Wikia


VoorwoordEdit

Heyy, leuk dat je mijn fanfiction (hopelijk) wil lezen. Ik heb het met veel plezier geschreven, en ik hoop dat jij het met net zoveel plezier gaat lezen. Verder wil ook mantelvacht bedanken, die me heeft geholpen om bijvoorbeeld namen en plaatsen te bedenken en waarschijnlijk in te nabije toekomst nog een paar hoofdstukken gaat schijven. Ik wil ook nog een paar andere gebruikers bedanken voor het bedenken van nog meer namen. Ik hoop dat je veel plezier hebt

====Liefs bloesemvleugel  ====

De cover Edit

Ik heb de cover zelf gemaakt.
06D232FC-BE74-4F67-B503-B407064CC5F2














ProloogEdit

Ze rende haastig door het bos. De bladeren onder haar poten vlogen in het rond. Achter haar hoorde ze het gehijg van de vos, die met klappende kaken achter haar aan rende. "help me Bloem!" schreeuwde ze zo hard als ze kon. Ineens voelde ze een verschrikkelijke pijn in haar staart, ze keek achterom en zag de de vos zijn tanden in haar staart geslagen had. Ze schreeuwde het uit. In haar ooghoek zag ze een zilveren kat langs haar heen schieten. 'Help!' schreeuwde ze zo hard als ze kon naar de zilveren kat. De zilveren kat draaide haar kop en verdween in de struiken. 'Waar ben je?' Asjeblieft help me. Ineens voelde ze de pijn verdwijnen. Ze draaide om en zag dat de zilveren kat de vos piepent en jankend tegen de grond had gedrukt. Wow! dacht ze. Zo’n sterke kat had ze nog nooit gezien, de kat liet de vos los en hij liep jankend de struiken in. 'oh zo erg beda...'. maar de zilveren kat snoerde haar de mond, en miauwde met een zachte stem: 'Je moet op zoek naar de kat van vuur die vecht met verstand en luistert naar de sterren, Alleen dan zal je overleven.'

Hoofdstuk 1Edit

Ze hoorde de zachte stem van bloem, haar moeder. ze kon wel de hele dag luisteren naar de stem van haar moeder, ze hoorde ook het gepiep van haar broertje en zusje. ‘Wanneer doet een van die kittens nou hun oogjes open mam?’ hoorde ze een andere kitten zeggen. ‘Wanneer ze er klaar voor zijn.’ Hoorde ze haar moeder zeggen. 'Maar ik wil spelen zeurde hij verder.' 'Ga maar met jezelf spelen' hoorde ze groen gras zeggen, een andere moeder. 'Maar dat is zo saai.' ' Jammer dan.' Ze ging wat dichter tegen haar moeder aan liggen om te slapen, 'welterusten liefje.' hoorde ze haar moeder fluisteren. De volgende ochtend werd ze op haar gemakje wakker ze rekte zich lekker uit en gaapte een keer diep toen hoorde ze Naald van spar, de kitten van gister vragen 'Is er al iemand met zijn oogjes open?' 'Geduld lieverd' hoorde ze groen gras zeggen, 'er komt vast vanzelf we iemand om mee te spelen.' toen verzamelde roze bloesem al haar kracht en opende haar ogen. De wereld was zo mooi, zo kleurrijk, ze keek naar haar broertje, hij had een mooie glanzende, rode vacht, die leek te vlammen in de zon, en toen naar het kleine, mooie sneeuwwitte poesje dat haar zusje moest zijn. toen keek ze naar Naald van spar. 'Jippie!' riep hij enthousiast. hij was veel groter dan ze had verwacht. En zijn ogen hadden ook een hele andere kleur dan ze voor ogen had gehouden. 'Eindelijk iemand om mee te spelen!' en hij hupte vrolijk naar haar toe. 'Oh lieverd ik ben zo trots op je.' hoorde ze haar moeder zeggen. Wil je spelen riep Naald van spar enthousiast naar haar. Ze keek naar bloem, 'mag dat mam?' zei ze smekend, 'tuurlijk schat.' Zal ik je het kamp laten zien. 'Ja! Leuk.' Zei ze blij en ze snorde zacht. 'Kom maar.' zei hij. 'kijk waar we nu zijn is de kitkamer.' En hij liep het gat uit, buiten de kitkamer was het nog mooier dan er in. Ze keek omhoog. Wauw. De lucht, hij was zo blauw nog mooier en nog blauwer dan ze zich had voorgesteld.

Hoofdstuk 2Edit

Ze keek verder rond ze zag katten heen en weer lopen. Er kwam een lapjeskater op haar afgelopen.'Hallo kleine krijger.' 'Welkom in de Troep van de grote heide. Ik ben je vader. Ik wou net eten naar je moeder toe brengen.'hij liep verder. zullen we door? zei Naald van spar vriendelijk tegen haar. 'Ja, leuk!' En ze rende door het kamp. Hé rustig aan hijgde Naald van spar tegen haar. 'Oké Naald van spar.' 'Noem me maar Spar.' zei hij. 'Oké Spar waar gaan we nu heen.' Laten we naar de krijgershol gaan zei hij. En ze liepen naar een ingang.  Wauw, wat groot. Dit nog groter dan de kitkamer. Het was een groot hol, met een paar boomwortels op het plafon. Er liep een grote poes naar haar toe, welkom in de troep van de grote heide kleine kitten ik heet trouwens Witte acacia. Aangenaam kennis te maken zei Roze bloesem. de poes liep verder en Roze bloesem liep verder het hol in. Toen botste ze tegen een bruine cyperse poes aan. De cyperse poes blies woest naar haar, roze bloesem sprong geschrokken achteruit, terwijl ze het krijgershol uit liep fluisterde tegen Spar: wat is haar probleem. Oh niks van aantrekken hoor. Zei hij, dat is Paarse lavendel, ze is knetter jaloers op je moeder. Wat maar waarom? Zei ze verward en verdrietig tegelijk. Omdat je moeder en paarse lavendel allebei verliefd zijn op je vader, gouden regen. Maar hij koos voor jou moeder en ja, nu is ze ook boos op jou, je broertje en zusje. Maar dat is oneerlijk, wij hebben niks gedaan. Ja maar als ik jou was zou ik Paarse lavendel een beetje met rust laten.  Kom we gaan verder naar de alfagrot. Roze bloesem kom je terug, hoorde ze haar moeder uit de kitkamer roepen, ze slaakte een zucht en riep terug, ja zo hoor mam we willen nog even naar de alfagrot. Dan moet je daarna wel gelijk komen. Tuurlijk mam riep ze geërgerd terug. Nou kom je nog zei Spar enthousiast. Ik kom er aan riep ze terug. De alfagrot was nog mooier dan het krijgershol. Er zaten kleine edelstenen in de muren en het plafon en er was in het midden een zacht nest van mos en gras. Er was nog een gang naar een ander hol er waren daar ook twee nesten een wat kleinere en een grotere, in de muren zaten geulen met allemaal kruiden. Toen rook ze de geur van een andere kat ze draaide verschikt om, ze zag een mooie witte poes zitten aan de andere kant van het hol. Wat doe jij in het helershol? Zei ze streng maar niet gemeen.

"Ik...ik." "wat is er, ben je ziek?" "Nee zei ze beschaamd." "Wat doe je hier dan liefje." Ineens sprong Spar tevoorschijn “ik liet haar het kamp zien” zei hij stoer met zijn piepstemmetje.

"Dat is heel lief van je, maar willen jullie nu terug gaan naar de kitkamer. Rode klaproos heeft een koutje gevat.""En hoe was je dag roze bloesem?" vroeg haar moeder toen ze terug was in de kitkamer. Nadat ze haar moeder alles over de dag had verteld ging ze liggen en werd overspoeld door een zoete zachte golf van slaap

Hoofdstuk 3Edit

"Groene munt, Flitsende bliksem word wakker kom we spelen dat we worden aangevallen door de troep van de hoge wolken. Ik ben Gouden regen en Spar is de alfa van de troep van de hoge wolken willen jullie meedoen?"Jaaaaa!" schreeuwde Flitsende bliksem enthousiast,"ik ben een gemene krijger van de troep van de hoge wolken. En hij rende op Spar af om naast hem te gaan staan. "Wil je ook meedoen Groene munt?" "Ja hoor, we maken die watjes van de troep van de hoge wolken in. Let maar op" Mauwde ze uitdagend naar Spar en Flitsende bliksem. "Ooh moet jij eens opletten!" zei Spar. Na de hele middag gespeeld te hebben gingen Spar, Flitsende bliksem en Groene munt terug naar de kitkamer. Roze bloesem bleef nog even staan. Ze keek een keer rustig om zich heen. En dacht aan de leuke dag. Ineens zag ze Paarse lavendel de struiken in sluipen waar gaat zij heen? Dacht ze. ik ga haar volgen en ze sloop zo stil als ze kon de struiken in, achter haar aan. Het was een lange weg om haar geur te volgen soms zag ze Paarse lavendel even blijven staan om rond te kijken of iemand haar volgde op die momenten hield Roze bloesem van spanning haar adem in, na haar weer een tijdje gevolgd te hebben bleef ze uiteindelijk stilstaan, roze bloesem dacht dat het wel weer even om zichzelf heen kijken was maar in plaats daarvan ging ze liggen en begon haar poten te likken en haar vacht mooi te maken. toen kwam haar vader, Gouden regen uit de struiken wandelen. Paarse lavendel begon te spinnen toen ze hem zag. Ze liepen spinnend op elkaar af, "hallo lieverd." Zei Paarse lavendel en ze duwde haar kop tegen zijn schouder aan hun staarten verstrengelde. Wat? Dacht Roze bloesem, dat kan toch niet, hij is toch verliefd op mijn moeder. Ze keek terug naar de twee katten en zag dat ze elkaar aan het wassen waren. Misschien zijn ze wel gewoon vrienden, maar waarom zouden ze dan elkaar in het geheim ontmoeten? Zo veel vragen. Maar over een ding was ze zeker. Dit moest haar moeder weten! ze rende richting het kamp. de grond lag bezaaid met dode bladeren die kraakte onder haar poten. Ze rende angstig door Paarse lavendel kwam ineens tevoorschijn uit de struiken ze liep naar haar toe. Oh nee, ze word vast heel boos dat ik haar haar bespioneerd heb.

Hoofdstuk 4Edit

Paarse lavendel liep naar haar toe. Roze bloesem drukte haar oren tegen haar kop en veranderde haar ogen in spleetjes, Wachtend op een aanval. Maar in plaats van boos op haar te zijn, prees Paarse lavendel haar hoe goed ze was in spoorzoeken en dat ze haar zo goed had gevolgd. Ze gaf haar nog wat complimentjes. Toen zei Paarse lavendel dat ze een beloning verdiende. Roze bloesem dacht even na, maar ja, Paarse lavendel was een volwassen krijger ze zou een kitten toch nooit kwaad doen. Dus volgde Roze bloesem haar maar. Ze liepen een stukje en uiteindelijk stopte Paarse lavendel bij een grote struik vol glimmende rode bessen, de bessen zagen er zo lekker uit, niet normaal gewoon. "Hier neem er maar een van." zei Paarse lavendel. Toen ze net een grote, overheerlijke hap wou nemen van de glimmende rode bes, herinnerde roze bloesem iets van dat haar moeder haar ooit had verteld. Haar moeder zei toen: Eet nooit glimmende rode bessen, ze zien er misschien heerlijk uit, maar het zijn taxus bessen die zijn heel erg giftig. zelfs dodelijk voor een volwassen kat. Ze had toen met open mond naar haar moeder geluisterd. Paarse lavendel duwde haar nog een stukje richting de struik. Paarse lavendel plukte een paar bessen en legde die voor haar poten. Ze keek even naar paarse lavendel en zei "Mijn moeder zei een keer dat glimmende rode bessen heel erg giftig zijn, zijn dat deze bessen of waren dat andere." "Dat zijn andere eet nou maar." zei ze."Oké" zei Roze bloesem en ze nam een mini hapje. Meteen voelde zich ziek worden. Oh, ze voelde zich gelijk zo slecht. Dit kon echt niet goed zijn. "Is dit wel goed?" "Oh tuurlijk." Snorde ze. "Je hebt vast een verrotte gegeten. Hier, neem maar een nieuwe." en ze rolde een andere naar haar toe. "Eet hem dit keer maar helemaal op." Roze bloesem twijfelde. wat moest ze nou doen, zou het echt alleen maar een verrotte zijn geweest, dan had ze het toch wel geroken. "Eet het niet." Ze hoorde een stem in haar oor. Gelijk draaide ze rond om te kijken wie het zei. Ze zag niemand. "Het zijn giftige bessen, dus eet het absoluut niet." Ze keek rond en zag dat en een gouden kater naast haar stond. De gouden kater vervaagde. Ze moest dit absoluut niet opeten, dat wist ze zeker. "Ik wil het niet eten!" Piepte Roze bloesem en ze sloeg het besje terug met haar pootje. "Deze zijn giftig!" Ze wachtte het antwoord niet af en rende zo hard als ze op haar kleine pootjes kon terug naar het kamp. "Help! Help me!" Ze voelde het zware gewicht van Paarse lavendel op haar rug terecht komen. "Jij gaat nergens heen." Ze werd aan haar nekvel terug gesleept naar de struik. Paarse lavendel zette een poot op haar borst en begon een rode bes te plukken. Ze kon nergens meer heen met de poot op haar borst. Maar ze moest nu heel snel weg hier. Ze begon luid te piepen, in de hoop dat iemand haar hoorde. Maar ze hoorde niemand, en begon nog luider te piepen. Hou jij je mond nou eens snauwde Paarse lavendel haar toe. Ze ging gewoon lekker door. "je kan me niet dwingen jij smerige rat!" piepte ze stoer. "Nu is het genoeg!"Paarse lavendel propte een paar bessen in haar mond. Haar piepen werd vrijwel gelijk gesmoord. Ze spuugde zo veel mogelijk van de giftige pulp uit maar het was al te laat ze voelde haar poten verzwakken en haar hoofd licht worden. ze zag het lijf van haar moeder die tegen Paarse lavendel op beukte. Ze zag nog een paar andere katten tevoorschijn komen en toen zag ze alleen pikzwarte duisternis.

Hoofdstuk 5Edit

Ze hoorde stemmen en zag heel veel sterren. Toen zag ze een kat naar haar toe lopen. het was de gouden kater met schitterende sterren in zijn bijna stralende vacht. "welkom bij de troep der oneindige sterren." "Oh nee, ben ik dood? Dat mag niet zijn. Mijn moeder dan en spar en paarse lavendel, wat gaat er met haar gebeuren? Oh nee! oh nee!" "rustig maar! zei de gouden kater. "Je bent nog niet dood. Maar je staat op het randje." Er kwamen nog meer katten met sterren en lichtgevende vachten naar haar toe. De gouden kater zei met een stem die van alle katten tegelijk leek komen: "wij schenken jou een kans die we niet veel katten geven. Wij vinden dat het dat jij zelf mag kiezen." Hij glimlachte naar haar. "Wil je mij volgen?" Zei hij met zijn eigen stem. Ze liepen langs het prachtige landschap, waar kleurige bloemen groeide en het gras nog groener was dan ze ooit had kunnen voorstellen. Na een tijdje in het zachte, groene gras gelopen te hebben. Werd de grond onder haar harder. Ze liep nog wat door. ze was zo verwonderd was ze door de met lichtgevende sterren bezaaide muren. En nogHij liep naar twee poelen toe hij ging achter de poelen staan." Wil je terug naar het leven, naar je familie, naar je vrienden, naar een verse prooi die je op een late middag kan eten met iedereen die je liefhebt? of wil je gaan naar je voorouders naar geen pijn of honger naar de wereld waar het gras altijd groener is? Het leven is moeilijker, de dood is makkelijker, maar het leven bied meer kansen. Kies maar jongekat." "Ik weet denk ik al wat ik wil. de dood is misschien makkelijker zonder honger of pijn, maar het leven is wat ik graag wil. Ik wil mijn familie, vrienden en alles waar ik van hou niet in de steek laten. Dus ik kies voor leven." "Als dat je wens is." De gouden kater liep naar een van de twee poelen. "drink maar kleine kitten. En laat het leven je pad zijn."

Hoofdstuk 6Edit

Haar ogen schoten open. "Ze is wakker!" Hoorde ze iemand roepen. Ze zag de zandkleurige vacht van haar moeder het hol in schieten. "Gaat het goed met je?" "Heb je dorst?" "Wat is er gebeurd?" Zo veel vragen, van zo veel verschillende katten. "Laat haar even bijkomen." Ze hoorde de stem van de alfa. Zacht blad kwam binnen, de heler. Iedereen aan de kant, ik moet even kijken of het goed met haar gaat. Ze zag de heler op haar afkomen. Hoe gaat het met je kleine. ‘Wel oké’. Zei Roze bloesem met een schorre stem. Hier drink maar wat water. Zacht blad schoof een kluitje mos gedrenkt in water naar haar toe. Ze begon gulzig te drinken. Hoe kan het nou dat ik zo veel dorst heb. Ik heb toch flink wat water uit de poel gedronken. Ze dacht na. Over alles wat er was gebeurd. Over de gouden kater die haar had gewaarschuwd en teruggestuurd naar het leven, de giftige bessen en over paarse lavendel in de eerste dagen had ze had ze altijd geweten dat de poes haar niet mocht, maar dat ze zoiets zou doen had ze nooit verwacht. Waar was paarse lavendel eigenlijk? Ze keek rond. Ze zag een paar katten. Ze zag ook dat ze in een van de zachte nesten van het helershol lag. Ze zag haar vader niet. Die wou waarschijnlijk ook niks meer met haar te maken willen hebben. Wist de troep überhaupt wel wat paarse lavendel had gedaan? Ze keek in de amberkleurige ogen van haar moeder. Gaat het met je lieverd? Miauwde haar moeder bezorgd. Het gaat wel. Miauwde ze met nu een sterkere stem. Mooi. snorde haar moeder. Wil je ons vertellen wat er gebeurd is of wil je nog even bijkomen. Ik wil het wel vertellen. Zei ze met een vaste stem. Het verbaasde haar de ze haar stem naar alles wat er gebeurt was zo vast had laten klinken. Maar niet met zo veel katten. Ik wil alleen met jou erbij. en de alfa en de heler natuurlijk. Voegde ze er snel aan toe. Toen de andere katten aanstalte maakten om weg te gaan. Ving ze een glimp op van paarse lavendel. In elkaar gedoken midden in het kamp. Meerdere katten bliezen woest naar haar. Ze zag er verschrikkelijk uit! iemand had haar vacht aan flarden gescheurd en het bloed was een vies uitziende korst geworden. Haar oren lagen plat tegen haar kop en er gutste bloed en pus uit een niet schoongemaakte wond. Haar vacht was rafelig en haar ogen waren groot van angst. Ze had bijna medelijden met deze kat


Hoofdstuk 7Edit

Paarse lavendel. Ze had haar nooit gemogen, maar had ze dit nou echt verdiend. Ze werd door iedere kat die langskwam uitgescholden, verwond, zelfs haar broertje, zusje en spar waren haar aan het plagen. Ze zetten doornscherpe klauwtjes en tanden in haar staart maar als paarse lavendel ook maar een poot naar ze uitstak om ze weg te meppen, sprongen er vijf krijgers met uitgestrekte klauwen op haar af. Het was verschrikkelijk om aan te zien. Maar ze kon gewoon niet wegkijken. Ze zag nog net groen gras woest naar haar uithalen omdat ze spar had weggemept. voor de alfa de grot binnenliep en het zicht blokkeerde. Zacht blad zette een mosnest klaar voor de drie volwassen katten. Toen ze alledrie gingen zitten vroeg de alfa: Vertel eens? wat is er nou precies gebeurt. Ze keek de alfa aan, ze was bang dat hij haar niet geloofde, maar ze wist dat ze het moest vertellen. Ze vertelde dat ze met haar broertje, zusje en spar aan het spelen was. En dat toen ze weg waren ze Paarse lavendel nerveus om haar heen kijken naar de open plek in het bos ging. Ze slikte een keer voordat ze verder ging. Ze wist niet hoe haar moeder zou reageren. Uiteindelijk vertelde ze van gouden regen en paarse lavendel. En hoe hij op haar wachtte vol smart. Toen ze van dat stuk vertelde zette haar moeder woest haar vacht op, veranderde haar ogen in spleetjes en haar staart begon als een gek te zwiepen. Ondanks de woeste ogen van haar moeder wist ze dat haar moeder in huilen uit zou kunnen barsten. Ze vertelde uiteindelijk dat ze halverwege was weggerend. Dat paarse lavendel haar ontdekte en een beloning wou geven. Ze barste zelf in huilen uit en vertelde dat ze het niet wou en wegrende. De woorden kwamen er met moeite uit. Dat paarse lavendel haar terug sleepte naar de struik en haar mond volpropte met de bessen. Ze keek snikkend naar haar moeder op. H-het w-was verschrikkelijk i-ik voelde m-me zo ziek. Ze begon nog harden te huilen . Ze vertelde niet van de gouden kater. Wie zou haar geloven. De heler, haar moeder en de alfa zaten alledrie zwijgend te luisteren toen ze klaar was. Zei de alfa met een stem die zwakker klonk dan waarmee hij was gekomen: duidelijk. ik weet al wat ik met die verraadster ga doen. Ze was in middels gestopt met huilen en wou naar buiten lopen. Nee kleine zacht blad trok haar terug op een nest. Je voelt je misschien beter maar dat ben je nog lang niet. Het is een wonder dat je nog leeft. Je hebt meer taxusbessen binnengekregen dan voor een volwassen kat mogelijk is het is echt een regelrecht wonder. Er moet een kat van de troep der oneindige sterren wel heel goed over jou waken. Instinctief dacht ze aan de gouden kater. Wat was zijn naam eigenlijk? Waarom heb ik dat niet gevraagd verweet ze zichzelf. Jij domme muis waarom heb je dat niet gevraagd. Iedereen verzamelen voor een troepvergadering!

Hoofdstuk 8Edit

Ze hoorde de luide stem van de alfa. Zacht blad zei: Je krijgt toch je zin kleine, je mag even naar buiten. Oké. Ze zag verschillende katten verschillende op de open plek komen twee krijgers sleepte paarse lavendel ruw over de grond, en drukte met allebei een poot haar tegen de grond zodat ze niet kon wegrennen. Ze worstelde als een slang over de grond maar kwam geen centimeter vooruit. Ik denk dat iedereen al weet dat ze schuldig is maar nu hebben we bewijs dat je iets verschrikkelijks hebt gedaan. De kitten is bijgekomen en ik heb naar haar verhaal geluisterd en het is meer dan duidelijk voor mij. Heb jij nog wat te zeggen Paarse lavendel. Ja! die smerige rat liegt! Gilde ze woest. Haar klauwen schraapte over de grond om bij haar te komen. Al haar medelijden verdween als sneeuw voor de zon. Nu voelde roze bloesem zich gekwetst. Na alles wat er gebeurd was, en hoeveel bewijs er ook was bleef ze toch volhouden dat het haar schuld was? Tja dan vrees ik het ergste voor paarse lavendel. Als jij niks beter te bedenken hebt dan moet ik jou veroordelen tot de duistervloek. Paarse lavendel hield op met spartelen en haar ogen werden groot van schrik. Nee, nee! Alstublieft dat mag u niet doen. Alstublieft laat me leven verban me desnoods maar laat me leven! Paarse lavendel leek echt van haar stuk gebracht. Ik heb gesproken! Nee! De gil van paarse lavendel ging door merg en been. Breng haar naar de grot. Nee! Alstublieft. De alfa negeerde haar glashard. Scherpe distel, knop van bloem, grijze as, gele plataan jullie gaan mee om haar er heen te brengen. Alfa, er klonk een stem van groen gras. u mist nog iemand er moeten 5 volwassen katten mee! In dat geval gaat gouden regen ook mee. Iedereen keek naar hem toen zijn naam genoemd werd. Roze bloesem probeerde ook te kijken maar iedereen stond er voor. ze wurmde zich een plek naar voren, en zag Gouden regen als verstijfd staan. Hij zag er behoorlijk wankel uit. Het leek alsof hij elk moment kon instorten. Roze bloesem moet ook mee dat is troep traditie. Toen ze haar naam hoorde voelde het of de grond onder haar elk moment kon instorten. Maar ze is nog maar een kitten! Er rezen protesten op uit de menigte. Ik heb gesproken!

Hoofdstuk 9Edit

Iedere kat die ik net heb opgenoemd moet mee. Het leek alsof de alfa nadruk op het woord ‘iedere’ legde ik geef scherpe distel de leiding ga, en gooi haar in de duisternis van de duistergrot! Nee! De de gil van paarse lavendel was vervuld van doodsangst en iedereen kromp ineen. Knop van bloem en grijze as jullie nemen haar mee laat haar niet ontsnappen! Roze bloesem jij mag paarse lavendel zo veel treiteren als je wil. gele plataan  ik wil dat jij een oogje houd op roze bloesem. Scherpe distel commandeerde wat rond en gaf iedereen een taak. Paarse lavendel trilde van top tot teen van woede en angst. Toen ging het allemaal heel vlug. Paarse lavendel ontblootte haar klauwen en viel uit naar grijze as. Hij sprong behendig opzij. Paarse lavendel greep haar kans en sprintte weg in de struiken. Snel als een pijl schoten de krijgers achter haar aan gele plataan greep roze bloesem bij haar nekvel en sprintte er achter aan. Knop van bloem was dichtbij maar niet dichtbij genoeg. Grijze as sprintte snel als een haas en sprong met uitgestrekte klauwen naar haar achterpoten, maar hoe zwak paarse lavendel ook was, sprong ze een boom in en klauwde zichzelf omhoog. Toen ze op een tak was waar de andere niet bij konden, bleef ze met trillende snorharen van plezier zitten kijken naar de vergeefse pogingen om bij haar te komen. Waar is gele plataan met roze bloesem heen? Vroeg iemand op een gegeven moment. Euh geen idee hoor zei gouden regen met zwakke stem. Waar was jij eigenlijk heen. Ik moest, euh ik moest. Ja wat moest jij? Toen klonk er luid gepiep. Dat is Roze bloesem! Scheeuwde Bloem. Ze rende op het geluid af en zag Roze bloesem alleen, in een struik verstopt. Waarom zit je daar? Er was een das. Huilde roze bloesem hij ging achter ons aan. Toen rook gele plataan hem en zei tegen mij dat ik me moest verstoppen. Ik rende naar deze struik en bleef daar zitten. Ik zag gele plataan en hij blies uitdagend naar een struik even later kwam er een das uit de struiken. Gele plataan viel hem aan maar de das was te sterk en doodde gele plataan. Hij nam heem mee naar zijn hol. Is de das weg? Vroeg ze angstig. Roze bloesem knikte. Wat dapper van gele plataan om je te beschermen. Even later hoorde ze gestamp uit de bosjes. Knop van bloem draaide zich vliegensvlug om. Roze bloesem keek om haar heen en zag Grijze as en Scherpe distel met paarse lavendel terug komen. En nu gaan we regelrecht naar de grot. Waar is gele plataan? Bloem vertelde het verhaal van de das en dat gele plataan bij de troep der oneindige sterren is. De troep zal hem eren vanwege zijn moed miauwde scherpe distel plechtig. Gouden regen liep de bosjes uit. Hij grijnsde naar haar. Maar niet op een aardige manier. Oh ze wist gelijk al hoe het zat. Gouden regen had de das naar hen toe geleid. Ze schonk een kwaadaardige blik terug. Tenminste ze hoopte dat het er dreigend uitzag. Maar het was waarschijnlijk niet gelukt, want hij lachte spottend terug. Knop van bloem wierp hem ook een kille blik toe. Zijn lach veranderde in een grimas, en hij liep zwijgend achter Scherpe distel aan. De rest van de tocht was lang. Haar poten voelden als steen en werden met de stap zwaarder. Uiteindelijk doemde een grote zwarte muil van een grot voor hun op. In het eerste stuk leek het best veilig maar ze wist dat er iets in die grotten ronddwaalde. Iedere krijger had het er over. Niemand wist precies wat, maar iedereen wist wel dat het gevaarlijk was. Scherpe distel miauwde: ga nu! Als je er uitkomt zijn al je zonden vergeven maar bijna niemand komt er levend uit.


Hoofdstuk 10 (Mantel)Edit

Het was stikkedonker. De enige lichtjes waren twee gloeiende puntjes: de ogen van Paarse lavendel. De crèmekleurige poes bewoog zich soepel door de gangen, tredend in de poten van talloze voorouders. De stenen bodem was rotsig en scherp, ondanks het feit dat er vele katten hadden gelopen. Paarse lavendel liep stommelend over de rotsige bodem. Af en toe leek ze een zacht gefluister op te vangen. ‘Deze grot is een hel’ ‘Je komt er nooit uit’. Paarse lavendel rilde. De geheimzinnige stemmen waren niet bepaald bemoedigend. Er klonk een zacht gekletter van water. Ze liep en liep. Het water bleef kletteren en de stemmen bleven murmelen. Het werd kouder en kouder en haar poten begonnen te verkleumen. ‘Hallo!’ riep Paarse lavendel. Ze stond stil en luisterde. Ze ving het geluid van water weer op. Het werd harder en harder. Ze keek om. Oh, nee! Er kwam een gigantische golf water aanrollen en Paarse Lavendel zette het op een hollen. Het water achtervolgde haar en rukte aan haar staart. Ze zette een sprint in en stormde door de tunnels. Ze kwam bij een splitsing en rende een willekeurige richting uit. ‘Ah!’ ze stopte abrupt met rennen. Er zat een gat in de muur. Ze keek naar buiten en schrok. In de diepte lag een meer. Snel nam Paarse Lavendel een andere route, ze hoorde het water al weer komen. Ze spurtte weg en keek achterom naar het water. Het achtervolgde haar, als gigantische soepele vossen. Als de tunnels helemaal gevuld waren, was ze verloren. Plotseling zag ze een opening boven haar hoofd. Zo snel als ze kon, klom ze erin. Het was een kleine grot, waar het water Paarse lavendel niet kon bereiken. Ze zuchtte opgelucht, hoewel ze wist dat het lang zou duren totdat het water weg was en ze naar beneden kon. Ze zat 10 minuten in de grot, die niet groter was dan een voslengte. Ze probeerde te slapen, maar het gebulder van het water hield haar wakker. Net toen ze weg begon te dommelen, likte er een golf water door de grot die haar meesleurde. Ze plonsde in de ijzige diepte en het water sleurde haar moeiteloos mee. Ze gilde hard en tolde rond in het water. Het gat in de muur verscheen en Paarse lavendel stortte in de ijzige diepte.

Hoofdstuk 11Edit

Roze bloesem haar poten trilde. Ze liepen terug naar het kamp en roze bloesem voelde zich ellendig ze keek naar haar moeder. Haar moeder staarde voor zich uit, met een gevoelloze uitdrukking. Gouden regen keek geschokt, boos en verdrietig tegelijk. Grijze as keek intens verdrietig, zij was immers ook de partner van gele plataan. De weg terug duurde lang, en was alleen nog maar zwaarder door de wolk verdriet die boven hun hing.

Eindelijk zag ze de braamstruiken van de ingang, de zwarte bessen waren helder en glimmend. Ze huiverde aan de herinnering van paarse lavendel die haar vergiftigde, en de angst die ze gevoeld had. Nou ja, ze wilde helemaal niet er aan terugdenken. Ze wilde dat haar leven gewoon weer was zoals eerst, ook al wist ze dat dat nooit zou gebeuren.

Het was nu een halve maan geleden dat paarse lavendel de grot in was gestuurd. Er was niet veel gebeurd sinds dat. Haar moeder was nog steeds tot op haar bot kwaad op gouden regen maar daar liet ze niet veel van merken. Haar broertje en zusje waren haar grootste hulp om er weer bovenop te komen, ze zou niet weten wat ze zou moeten zonder hen. Ze haar broertje, zusje en spar speelden met elkaar. “Wil je ook meedoen?” Riep Groene munt naar haar. Ze had al lang niet meer met ze gespeeld omdat ze zich te ellendig voelde, maar nu wou ze wel weer eens proberen om mee de doen. Ze liep naar Groene munt toe en vroeg: “wat gaan we dan doen.” “Ik heb wel een leuk idee!” Riep spar. Het is nu bladval dus laten we spelen dat alle vallende bladeren moeten aantikken voor ze de grond aanraken.” “We spelen in teams.” ging hij verder. “het ene team moet zo veel mogelijk blaadjes op de grond laten vallen, en het andere team moet dat natuurlijk tegenhouden!” “Dus wie lijkt dat leuk.” Iedereen knikte instemmend dus begonnen ze te spelen. Spar had een goede boom gevonden waar zij en flitsende bliksem in moesten klimmen om blaadjes op de grond te laten vallen, en groene munt en spar zaten op de grond klaar om blaadjes aan de tikken. Flitsende bliksem knikte naar haar en ze begonnen blaadjes naar beneden te gooien. Tot nu toe hadden ze alle blaadjes aangetikt dus er moest een andere manier om blaadjes naar beneden te sturen. “Stop. Team overleg.” Schreeuwde roze bloesem omdat ze wist dat ze het zo nooit zouden redden. Spar en groene munt bogen naar elkaar toe om tegen elkaar te fluisteren. “Oké, heb jij nog goede ideeën om meerdere blaadjes tegelijk naar beneden te laten vallen.” “Hmm.” Zei haar broertje “we kunnen misschien op de tak gaan springen. Hij is best stevig en dik dus... we zouden het kunnen proberen.” “Het is het proberen waard, laten we het doen!” “Oké wij zijn klaar!” Riep ze naar beneden “wij ook!” “En start!” Riep haar broer enthousiast. Ze keken elkaar grijnzend aan en begon op de tak te springen. Er dwarrelden honderden blaadjes naar beneden, en groene munt en spar begonnen heen en weer te rennen om alle blaadjes te tikken. In het begin deden ze het nog best goed, maar zij en haar teamgenoot bleven doorspringen. De twee beneden zagen er uitgeput uit en ze hadden al veel blaadjes gemist. “Oke we geven ons over” riep spar naar boven. “Kom maar naar beneden jullie hebben gewonnen” “jeej” riep ze “we hebben gewonnen!” En ze sprong naar een lagere tak om van daaruit naar beneden te springen. ze liepen allemaal lachend terug naar de kitkamer. in de kitkamer, vielen ze allemaal als een blok in slaap

Hoofdstuk 12Edit

Ze werd midden in de nacht wakker omdat haar moeder opstond. “Waar ga je heen mama?” Vroeg ze. “Oh even een eindje wandelen niks om je zorgen over te maken.” “Ga maar weer lekker slapen.” “Oké.” Dat was vast niet moeilijk. ze was zo moe van het spel. Haar moeders liep het hol uit en stopte bij het krijgershol. Ach wat maakte het ook uit en ze ging weer slapen. Heel vroeg in de ochtend kwam haar moeder weer terug. Haar poten roken naar water. “Waarom ben je met je poten in het water geweest mama?” “O ik was per ongeluk in wat smerigs gestapt, dus ik had mijn poten even gewassen” “Oke” haar vrienden werden langzamerhand ook wakker. Toen het nog wat lichter werd en de krijgers wakker werden, werden er jagers geselecteerd om de prooistapel wat op te hogen. Ze rekte zich uit en begon haar vacht te wassen in het zonnetje. Haar moeder begon flitsende bliksem te wassen. Ging naar haar moeder toe om melk te drinken. “Ik heb honger mam!” Miauwde flitsende bliksem. “Ik ook” en groene munt stapte naar haar moeder toe. Ze begonnen alledrie te gulzig te drinken. “Nou zeg jullie lijken wel gulzige gansjes” snorde haar moeder. Toen ze klaar was, likte ze haar snorharen af en ging in het bladval zonnetje zitten. Ze keek om zich heen. Alles was rustig, heerlijk was dat, als er bijna niemand was. Ze keek naar de oudere van wie ze de naam vergeten was. “Hoe heet die kat ook al weer mam.” Miauwde ze tegen haar moeder. “Dat is rozenblad.” “Zij was vroeger de beste krijger van de hele troep.” “Wow!” Miauwde groene munt bewonderend “Ik word later net zo goed als zij was.” “Ja! En ik word net zo goed als onze alfa!” Zei haar broer. Ze grinnikte. “Ineens draaide de oude poes haar kop en riep: “Er komt iemand aangerendt.” Iedereen keek geschrokken naar de kamp ingang. “Er is een moord gepleegd!” Schreeuwde scherpe distel geschokken die uit de kampingang was veschenen.

Hoofdstuk 13Edit

alfa kwam naar buiten. “Wie is er vermoord?!” “Gouden regen!” Riep scherpe distel nog steeds schreeuwend. “Ik was gewoon aan het jagen totdat ik een vieze geur rook, ik liep er op af en toen zag ik gouden regen met een doorgescheurde keel!” “Ik ben toen gelijk naar het kamp gerend” “Waar ligt zijn lichaam?” “Ik wijs je wel de weg.” De alfa en scherpe distel liepen het kamp uit. Iedereen begonnen bang te praten. “Wat als de moordenaar mij pakt!” Huilde spar. “Geen zorgen dat laat ik echt niet toe!” Zei zijn moeder. De huidige beginneling barste ook in huilen uit. Zijn leerlingleider fluisterde geruststellende woorden. De spanning werd nog groter toen de alfa en scherpe distel niet terug kwamen. “Misschien heeft de moordenaar hen ook gepakt!” Iedereen begon gillend naar de holen te rennen. “Waarom zijn ze allemaal zo bang mam?” Vroeg ze. “Omdat er niet vaak iemand doodgaat hier.” “Ze denken dan zodra er een moordenaar is, dat gelijk de hele troep ten dode is opgeschreven.” “Ze zijn gewoon doodsbang.” “Kom laten wij ook naar de holen gaan.” “Straks komt de alfa vast en zeker terug.” “Oké.” Piepte haar zusje doodsbang. Ze bleven allemaal bang afwachtend zitten totdat ze geritsel hoorde bij de braamstruiken “DE MOORDENAAR HIJ KOMT ONS PAKKEN!” iedereen keek doodsbang naar de ingang “iedereen propte zichzelf nog dieper in het hol. Ze hoorde pootstappen in het kamp. Iedereen maakte zich klaar om de kat die het waagde om in hun kamp te wandelen aan te vliegen. “Waar is iedereen?” Hoorde ze de ene kat tegen de andere zeggen. “Iedereen hier komen wij zijn het maar.” De alfa’s stem galmde door het kamp. Iedereen kwam opgelucht naar buiten. “Oh gelukkig!” Zei een kat “Ik dacht dat het die moordenaar was.”fluisterde grijze as. “Iedereen verzamelen bij de hoge boom.” “We hebben gouden regen gevonden en gaan onderzoek doen naar wie de moordenaar had kunnen zijn.” “De moordenaar is van onze troep dus er is een verrader in het midden.” Iedereen keek wantrouwend naar elkaar. Sommigen probeerden elkaar ervan te beschuldigen. “Stilte!” “We hebben onze geur gevonden op zijn wond.” “Dus er is een verraderlijke moordenaar die achterhaald moet worden.” “Er zijn ons een paar dingen duidelijk.” “Voor de draad ermee dan!” Riep een kat. “Hij heeft gevochten met zijn moordenaar. maar heel even want toen had hij al teveel bloed verloren.” “En het is een rode of een zwarte poes.” “Want we vonden rode en zwarte vacht.” Willen alle katten met rood en zwart in hun vacht opstaan en wil de rest gaan zitten.” De beginneling ging staan en haar moeder ook want zij had een zwarte poot en een rode vacht. En gingen nog twee katten staan. “Ik zei alle katten!” Ze snapte het niet wie was er nog meer met een zwart rode vacht. “Jij daar!” En hij wees met zijn poot naar haar. “Waarom sta jij niet?” Wat? Verdachten ze haar serieus van een moord. “Zij kan hem toch nooit vermoord hebben ze is een kitten van 3 maanen oud.” Er kwamen nog meer protesten. “Nee ga staan!” Ze stond verdrietig op. “Oké alle die een kater zijn mogen gaan zitten. De beginneling ging opgelucht zitten. En doorn van braam ook. “Pfieuw.” Miauwde hij opgelucht. “Oke er zijn nu nog er was nu nog haar moeder en de andere kat over. En ik natuurlijk. Dacht ze verdrietig. “Oké wat deed jij vannacht?” Vroeg hij aan haar moeder. “Slapen. Wat anders?” Ze wist dat het niet waar was haar moeder was vannacht weg geweest. Ze had er toen niet heel veel aandacht aan geschonken. Maar nu wist ze het bijna zeker. Haar moeder had gouden regen vermoord! Ze had bijna niet eens door dat de alfa haar vroeg wat ze vannacht gedaan had. “Euh ik sliep.” Zei ze toen de alfa zijn vraag had herhaald “wel interessant dat iedereen sliep terwijl er toch iemand is vermoord.” “Roze bloesem jij mag weer gaan zitten.” Maar je kan nog steeds verdacht worden als handlanger!” Ze ging zitten maar voelde zich niet opgelucht. eerder bang dat ze haar er weer bij gingen betrekken. Ze haalde diep adem en keer haar nestgenoten aan. Ze keken allemaal geschrokken naar haar terug. Haar moeder en de andere kat keken elkaar aan. “Een van jullie twee heeft het gedaan.” “Maar wie van jullie twee is de vraag.” “IK WEET WIE HET GEDAAN HEEFT!”

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.