het ook vroeger gedaan Wolkster." Opeens hoor ik allemaal geroezemoes "Wat bedoelt Zonster daar nou mee!," hoor ik iemand van de HerfstClan zeggen.


STUK VAN ROODERIK


Wolkster zwiepte zwaar dreigend heen en weer maar voordat hij iets konz eggen kwam Herftster ertussen. "Schaam jij je, Zonster! Deze katten breken de krijgscode en jij staat dit toe? Klinkt niet veel belovend. Ja, hij zet ze voor schut maar deze katten moeten, maar echt MOETEN het weten! Je kan bijna geloven dat jij je Clan zo opvoed zonder de krijgscode maar te laten zien! Je miauwt maar wat je wilt, maar wij staan dit niet toe! Wij leven met de SterrenClan mee en niet met de gevoelens van anderen!" Wolkster keek nog bozer dan Zonster tegen haar. Rooderik mompelde "Onee" en Wollkster riep weer "En jou Hartstorm is niet de enige dat ze het wilt stoppen! Z<onklauw heeft verteld dat Rooderik niets anders wilt dan stoppen! Deze vergadering is beindigd!" en zonder op antworod te wachten liepen de HerfstClan en WolkClan weg

Hoofdstuk 4

STUK VAN HARTSTORM

Gisterenavond was ik niet geweest, het is normaal die dag wanneer we afspreken. Deze keer ben ik niet gegaan. Ik wou me niet meer in de problemen zitten en ik wou ook Rooderik geen problemen geven. Niemand haatte me van de Clan, ze waren alleen maar geschokt. Zou dat ook bij Rooderik zijn? Rooderik had een wildere Clan. Mischien waren ze boos en noemde ze hem verrader. Mij noemde ze me alleen niet zo goed wijs boos waren ze niet alleen maar teleurgesteld. Ik wou er niet meer over nadenken. Dus ik ging in de rivier zwemmen en wat vis vangen voor de Clan. Gelukkig dacht ik er niet meer ovêr.

STUK VAN ROODERIK


Ik liep achter Wolkster aan die me geroepen had, hij was razend en ik zag Zonklauw bezorgd naar me kijken. Als hij is wist! Ik sisde boos naar hem en Roodstreep pakte me vast en duwde me het leidershol binnen. Wolkster was nogsteeds razend "Zomaar wegkruipen om tegen een poes te zeggen over onze Clan he? En ze wilt het zelfs stopzetten! Ze gebruikte je al die tijd om onze Clangeheimen te verklappen een Zonster! Je word uit deze Clan verbannen wegens verraad!" Ik schrok en mijn pels leek wel eruit gescheurd te worden, en dit allemaal door Zonklauw. "Je bent voor deze komende Dageraad weg of we behandelen jou als een vijand! Ga, nu!" Ik slikte om mijn tranen tegen te houden. Ik liep verdrietig weg en ik hoorde dat Wolkster Roodstreep roepen. Zonklauw draafde onschuldig naar me toe. "En? Hoe is het gegaan?" Ik schreeuwde hard tegen hem "hoe het is gegaan?! IK BEN UIT DEZE CLAN VERBANNEN DOOR JOU!" Ik wou hem net een klap geven tot Roodstreep tegen me aanbotste "Laat Zonklauw met rust, verrader!" Ik werd uitgegooid en liep verdrietig weg, nu ben ik een eenling. Waarom moest dit gebeuren? Ik hoop dat Hartstorm oke is. Ik schudde mijn hoofd, waarom zei ik dat opeens?

Hoofdstuk 5

STUK VAN HARTSTORM

Na het zwemmen. Ben ik gaan lopen en springen door mijn lenige poten ben ik in een boom gaan klimmen. Als ik terugging had ik paar vissen en een kleine hert gevangen. Ongelofelijk dat ik het had gedaan! Ze waren blij met het hert "Wil je me dat ook leren!?" Reageert Poelpoot. Ik keek haar blij aan "Natuurlijk. Morgen Zonhoog doen we het!" Poelpoot keek blij en ging naar een van haar vrienden. Ik pakte een van de vissen die ik had gevangen. De hert liet ik voor de oudsten over. Braambloem kwam naast me zitten "Het is goed." Antwoord ze "Dat je die hert hebt dood gedaan. Het is Bijna Bladkaal. Dus we moeten een grote prooiberg krijgen. Daar kan jij voor zorgen Hartstorm, je bent de enigste die alle kenmerken heeft van de ZonClan!" Met zoveel lof kon ik niet omgaan. "Ik zal beloofd helpen" reageerde ik maar terug.

STUK VAN ROODERIK

Ik liep steeds langzamer, de harde windvlagen veranderden in vlokken sneeuw. Het begon steeds harder te waaien en maanhoog was al bijan geweest. Ik hijgde, ik heb de hele dag gelopen, ik ben moe en heb honger. Maar ik liep door. Binnen een korte tijd begon de grond wel erg bedekt te worden met sneeuw en de kou werd steeds heviger, het schuurde langs mijn vacht. Nu kwam de sneeuw tot mijn buik en het werd steeds zwaarder, uitgeput viel ik in de sneeuw en de sneeuw bedekte me

Hoofdstuk 6

Het water begon ijs te worden. Er was niet meer veel prooi over. Gelukkig had ik vandaag een grote hert gevangen en een kleine. Paar konijntjes en nog paar waterratten. Hier kon de hele clan wel met toe. Mistpoel kwam naar me toe "Hey Hartstorm!!" antwoord ze "Goede prooi!" Ik knikt en keek haar aan "Bedankt!!" Mistpoel keek me aan. Met haar bruine ogen. "Is er iets?" Vroeg ze ik keek niet naar haar aan "Het gaat prima" zeg ik verontwaardigd. "Ik ben alleen aan het denken. Hoe we met de prooi kunnen alles het binnenkort Bladkaal is" Mistpoel kijkt me verward aan "Natuurlijk, kunnen we het wel aan!" zegt ze "Het zal ons wel lukken!" ik kijk haar aan. Mijn antwoord duurt zo lang. Dat ze weg gaat naar het medicijnkathol. " Tja, Ik hoop het maar" mompelde ik.

STUK VAN ROODERIK


Opeens werd ik wakker. Maar dit was niet de koude sneeuw dat tot mijn oren me bedekte, en ik voelde geen kou en geen warmte. Ik hoorde wel katten maar ik rook niets. Ik voelde niet, ik keek naar beneden en Vierboom zat onder mij. Maar hij was leeg, kaal en verlaten. Ik voelde warmte naast me, ik hoorde een stemmen en ik voelde haar ook. Ik keek achter me en zag een zilveren poes, die ogen kon ik niet missen. "Droomvacht!" miauwde ik vol met verruking. Maar ze antwoordde niet terug en keek me vol met verdriet en blij"dschap tegelijk aan. "Waar ben ik? Ben ik dood?" Ik keek om me heen of ik mijn dode lijk ergens zag maar de sneeuw werd steeds hoger en dus geen spoor van mijn rode pels te zien. Droomvacht liep dichterbijder en ik voelde de warmte van Groenblad over mijn pels rimpelen. Önthoud dat je geen verrader bent, Rooderik. Maar de redder in nood." Huh? Ik begreep er geen woord van. Maar voordat ik wacht kon roepen vervaagde ze, en alles werd weer zwart voor mijn ogen. Ik werd met een schok wakker en schudde de sneeuw van me af, ik stond op en het leek alsof ik nieuwe energie had. Ik rende door en ving snel een klein muisje. Ik zuchtte teleurgesteld maar iets in mijn hoofd zei "Beter dan niets" en met gulzige happen at ik de muis op.

Hoofdstuk 7

STUK VAN HARTSTORM

Met mijn poten zat ik heletijd te graven. "Huh? Waarom graaf ik eigelijk" mompelde ik steeds. Alle katten keken me met die ogen van te zeggen "Wat doe je eigelijk!? Je bent precies een stuk Vossenstront" ik trekje me er eigelijk niet meer veel van aan. Ik had de neiging voor de rivier over te steken en naar het bosgedeelte te gaan van het ZonClan-territorium. Daar jaagde altijd de HerfstClan. Nooit bevestigd. Maar er bleef altijd een geur van de katten hangen. "Walgelijk!" Zei ik altijd als ik die geur ruikte. Maar toch ben ik niet tover de rivier gegaan. Tien eindelijk stopte ik met graven tot dat ik besefte dat ik een kuil had gegraven "Dit is echt een handige kuil voor al de prooi!" antwoordde Zonster en Maanstroom blij "Ja. Dat kan" antwoordde ik nors. Zonder op een antwoord te wachten. Liep ik naar het krijgershol voor een dutje doen. Ik had geen zin voor een stomme patrouille te doen.


STUK VAN ROODERIK


Wolkster informateerde tegen zijn Clan dat ze Rooderik niet meer mochten vertrouwen, wat hij ook deed. Hij liep naar Roodstreep toe en maiuwde tegen zijn roodgestreepte commandant. "Maak een patrouille van 3 krijgers, meer niet, ga naar alle Clan en informateer dat Rooderik losloopt" Roodstreep knikte naar zijn leider en riep Zonklauw, Langpels en Kraaivacht bijeen en maiuwde wat naar hun, samen liepen ze weg.

Roodstreep hoorde nog Langpels vragen "Zullen we hier het ZonClan territoirum als eerste doen? Hun zijn het idchtbijst." Roodstreep knikte "Oke, maar onthoud. We zitten in een andere Clan en ze moeten weten en ook ruiken dat we geen gevaar dreigen." Hij ag de rest van de patrouille knikken en liepen zo rustig mogelijk via de ingang het ZonClankamp in.

Hoofdstuk 8

STUK VAN HARTSTORM

Goed, we hadden onze prooiberg groot laten maken. Met herten, konijnen,muizen, vogels en nog paar vissen van de Modderpoel, nou ja. Niet echt een Modderpoel Maar een poel dat gewoon walgelijk is. Ik zat met Poelpoot. Te trainen. Hoe je heel stilletjes kon sluipen en dat de katten je geur niet kunnen ruiken. Ik zag opeens met grote ogen naar mij kijken ik hoorde Zonster iets miauwen tegen Maanstroom. Er heerste schokheid in het ZonClankamp. Als ik net naar het medicijnkathol ging hoorde ik Zonster en Maanstroom miauwen "Wat doen jullie hier!?" Ze gromde net als twee honden. Toen zag ik het er waren 4 krijgers van de WolkClan ons territorium binnengekomen. Ik hoorde ze wat zeggen en grommelen tegen elkaar ik verstopte me. Dat ze me niet konden zien.
STUK VAN ROODERIK

Roodstreep stapte naar voren en beveelde zijn patrouille naar achter te lopen. Ze knikten kort en stapten tot de ingang. "We vormen geen bedreiging, dat beloven we." riep hij tegen iedereen. Roodstreep kuchte en miauwde "De krijger Rooderik hebben we uit onze Clan verbannen wegens verraad. Hij kan overal rondlopen, dus als jullie hem zien of ruiken. Meld het dan meteen tegen ons. Dan kunnen we hem afmaken als hij jullie of jullie Clan tot last heeft. Bied hem geen onderdak, hij kan weer verraden. Dat was dat en we moeten snel gaan. Bedankt dat je naar deze waarschuwing hebt geluiterd." Hij gaf een eerbiedige blik tegen de ZonClanleider en liep weer het kamp uit.

Ik snoof de bittere lucht op en wit dat ik erg dichtbij de HerfstClangrens was. Ik kon net een paar WolkClankatten ruiken in het ZonClankamp, ik rook sowieso Roodstreep en Zonklauw, maar soms let ik niet meer op de geuren. ik draafde voort en de sneeuw is eindelijk een beetje ondooid. Hoe zal het met Hartstorm gaan? Mijn gedachten werden verstoord door iets bitters in mijn hoofd "ze mist je niet zeker" hoor ik droog in mezelf. Als ik daaraan dacht dat ik haar nooit meer zou kunnen zien leekt het alsof mijn buik open gescheurd werd. Ik schud die gedachten van mij af, wat heb ik nou de laatste tijd? Ik mompel stil en ga naar de Zilverpels staren die zonet gedaald is. "Oh SterrenClan." Jammer ik "Zou ik ooit Hartstorm terugzien? Als ik in een andere Clan kom, beloof ik daar harder te werken, ik ben geen verrader toch??" Ik stoot mijn hoofd teed tegen een boom "Stom, stom, stom! Je kan nooit iet jammeren tegen de SterrenClan!" Ik liep verder maar duizelig weg en wist niet dat een deel van de ZonClan en heel HerfstClan dit zeker gehoord zou hebben.

Hoofdstuk 9

STUK VAN HARTSTORM

Zonster, keek verbaasd. Net als Zonster wou beginnen met spreken ruimte ik een patrouille wel van de ZonClan. "Er is een indringer" antwoordde Braambloem vies "We hebben, net de patrouille gezien van de WolkClan, die heeft ons alles gezegd" Braambloem keek eventjes naar mij maar begon weer te praten "Maar een andere indringer. Hebben we horen mompelen dicht bij de HerfstClangrens" Zonster knikte "Als hij naar onze kant komt." antwoordde Zonster "Verjagen we hem" Goed idee. Na een tijdje kreeg ik honger. Ik pakte een waterrat uit de prooiberg, en begon te eten. In kleine hapjes "Waarom zou Rooderik verbannen zijn?" Dacht ik na. Toen schudde ik met mijn hoofd "Nee, niet meer aan hem denken" zei een stemmetje in mijn hoofd. Ik knikte. Mijn stemmetje had gelijk. Mijn leven moest voor. Ik ben niet voor partners en wil helemaal geen kittens. Ik ging maar een lekker dutje doen in het krijgershol.

Als ik wakker werd ruimte ik DroomClangeur. De DroomClan. Mocht ons alles vragen. Alleen maar als het echt noodgeval is, en het was het ook. Het mocht gewoon om dat Zonster en Droomster halfzussen waren. Ik hoorde Droomster zeggen "Zouden jullie aub ons helpen!?" antwoordde Droomster "Het water is bevroren en we willen het kapotslaan. Maar we zijn niet met genoegen" Droomster keek verdrietig naar Zonster "Nee, Droomster het is bijna Bladkaal. Iedereen heeft het moeilijk" probeerde Zonster met medelevend te zeggen "Je hebt gelijk" antwoordde Droomster. Zonder op een antwoord te wachten. Vertrok de patrouille.


STUK VAN ROODERIK

Ik liep voort, als Droomvacht er nog was dan zou ik niet in de problemen zitten, zou Hartstorm nooit in mijn leven gekomen zijn en was ik ook niet verbannen! Ow, was Droomvacht er maar hier. Die begrijpt me en hield van me. Ik voelde me net een kleine kitten die vroeg van zijn moeder werd weggehaald. Alsof dat niet erg genoeg was voelde ik de warmte van Droomvacht naast me, ik horode haar zachte stem. "Ik ben altijd naast je, Rooderik." Fluisterde ze in mijn oor. En haar stem vervaagde weg. Ik zuchtte, gelukkig ben ik Hartstorm al vergeten. En trouwens, wie is Hartstorm? Ja, als ik haar zie behandel ik haar als elke vijand! Ik draafde voort, zij zal niet mijn leven in de weg zetten, ze zal me niet meer tegenhouden! Blij keek ik naar boven. "Jij blijft altijd in mijn hart, Droomvacht." mompelde ik. "Hartstorm zal nooit jou plaats innemen dat beloof ik!" Met een trotse houding hief ik mijn kop op en rende voort.

Hoofdstuk 10

STUK VAN HARTSTORM

"Alle katten!" Zegde Zonster op de steen "Die uitgekozen worden, voor naar de Grote Vergadering te gaan! Maak je klaar" ik was mee gekozen. Ik was benieuwd hoe de situatie nu is. We vertrokken. We gingen over het ijs. We moesten voorzichtig zijn want het ijs zou kunnen breken. Waar de ZonClan bekend mee was, 1 van de kenmerken was heel snel lopen. Ik zat naast Braambloem en Maanstroom te lopen. "Ik ruik hier een stomme eenling!" Antwoordde Maanstroom, ik keek naar haar "Het is ons probleem niet" antwoordde ik "De Eenling, is dichter bij het HerfstClanterritorium ze zullen die wel verjagen" ik haalde diep adem en vertelde verder "Het is pas ons probleem als de eenling op ons territorium komt" Maanstroom keek me aan "Je hebt gelijk!" Zei ze. We waren er bijna dus we zetten een sprint in. Ik hoorde Wolkster tegen Droomster zeggen "Heb je nog iets van die verrader gehoord!?" zei Wolkster op een boze manier. Droomster schudden met haar hoofd en ging naar Zonster. Ik hield me bij Maanstroom en Braambloem. Poelpoot mocht niet komen. Ze had een list gedaan, en Zonster, vond het duidelijk niet Oke. Dat ze mee mocht. Ik zweeg omdat ik niks meer te zeggen had.

Droomster opende de Vergadering "Welkom. Katten van andere Clans" antwoordde ze. Ze vertelde want er gebeurd was in de maan! Toen sprak Zonster. Dat er een das was. Die een patrouille had verjaagd, dat binnenkort het ijs weer zal breken. Toen begon Wolkster te spreken. Hij zei even niets en dan begon hij met te spreken.


STUK VAN ROODERIK

Hartstorm zag dat Roodstreep misterieus naar Wolkster ging, ze kon hun net nog horen fluisteren. "Maar wat als ze dan emrken dat hij geen verrader is?" miauwde Roodstreep zo zacht mogelijk tegen zijn leider. "Zullen ze niet, als ik, een leider dus, zeg dat Rooderik een verrader is, dan moeten ze het maar denken. Niemand weet dat wij hem zijn pels willen gebruiken als mantel." troostte hij zijn commandant en met een mrrrrraauw ging hij lachen. Zonster en de andere leiders keken hem raar aan. "Oh eh...sorry, Roodstreep zei iets grappigs tegen me." hij zwiepte zijn staart enrveus heen en weer en hij begon het gesprek. "Vandaag zijn er 6 gezonde kittens geboren, twee leelringen zijn krijgers, we hebben een leerling erbij en ook 1 moederkat. Nog nieuws van die verrader gehoord>" De laatste zin maakte hij af met een hatelijke stem dat zelfs een erge vijand het niet kon nadoen. Herfstster stapte naar voren "Een oudste is gestorven, onze geliefde Lapneus die onze Clan al jaren bediende heeft zich bij de SterrenClan gevoegd. Verder hebben we vier kitten gekregen en twee zijn leerlingen. We hebben ook een neiuwe medicijnkat: Hartpoel." Veel katten van een Clan heir en daar miauwden ter begroeting en je kon zien dat hartpoel zich verlegen naar achteren liep. Herfstster vervolgde verder. "Over verrader gesproken." Hij keek Wolkster aan om te kijken wat hij deed en ging weer door. "We roken een paar zwerfkatten, maar ze droegen niet 1 van hun een spoor van WolkClan, daarnaast hebben we ook een eenling geroken, maar we kunnen hem alsmaar niet vinden!" Hij grauwde maar stapte weer naar achteren en liet de leider weer aan de praat. Terwijl Herfstster en Wolkster vals naar elkaar keken alsof ze iets gemeens van plan waren.

Terwijl de leiders gingen praten draafde Roodstreep naar Blauwstreep toe, de HerfstClancommandant. "Als ze merken over Rooderik maak ik je af!" sisde ze. Roodstreep miauwde zelfverzekerd. "Zullen ze niet, wat kan het die zwerfkat ons schelen?" Blauwstreep spitste haar oren half om te horen wat de leiders zeiden maar verstond er half niet van. "Nou, dat kan het ons wel! Het is on probleem als de DroomClan en de ZonClan gaan merken wat er werkelijk aan de hand is. Dat Rooderik niet alleen verbannen is maar dat we samen ook..." Opeens liep Roodstreep naar Herftter toe en miauwde. "Als je ons geheim zegt dan maken we je kraaienvoer van je Clan!" snauwde hij. Wolkster heeft het daadwerkelijk gehoord want hij spitste zijn oren hun kant op. Herfstster sisde terug. "Jij bent Roodstreep, comamndant van WolkClan he? Nou luister is, dit is niet ons probleem dus bemoei je er niet mee! Je gaat me niet bevelen wat ik moet doen, als ik het wil zeggen, dan ga ik het zeggen!" Roodstreep wou een poot naar hem uitslaan tot Blauwstreep hem vastpakte en hem wegduwde "Ben je helemaal gek geworden?!" Ze keek paniekerig naar de maan alsof ze bang was dat de SterrenClan boos de wolken ervoor zou houden. Tot Blauwstreeps opluchting was er gen wolk te zien. "Dat noem je geluk, idiote haarbal! Zomaar een leider dwingen en nog is bijna aanvallen?! Nog bij een andere Clan ook!" Roodstreep liep langzaam weg naar zijn eigen Clan en hoopte dat neimand het gezien had, Wolkster snauwde zachtjes tegen hem. "Wat denk je wel? Zomaar naar een andere Clan gaan en daar dingen uitflappen? Wil je soms dat het hele woud het weet ofzo? We hebben al moeite met de HerfstClan, niemand meer mag het weten! Je kon het ook na de Grote Vergadering doen, hoor! Ga zitten en ik wil geen kik van je horen." Zijn comamdnant deed wat er van hem werd gevraagd en keek nors voor zich uit. Zonklauw had ondertussen stiekem geluisterd. "Wat hadden de HerfstClan en de WolkClan met elkaar te maken? En ging dit echt over Rooderik?"

Hoofdstuk 11

STUK VAN HARTSTORM

Ik schuifelde met mijn poten. "Hoorde ik dat nou goed?" Dacht ik, Mischien word ik te moe alle drie leiders hadden al gesproken behalve Droomster. Droomster zal zeker nijdig gaan worden. Daar gebeurde het. Ze stapte naar voor en duwde expres Herfstster en Wolkster naar achteren. "Nou, Nou. Nu is het eindelijk de beurt voor de DroomClan laten spreken" snauwde Droomster "De HerfstClan heeft zeker een maan gedaan voor de uitleg. En de WolkClan een seizoen en de ZonClan een halve maan" Droomster haalde diep adem en begon verder te spreken "Nu is het eindelijk onze beurt" ik luisterde maar met een half oor. Omdat ik heletijd naar die stomme Commandant Roodstreep te kijken. "Weet de HerfstClan hier ook iets van?" Dacht ik na. Mischien heb ik verkeerd gehoord. De WolkClan en HerfstClan zijn niet zo slecht als we denken. Ze willen alleen hun Clan trots houden. Als Zonster de Vergadering beëindigde. Gingen er twee groepen samen op trek de HerfstClan en DroomClan woonde diep in de grotte/bos gedeelte en de WolkClan en ZonClan dicht bij het Watergedeelte. Zonster en Wolkster knikte met elkaar voor de afscheid en vertrokken allebei de andere richting uit. Als we zaten te lopen. Was ik eenmaal de laatste ik ruikte een vreemde geur. Dus liep ik gewoon verder. Mischien zou er nu een kat op mij springen en doden.

Ik werd wakker, En herinnerde me nog van gisteren. Droomster die boos was dat zij nog niet mocht en dat de Wolkster en Herfstster een blik wisselde betekende alles dat ze iets verborgen houden. Ik wil het weten. Maar ik kan zomaar niet ongeacht op hun territorium en gaan zeggen : "Wat houden jullie verborgen?" Nee! Dan kon ik niet doen. Dan zou ik gedood worden. Omdat ik dat zomaar vroeg. Ik zetten het uit mijn hoofd en trekte me de hele dag niks meer van aan. Mischien was het gewoon paar dromen of zelfs hallucinaties.


STUK VAN ROODERIK

Wolkster kon nog net herfstster horen mopperen na de Grote Vergadering. "Die Droomster is echt een goede overdrijfster, ze praatte wel een jaar door! Wolkster zei niks maar liep met zijn Clan terug. "Roodstreep, mag ik je even spreken?" Zijn commandant knikte en draafde richting het leidershol. Wokste rkeek of er niemand in de buurt was en fluisterde iets in Roodstreeps oor, Roodstreep knikte en liep weer naar buiten. Zonklauw zuchtte, hij zou dit moeten vertellen aan Hartstorm. Maar haar Clan zou hem aan stukken scheuren tot kraaienvoer. Hij huiverde na het denken van die verschrikkelijke gedachten. Dit allemaal kwam door hem! Het ergste was, dat hij helemaal niets zei over Rooderik en Hartstorm!Roodstreep zal dit allemaal hebben geschat. Nee, zo dom is hij ook eer niet. Hij heeft zeker op een velige afstand hun bespied. Roodstreep herrinerde zich die dagd at hij ging jagen, Roodstreep commandeerde om bij de Vogelrotsen te gaan jagen. En toen hij terugkwam was Roodstreep opslag verdwenen, precies wanneer Rooderik wegging, wat een stom idee! Vond Zonklauw. Het ergste was dat ze hem gewoon hadden gebruikt omdat hij wist dat Zonklauw en Rooderik vrienden waren. En door die stomme Roodstreep heeft hij Rooderik kwijt, voor altijd.

Hoofdstuk 12

STUK VAN HARTSTORM

Ik bleef twee zonsopgangen roerloos liggen op mijn mosbed. Na die twee zonsopgangen kwam Bloempoel en Sneeuwwolk. Ik had niks. Zeiden zij maar ik moest paar dagen rusten niks doen. Alleen maar denken zo saai. Ik mocht niet naar buiten. Twee Zonsopgangen mocht het gewoon niet! Eindelijk waten de twee zonsopgangen voorbij. Ik begon weer te jagen voor mijn clan. Maar er was altijd een brok in mijn maag. Na een tijdje. Was ik niet meer mezelf. Ik was botter, arroganter... Natuurlijk deed ik vriendelijk tegen mijn Clangenoten. Maar in mijzelf voelden ik het dag ik stilletjes aan. Anders word. "Is dat bij elke kat zo?" Mompelde ik altijd. Ik had een saai leven. Ik zou kunnen weglopen. Maar dat deed ik niet.


STUK VAN ROODERIK

Wolkster had er genoeg van dat de Clans nog geen 1 nieuws van Rooderik hadden gemeld. Hij gromde diep vanbinnen. Hij sprong op de groterots en deed de bekende oproep "Iedere kat die zijn eigen prooi kan vangen naar de groterots komen!" Zoals gewoonlijk kamen alle katten voor Wolkster zitten. Pas nadat hij zeker wist dat ze naar hem luisterden miauwde hij. "Allemaal! Jullie weten wat er gebeurd is met Rooderik. Nou, vandaag zullen we hem opsporen! Roodstreep, Zonklauw en Kraaivacht. Jullie gaan samen naar de ZonClan en vragen of ze willen meewerken aan deze opdracht om verlost te zijn van deze verrader. NU!" De krijgers knikten snel en deden wat hun gevraagd werd.

Roodstreep stapte weer vooraan en stopte eventjes om de geur te ruiken. "Ik ruik geen eenling maar wel veeeeel ZonClankatten. Vooruit." Samen liepen ze weer door. Uiteindelijk bij het kamp aangekomen miauwde Roodstreep weer. "Rustig aan, we vormen geen bedreiging." Hij liep sirieus naar Zonster toe en hij hoorde Maanstroom klagen. "Wat wilt onze edele commandant weer?" Roodstreep hield zich in en negeerde haar. "Zonster, we komen een verzoek doen. Om samen van die verrader af te zijn kunnen we samen ook werken om hem eruit te sturen. Het zal geen klachten meer veroorzaken. Het is toch 1 tegen vele katten. We wachten op uw antworod en die zullen"we ook respecteren. Zonklauw liep ook lanzgaam naar voren en keek de leider aan met ogen die om hulp riepen. "Alsjeblieft zeg..." maar zij gedachten werden doorbroken door de leider die aansprak. "Ik zeg..." begon Zonster. Roodtreep spitste zijn oren. Het antwoord en de toekomst lag te wachten!

STUK VAN HARTSTORM

Opeens ruimte ik een vreemde geur. "WolkClankatten" gromde ik. Ik ging niet uit het krijgershol. Ik zag drie krijgers natuurlijk onze Commandant die alles kan. Rooderik zijn beste vriend : Zonklauw..., en een kater die ik niet herkende. Ik hoorde wat ze zeggen "Willen ze dat de ZonClan mee helpt?" Dacht ik na "Wij zijn hun bondgenoten niet. Wij zijn niet goed bevriend met de WolkClan dat is het" Zonster had haar antwoord nog niet gezegd. "Wat zou ze doen?" Mompelde ik "Waarom wild de WolkClan dat WIJ hun helpen!?" Stilletjes aan. Bleef ik stil staan en nu zag ik Zonster haar mond opendoen. Maar het was haar antwoord nog niet!

"Nee..." Antwoordde Zonster "Jullie willen Rooderik vangen. Voor jullie is hij een verrader. Voor ons is hij gewoon een normale kat" Zonster haalde diep adem en begon verder te spreken "Dit is ons probleem niet" zonder op een antwoord te wachten liep Zonster, weg naar het leidershol.


STUK VAN ROODERIK


Zonklauw hoorde nog Kraaivacht nors mompelen "Nou, wij zijn beleefd maar deze leider loopt zomaar weg. Oké, raar." Ik zuchtte diep en ik zag Hartstorm. Wat wou ik haar graag de waarheid vertellen maar zij zou me natuurlijk als vijand herkennen voor haar Clan. En alsof dat niet het ergste is, wat zou Roodstreep wel van hem denken? Mijn nieuwsgierigheid won en Zonklauw liep naar Hartstorm toe "Hartstorm, kunnen we eventjes praten?" Hartstorm keek hem nijdig en wantrouwend aan "En over wat? Er valt niets te praten!" Sisde ze. Zonklauw bleef rustig wachten en miauwde daarna beleefd "Over Rooderik, er is iets wat je moet weten!" Hartstorms gemene blik veranderde in een achterdochtige nieuwsgierige poes. "Wat moet ik weten?" Klonk ze weer boos. Zonklauw wou net spreken tot Roodstreep zijn naam miauwde "Spreken met andere katten van andere Clans doe je wel op de grote vergadering jongen!" Zonklauw zag weer dat glimpje van haat in zijn ogen. Hij wist dat hij beter naar Roodstreep toe zou moeten gaan. Hij draafde naar hem toe en Roodstreep fluisterde half sissend in zijn oor. "Als je een geheimpje verteld wil je toch niet als die verrader eindigen?!" Hij schopte Zonklauw naar voren en Kraaivacht keek Zonklauw ookal vies aan. "Mooi".dacht Zonklauw in zichzelf "Een nieuw begin." En de patrouille verdween weer de ingang uit

Hoofdstuk 13

STUK VAN HARTSTORM

"Wat denkt Zonklauw nu wel!?" Zei ik boos in mezelf "Hij is in ons territorium, en dan nog komen vragen. Ja mag ik met je spreken!" Ik keek boos naar buiten "Ik was kwaad, en als hij Rooderik zei veranderde ik helemaal!" Opeens kwam Braambloem naar mij toe en vertelde alles, ik zei niet dat ik alles zag. "Echt?" Probeerde ik te acteren "Ja, echt" zei Braambloem nors. "Je mag weer je gewone taken doen" ik was kei blij dat ik het weer mocht doen met Zonklauw praten kon ik op de Grote Vergadering doen. Maar niet in het territorium van de ZonClan, en waarom wou percee Wolkster dat wij de WolkClqn meehielp? Kon beter naar de HerfstClan dat zijn. Toch de bondgenoten van de WolkClan over een paar dagen. Was het weer grote Vergadering zou Wolkster zijn wraak naar ons toe doen. Zou hij boos zij dat hij wij niet wouden helpen. Zal hij ons aanvallen?

Hoofdstuk 14

STUK VAN ROODERIK

Zonklauw trippelde bang heen en weer. Als hij Hartstorm niet snel waarschuwde dan zou alles uit de hand lopen! Over een paar dagen i het weer de Grote Vergadering, dan zou hij alles aan Hartstorm MOETEN zeggen. Roodstreep stampte naar hem toe. "Helaas, je gaat niet naar de grote vergadering, voor jou eigen bestwil." Zonklauw gromde in zichzelf en dacht in zijn hoofd: "Nietes, jullie willen gewoon niet dat ik het aan Hartstorm vertel, MAAR HET MOET!" Zonklauw besefte dat het geen nut had en liep het krijgershol in, hij krulde zin staart netjes om zijn poten en jammerde in zichzelf. "Rooderik, waar ben je?"


Ik was bijna bij het ZonClan territorium. Ik rook hun geur, zal Hartstorm er zijn? Ik zag in de verte de katten die zich installeerden voor Zonhoog. En ik zag even later Hartstorm "Ze is zo mooi." zei ik zomaar. Ik schudde verward mijn hoofd, waar ben ik mee bezig? Ik wenste dat ik boos op haar was, dat ik haar haatte. maar dat lukt alsmaar niet, ik liep verder en hield me sterk, ookal stierf ik van de honger.

"We zullen het ZonClankamp na de Grote Vergadering, onverwachts aanvallen!" commandeerde Roodstreep. "En als hun het niet doen, doden we Hartstorm dan maar zelf!" Zonklauw schrok. Hij was net wakker en hij zag dat alle katten mee stemden. "Zonklauw, jij blijft hier voor het geval dat je ons verraadt!" gromde Zilverhart. Zonklauw zuchtte, "dit is nietw at ik van Wolkster had verwacht, dit zomaar toelaten?" Nachtpoot zuchtte mee. "Erg he? Wacht! Wat als ik dan een boodschap stuur naar Zonster? Dan kan ik ze alvast waarschuwen." Zonklauw schrok!" Ben je helemaal mal? Die Zonster zal je een stukken scheuren, fo anders het dan melden tegen Wolkster! Die zullen jou ook uitmaken voor verrader!" Nachtpoot schudde zijn hoofd. "Rooderik was niet alleen mijn emntor, maar ook mijn vriend. Als ze mij willen verbannen leef ik toch met Rooderik mee? En Zonster zal nut hebben van deze boodschap, geloof me." En zonder dat iemand het zag rende hij de ingang uit.

STUK VAN HARTSTORM

Zag ik nou wraak in Roodstreeep zijn ogen. Hij knikte alleen en gaf een eerbiedige blik en liep weg met de patrouille op de een of ander manier heb ik geen goed gevoel bij dit! De WolkClan is niet bepaald aardig eigelijk... Vandaag was het Grote Vergadering. "wat zou Wolkster doen? Zal hij ons aanvallen?" Dacht ik na "Van Roodstreep wist ik het meteen". Opeens hoorde ik een stem "Hartstorm?" zei Poelstaart mijn Leerling is Krijger geworden. Opeens wist ik het weer ik was op patrouille en de geurmarkeringen te doen. We hadden konijnen, vissen en herten gevangen het ijs was gesmolten omdat het Nieuwblad is. "Ohh sorry" zei ik "Ik zat te dromen" Poelstaarr keek me aan. Ze keek me ongelovig aan en zei dan : "Oke" ik hoorde iets haar mompelen maar verstond het niet. Als ik terug was ging ik wat eten en daarna een dutje doen.

Als ik wakker werd. Ben ik naar het medicijnkathol gegaan "Kan jij wat Duizendblad halen?" Vroeg Bloempoel "Waar groeit het?" Vroeg ik. Bloempoot knikte en zei : "Dicht bij de modderpoels" ik liep weg en ging op zoek naar het Duizendblad. Ik zag het Duizendblad al en plukte wat en pakte het op en ging terug naar het ZonClankamp ik was bijna aan de rivier voor over te steken naar het eiland waar het kamp ligt. Ik rook een geur van een kat! Ik ging er niet naartoe ik was alleen. Dus...... Ik zwom en probeerde de duizendblad niet in het water te houden. Het lukte. Ik vertelde het nieuws tegen Maanstroom en ze ging een patrouille sturen voor hem weg te jagen opeens hoorde ik Zonster "Nachtpoot? Wat doe jij hier?" Ze zei het niet op een boze manier. Maar op een geschokte manier


STUK VAN ROODERIK

Nachtpoot keek Zonster en de patrouille net zo geschokt aan. Hij keek met angst en slikte. "En...? Spreek!" beval de ZonClanleider. Nachtpoot keek naar zijn poten. "Het spijt me maar dit MOETEN jullie weten." Hij keek wanhopig naar de katten en miauwde zachtjes. "Ik weet dat dit helemaal niet mag, maar de WolkClan gaat na de Grote Vergadering, de volgende avond jullie kamp aanvallen. Gewoon, zodat jullie het weten. Omdat het niet zo hoort! De SterrenClan zal alsnog boos zijn, ik...ik vind het eigenlijk ook zinloos dat de WolkClan zomaar de oorlog gaat veklaren omdat jullie niet mee willen werken, en dit allemaal door Rooderik." Hij jammerde zacht. "Sorry, ik ga maar weer." En draaide zich om.

Ik liep rond en rond en werd net wakker toen ik opeens een WolkClangeur rook. Ik zag net Nachtpoot teruglopen. Zou ik naar hem toe gaan en risico's lopen. Of zal ik gewoon afwachten? Ik besloot om even wat te jagen en rende het bos in. Ik rook diep, dit gebied had geen ene Clangeur. Wel van HerfstClan, maar dat is mijlenver. Ik bedacht me en besefte dat dit een goede plek was om te leven, ik vond meteen eens choon, onbewoon holletje, er was nog wat mos over en ik rook dat dit bos vol met prooi was. Voor het eerst hielp de SterrenClan mij. "Dankje, Droomvacht." mompelde ik. "Dankje dat jullie, de SterrenClan, me aan kans geven." Het duurde niet lang of ik had al twee konijnen in de greep. Met gulzige happen at ik ze allemaal in mijn nieuw verblijf op, "min nieuwe huis heeft is ook nog lekker warm." grinnikte ik en rolde me op in het mos.

Hoofdstuk 15

STUK VAN HARTSTORM

Als Nachtpoot niet liegt? Dan is zal de WolkClan aanvallen. Ik zag wel de woede van Roodstreep in zijn ogen. Hij zou ons aanvallen en dwingen voor mee te helpen. Het zou niet lukken voor die katten zelf aan te vallen. Want elke Kitten die geboorte kan al snel rennen en snel klimmen en snel zwemmen. De WolkClan kon nauwelijks klimmen. Rennen viel mee en zwemmen... Ze verdrinken. Opeens herinnerde ik me het weer, Ze zullen niet zwemmen maar over de brug oversteken! Opeens sprak Zonster op de steen waar ze altijd praat waar de zon haar vacht liet schitteren "Katten!" riep Zonster "Als Nachtpoot niet liegt. Zal de WolkClan ons aanvallen!" Zonster haalde diep adem en begon verder te spreken "We gaan naar de Grote Vegradering!" Veel katten die die zin hoorde begonnen meteen te fluisteren met een andere kat. Zonster wachtte tot al het geluid weg was. "We nemen maar paar krijgers en leerlingen en oudsten mee! De sterkere krijgers blijven hier. Breng de Moederkatten, de kittens en oudsten al in veiligheid" alle katten keken haar aan maar ze sprak gewoon door "Wij zullen later aankomen. We zullen die geur ruiken van de WolkClan!" Opeens riep Zonster haar roep, de roep betekende wie de echte ZonClan was. De meeste denkte altijd dat de ZonClan zachtaardig was. Iedereen wou helpen, geen ruzie wou. Maar als het op aan komte nu hoorde ik de zin beter. Alle katten juichten. Zonster keus de katten uit Maanstroom, Sneeuwwolk, Bloempoel ging niet mee als er toch gewonden zouden zijn, Groensnor en nog paar andere krijgers. Ik ging mee. Want Zonster wist zeker dat ze mij zouden vermoorden.

Als we er waren. waren alle drie Clans eral ik ging naar een DroomClankrijger. De Herfst/WolkClan krijgers kon je op dit moment niet meer vertrouwen. Ik voelde de nijdige ogen van Roodstreep in mijn vacht prikken. Als ik naar achter keek. Leek hij precies dat hij me nooit had aangekeken. Ik moest hem niet vertrouwen. Opeens kwam de HerfstClancommandant naar me toe Blauwstreep ze was vriendelijk. We praatten amper. Ik wou het niet. Maar ze leek doordrammen voor een gesprek te maken, uiteindelijk zei ik "Sorry Blauwstreep" antwoordde ik "Maar ik heb niet echt zin voor een gesprek te doen" Blauwstreep knikte. Ze was niet boos. "Oke, Hartstorm. Mischien een andere keer" ik hoorde klauwen in de grond rukken in en uit. Ik zag dat het Blauwstreep was waarom deed ze zo? Ik zei het toch op een vriendelijke manier. Ik dacht er niet meer over Droomster starte de vergadering ze had veel te zeggen. Dat er weer verse kruiden weer groeien in hun territorium. Zonster was de voorlaatste die sprak, dan kwam Wolkster aan de beurt "Een patrouille heeft een vos en een das weg gejaagd van het territorium." Zegt Zonster, ze zei dingen die in de maan was gebeurd. Ze was zelfvertrouwd maar ze kon precies elk moment wachten wanneer de WolkClan zou aanvallen.


STUK VAN ROODERIK

Nachtpoot keek hulpzoekend naar de Clan en terwijl hij rondkeek hoorde hij Roodstreep boos grommen. Nachtpoot schrok heel erg en zijn haren schoten overeind. Wolkster miauwde aan de Clans als allerlaatst "wij hebben vandaag nog een verrader, Zonklauw! Totdat we bewijs hebben dat hij verradelijk is verbannen we hem niet, onze patrouille ging van ons territorium tot aan de tweebeenplaats, maar vonden niks van Rooderik's geur. Hij zou vast al gestorven zijn, iemand nog nieuws?" Hij keek Zonster in haar ogen aan. En het leek alsof zijn ogen spraken tegen haar gedachten. "Blijf op je hoede." zijn ijsblauwe ogen gaven de ZonClanleider een rillend gevoel. Maar ze liet niets merken. Roodstreep keek juist naar Hartstorm. Hartstorm kon wel raden wat Roodstreep dacht. Ze zag zijn lange,s cherpe klauwen driegend in en uit gaan. Sommige WolkClankrijgers keken de ZonClan net zo vuil aan, behalve Nachtpoot die zat alleen, helemaal klein van angst. Wolkster vervolgde "Wij zullen hier deze avond iedere Clan bezoeken en inspecteren of jullie hem onderdak hebben verlenen!" De laatste worden sisde hij bijna uit zijn tanden. Zonster stapte zonde reen glimp van angst naar voren. "Deze vergadering is beindigd." En de Clans gingen weer naar huis. "Deze avond, deze nacht." mompelde Rodostreep. Alleen Nachtpoot kon het horen en bleef als laatste achter, hij keek naar de ZonClan en zuchte verdrietig.

Opeens zat ik weer te zweven, sterren vlogen om me heen en ik zag Droomvacht weer verschijnen. "Droomvacht?!" piepte ik van blijdschap met haar staart hield ze het zwijgen op. "Dit is dringend, Rooderik. Ga deze avond naar het ZonClankamp." Haar stem klonk hard en sirieus. Mijn stem trilde. "Maar, op een vijandige Clan afstappen? Wat heb ik daar te vinden." Droomvacht was nog nooit zo sirieus geweest sinds ik haar kende. "Geen tijd voor vragen, NU!" en vervaagde weg. Ik stond versteld te kijken. Als Droomvacht het zo bedoelde dan moest ik gaan. Ik zal wel om Maanhoog gaan, dat is de beste tijd.

Intussen maakten de krijger zich klaar. De vijf andere sterkere krijgers bleven om het kamp te bewaken. Wolkster bleef ook daar. "Vermoord niemand!" Had hij gezegd. Zonklauw dacht nog of het Roodstreep wel zou lukken niemand te vermoorden. Hij moest helaas ook meevechten en Roodtreep liep vooraan. Hij was tenslotte de sterkste krijger, Nachtpoot keek zonder een moedige blik. Roodstreep gaf stilletjes een teken met zn staart en ze stormden het ZonClankamp binnen. Zonster stond al klaar en Zonklauw snorde blij. Ze had het goed aangepakt. Roodstreep begon al te vechten met een grotere krijger dan hem en Zonklauw deed alsof hij met Nachtpoto zat te vechten, met een poes. maar de poes begreep dat die twee geen bedreiging waren omdat ze hun had gewaarschuwd en deed ook mee met het spel. Uiteindelijk rende de krijger van Roodstreep weg, het was al Maanhoog geworden. Hij zag Hartstorm vechten met Zilverhart en Roodstreep duwde Zilverhart weg, hij sprong op Hartstorm en sisde "als jou leider niet verstandig genoeg is dan zou ik het wel doen." Net voordat hij haar een kras op haar kon doen hoorde Roodstreep een helaas bekende stem "Zou ik niet doen als ik jou was." Zonklauw en Nachtpoot die het al gehorod hebben keken op Zonlauw keek naar de rode pels en groene, uitdagende ogen. "Rooderik!" snorde hij blij. De rode krijger tond geirriteerd bij de varens heen en weer met zijn staart te zwiepen, zijn haren uitdagend overeind.

STUK VAN HARTSTORM

Roodstreep wou me een snee geven, en me laten dood bloeden... Opeens hoorde ik een bekende stem. Net als Roodstreep het wou doen, sprong een rode kater op Roodstreep. Roodstreep krijste, ik liep weg voor me ergens veilig te houden. Opeens zag ik een krijger paar kittens wegnemen van de Moederkatten!!! Ik wou net naartoe gaan hoorde ik Braambloem en nog een andere krijger plofte zich op de krijger neer. De krijger liep weg, Paar sterkere leerlingen gingen voor de kraamkamer en het oudstenhol gaan. Sneeuwwolk en Bloempoel waren druk bezig met pakjes te maken voor de gewonden. "Laat me los!" hoorde ik Bloempoel roepen "Het is slecht als je een Medicijnkat aanvalt heb wat er respect mee!" hoorde ik sneeuwwolk roepen. Opeens pakte Poelstaart de krijger bij de nek en gaf er paar krabben mee, de krijger liep mankend weg. De meeste WolkClankrijgers waren al weg gelopen. Maar natuurlijk hield Roodstreep vol. Rooderik en Roodstreep zaten nog steeds te vechten. Uiteindelijk won Rooderik, en had Roodstreep overal krassen zijn twee achterpoot mankend. Hij kon niet meer lopen, dus daarom had Sneeuwwolk besloten voor Roodstreep te verzorgen, de meeste krijgers waren er niet akkoord mee maar sneeuwwolk zei : "Hij is ook maar een kat!"


STUK VAN ROODERIK

Ik keek hijgend en boos naar Roodstreep en ik grauwde tegen Sneeuwvlok "Hij is een monster, laat hem sterven!" Zonklauw en Nachtpoot liepen naar me toe, hun waren de enigen zonder krassen. "Rooderik!" snorde hij. Maar Rooderik sisde tegen hem "je hebt me verraden, daar ben ik nogsteeds niet akkoord mee!" Zonklauw keek hem vragend aan "maar...ik heb helemaal niets gezegd!" Rooderiks ogen werden groot van verbazing "geloof ik niet!" maar voordat Zonklauw iets terug kon zeggen kwam Zonster tussenbeide "Jullie twee kunnen beter terug gaan maar stoppen met vechten!" Rooderik keek 1 seconde naar Hartstorm maar wende zn blik af en draaide zich om. Maar net voordat hij weg zou gaan hioorde hij weer Zonster miauwen "Rooderik, wacht!"

STUK VAN HARTSTORM

Ik was kleddernat, druppels van mijn oren vielen recht in mijn ogen. We gingen Vogelpoot, Appelpoot en Nachtpoot beoordelen... Ja, je hoort het al Nachtpoot mocht van Zonster in de ZonClan eventjes blijven. Toen we zaten te jagen. Moesten we snel alle prooi pakken en weg lopen. Spijtig genoeg, loopden we heel snel op ons allersnelste dat Nachtpoot perongeluk over Appelpoot haar poten is gevallen . Wij hem proberen laten op te staan gelukkig dat Nachtpoot niet gewond was. We ware, aangekomen en zijn meteen in het krijgershol gaan zitten waar de meeste krijgers waren de leerlingen mochten naar de oudsten voor een verhaal te luisteren, "Waarom!? Moest het regenen als wij aan het jagen waren!? jammerde Veervleugel "Weet ik niet" antwoordde ik zonder aandacht,

STUK VAN ROODERIK

Ik keek naar mijn achterpoot. De strijd met de WolkClan en ZonClan was gewest en zoals gewoonlijk zei Droomvacht dat ik daarnaartoe moest komen. Roodstreep had Hartstorm vermoord als ik er niet was en ze bedankt me niet eens. Maar ja, ik zie haar nu eigenlijk als gewoon een doodnormale Clankat. Sinds kort had ik een andere eenling ontmoet. Ze zat vroeger in de ZonClan en Zonster was vroeger haar beste vriendin toen Zonster nog een commandant was. Maar de leider voor haar, Bloedsrer, had haar zomaar verbannen. De poes heette Wolkvacht. Ze is een mooie blauwgrijs-wit gevlekte poes met blauwe ogen. Sinds kort deel ik mijn territorium met haar, dat is veiliger. Toen ik zei waarom ik verbannen was miauwde ze "Hartstorm, ja, al je een zilvere poes met blauwe ogen bedoeld dan ken ik haar wel ja, ik had haar alleen van Hartkit tot Hartpoot gezien, niet als krijger. Dus je was stiekem verliefd op haar?" Ik knikte onzeker. "Was, nu zie ik haar niet meer en dat is maar goed ook." Ik rekte me uit en likte mijnn borst, hoelang kan ik nog dit gesprek aangaan? "Ach ja, ik vond een krijgskat uit de WolkClan leuk. Maar die i vast al dood." Ze zuchtte en stond op. "Kom je jagen? Ik heb een beetje honger gekregen." Ik stond op, stiekem was ik teleurgesteld, dicht bij Wolkpels voelde ik me zo op mijn gemak. Ik kreeg rare gevoelens als ik haar mooie, wijze, donkerblauwe ogen zie. Samen gingen we jagen.

De maan was net opgekomen tegen de tijd dat Wolkpels en ik hadden gejaagd. Ik at me rond met twee konijnen terwijl Wolkpels aan een vogel knabbelde. Ik gaapte en installeerde me binnen. Ik rolde me op in het mos en likte mijn buik schoon. "Vind je het niet erg als ik naast je kom liggen?" miauwde Wolkpels na een paar likken bij haar snorharen heen. Ik knikte. "Nee, hoor. Ga je gang." Opeens besefte ik wat ik zei, Wolkpels lag zo dichtbij me dat ik haar geur kon ruiken. Ze kwam inderdaad van de ZonClan. Dacht ik. Dat ruik je zo. Ik ging mijn ogen sluiten en sliep van droom na droom.

STUK VAN HARTSTORM

Na het gevecht, van de WolkClan en ZonClan. Heeft Nachtpoot gevraagd dat hij even in de ZonClan mocht, Zonster accepteerde het we waren op patrouille gegaan voor te zien hoe de drie oudste leerlingen het deden. BAAAMMM! Er viel bakken regen! Kan je dat geloven net als wij een patrouille deden. Opeens herinnerde ik het me. Rooderik had Roodstreep van me af gehaald, Roodstreep wou e gewoon vermoorden! Ik wou hem bedanken maar er kwam niks van. En waar zou Rooderik eigelijk zijn!? Niemand weet het. "Gaan we samen jagen!?" Zei mijn vroegere leerling Poelstaart "Klinkt goed" antwoordde ik terug. We draafden naar de zonnerotsen. We sloegen links af en opeens ruikte we een WolkClan geur en ZonClangeur,


Hoofdstuk 16

STUK VAN ROODERIK Ik werd wakker en ik zag Wolkpels bedreigend, zacht sissen en haar haren schoten overeind. "Wat is er?" miauwde ik half slaperig. Ze sisde "Ik ruik indringers!" Ik stapte bang naar buiten en snoof in de lucht. Wolkpels had gelijk! Ik draafde naar buiten. "Doe voorzichtig" miauwde ze bang naar me. Ik knikte en sprong de geur achterna.

De nacht was gevallen en ik keek rond. Ik snoof weer eens diep. Volgens de geur zijn ze nog in dit bos. Knarsetandend dacht Rooderik aan de WolkClan. Hij rook veel ZonClan maar ook een spatje WolkClan. Hij probeerde de bedreiging ook te zien en zag een glimp van een kleine zwarte vacht en een zilveren. Verder zag ik ook andere vachten. Ik snoof weer met mn kaken een beetje open en ik gromde zacht. Klaar voor de aanval van de indringers. Ik rende met een vaart naar hun toe. De kleine, zwarte gedaante draaide zich om en sprong bedreigd op mij. Opeens zag ik hem "Nachtpoot? Wat doe je hier?" de rest van de katten keken me ook boos aan. Iks chudde mijn hoofd zonder op hun te letten "Wat doen jullie hier?!" sis ik boos

STUK VAN HARTSTORM'

Ik stond naast Zonster, voor de zekerheid heb ik haar bijgehaald 'Nachtpoot?' Zegt Zonster koeltjes 'Kom terug, dit is geen gevecht waard!' Opeens zie ik Rooderik zijn nijdige blik naar Zonster opvangen. 'Rooderik, ik bedoel het niet slecht!' Begint Zonster met een geïrriteerde stem. Als ik een kat naast Rooderik zie, begin ik haar te herkennen. Maar ik weet niet meer vanwaar. We draaien ons om, ik voel nijdige blikken van Rooderik en de onbekende kat op onze vachten. 'Dit is nog het territorium van de ZonClan!' Antwoordde Maanstroom 'Oke!?


STUK VAN ROODERIK


Haat welde in me op en ik hoorde Wokpels iets tegen me fluisteren. "Ze mogen blij zijn dat het nog hun territorium is." Ik knikte mee. Ik dacht dat Wolkpels Zonster zou herkennen en ook Hartstorm. Maar toen ik pas de haat in haar ogen zag, wist ik opeens dat ze zich niet besefte hoe haar vroegere Clangenoot als leider was veranderd. Ik miauwde. "Goed, dit is nog jullie territorium. Maar daar aan het eind van die grote, holle, eikenboom zullen jullie gewaarschuwd worden. Net zoals jullie allemaal verdedig ik ook MIJN territorium!" Zonder op antwoord te wachten draaide ik me met een ruk om en liep weg. Met Wolkpels achter me aan. Ik voelde ogen op mijn vacht prikken en ik dacht "Haat me maar, ZonClan. Maar vergeet niet wat ik heb gedaan." Wolkpels miauwde "Maak je maar geen zorgen. Het zijn alleen maar Clankatten. Die doen alles voor meer plek." Ik zag dat ze niet alles meende. Hoelang zou ik nog in mijn eigen plek blijven? Wanneer wordt ik hier uit mijn eigen gebied verdreven? Rusteloze vragen kwamen bij me op en ik kon alleen maar lang nadenken over een antwoord. Als Wolkster me maar niet vind, of nog erger: Roodstreep!

Pauze

Dit is een pauze, het is niet zeker of we verdergaan.

Neem een kijke op ons tweede verhaal: Alone in The Darkness

Neem ook een kijke op ons derde verhaal (in aankomst): Sisters From Heart

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.